De grote broer van de eredivisie

Met Klaas-Jan Huntelaar, Bas Dost en Luuk de Jong, drie gerespecteerde Nederlandse spitsen, trapt dit weekeinde de Bundesliga af. Waarom passen onze voetballers zo goed in Duitsland? En hoe leerden beide landen weer van elkaar te houden op het veld?

Willy Lippens zegt het twee keer tijdenshet telefoongesprek: 'De haat is verdwenen.'


Hoe vaak het hierna ook moge gaan over de spitsen Huntelaar, Dost of Luuk de Jong, Willy Lippens is met 92 doelpunten nog steeds Nederlands topschutter aller tijden in de Bundesliga. Hij was voetballer in de jaren zestig en zeventig bij Rot-Weiss Essen en Borussia Dortmund.


Lippens vervolgt: 'We hebben vervelende, stomme tijden meegemaakt. Maar volkeren zijn door de samenwerking in Europa naar elkaar toegegroeid, al doet de financiële crisis anders vermoeden. Rivaliteit blijft nu vooral voorbehouden aan de sport. Dat is goed.'


Lippens' verhaal biedt dramatische inkijkjes in een leven. Vlak na de Tweede Wereldoorlog geboren in Duitsland, uit een Duitse moeder en een Nederlandse vader, ontwikkelde hij zich tot topvoetballer. Een dribbelaar van wie schitterende beelden bewaard zijn gebleven. 'Ik was geboren voor de dribbel.'


Een transfer naar het grote Ajax ketste af in 1970 en toen hij zijn vader vroeg of hij in de Duitse nationale ploeg mocht voetballen, zei die: 'Dan hoef je nooit meer thuis te komen.' Zijn vader is mishandeld door Duitse soldaten, omdat hij weigerde in dienst te treden van het leger van Hitler.


Bij het Nederlands elftal voelde Willy Lippens zich zo ongewenst dat het bij één interland bleef: tegen Luxemburg. Verdediger Rinus Israel riep in de spelersbus iets over een nazizender toen een Duits radiostation aanstond. Willem van Hanegem noemde hem Donald Duck, vrij naar zijn bijnaam Ente (eend).


'Het was een vervelende, stomme tijd', herhaalt de Duitssprekende Lippens. Israel en co, getekend door de oorlog, konden geen Duitser in Oranje verdragen, want zo zagen ze Lippens. En een Nederlander ging in die tijd ook niet in de Duitse competitie voetballen, een enkeling daargelaten. Daarbij ging het dus vaak om Nederlanders die in Duitsland waren geboren.


Decennia zijn nadien verstreken. Nederlanders en Duitsers zijn tot elkaar gekomen, met oog voor de verschillen. 'Nederlanders zijn iets creatiever in het aanvalsspel. Ze hebben meer eigen ideeën dan Duitsers', aldus Lippens, die in zijn grote tijd doelmatigheid combineerde met show. Hij pingelde dat het een aard had én hij scoorde: 92 treffers in de Bundesliga en 128 een divisie lager.


En nu is de Nederlandse voetballer dus gewild, vooral de aanvaller. De Nederlander wil ook best in Duitsland werken. Graag zelfs. Het geld is goed, de stadions zijn prachtig.


En hij hoeft zich niet meer te schamen voor beladen sentimenten. De Nederlander past zich aan, spreekt de taal, is creatief, woont dichtbij, vraagt niet te veel salaris, is gemakkelijk in het gebruik.


De Bundesliga is bovendien de grote broer van de eredivisie en de ene immigrant maakt reclame voor de ander. Huntelaar is de topschutter en Robben de dribbelaar. Luuk de Jong is, ondanks zijn valse start, de duurste aankoop in de clubgeschiedenis van Borussia Mönchengladbach. Bas Dost is een pion in de snode plannen van Felix Magath, de veeleisende trainer van Wolfsburg.


Topcompetitie

Voormalig aanvaller Youri Mulder herinnert zich dat doelman Jens Lehmann net was vertrokken naar Arsenal. Vroeg hij Lehmann naar de sfeer in de Engelse stadions. 'Weet je wat Lehmann zei? De sfeer in Duitsland is veel mooier.'


Mulder begrijpt ook wel wat hij bedoelt. In Duitsland is bijvoorbeeld een deel van de staanplaatsen terug, achter de doelen. Tienduizenden plaatsen zijn in de competitie vergeven aan supporters die staan, zingen en hossen. 'In Duitsland kun je voor een tientje naar het voetbal. Dat kun je in Engeland vergeten.'


Fans zijn aanhankelijk, op bijna aandoenlijke wijze. Stoere mannen met spijkerjasjes en motoremblemen wachten verlegen op een handtekening in een fotoboek.


Erik Willaarts was kortstondig spits van Borussia Mönchengladbach, eind jaren tachtig, na een superseizoen bij FC Utrecht. Het is 25 jaar geleden, maar nog steeds krijgt hij soms een enveloppe met een oude foto toegestuurd. Of hij een handtekening wil zetten. Altijd is keurig een gefrankeerde enveloppe bijgesloten en het is Herr Willaarts. Supporters aanbidden spelers en maken nauwelijks ruzie met elkaar.


En wat stelde Willaarts nu helemaal voor in de Bundesliga? Hij was veelvuldig geblesseerd, ontdekte spoedig dat hij niet beter was dan de Duitsers en zijn club Borussia speelde vooral op de counter. Dat kwam zijn spel niet ten goede. Nee, dan is het zinniger praten over zijn neefje, Ricky van Wolfswinkel die furore maakt bij Sporting Lissabon. Dat is pas een spits.


Willaarts heeft een handel in keukens, die al zijn tijd opslokt. Anders zou hij zeker eens naar Mönchengladbach gaan. Hij hoeft maar te bellen en ze leggen kaarten klaar. Maar de twee doelpunten die hij maakte in de Bundesliga, waarvan eentje tegen rivaal Dortmund, staan op een dvd. Neemt niemand hem af.


En elke zaterdag kijkt hij op tv naar de samenvattingen van de Bundesliga. Dan denkt hij weer even aan die prachtige, alsmaar uitdijende stadions. Zo konden er 55 duizend toeschouwers in dat van Dortmund toen hij voetbalde; nu ruim 80 duizend. De Bundesliga was altijd al populair in de grensstreek met Nederland. Nu wordt de liefde bijna algemeen beleden.


Voetbal

Het Duitse voetbal is veranderd. Ze zeggen dat het lijkt op het Nederlandse voetbal, maar dat is niet helemaal waar. Het blijft typisch Duits met veel strijd, straffe dekking, fysiek vermogen, snelheid en mentale veerkracht. Door de entree van talloze buitenlanders is het overgoten met een sausje dat zowel Europees is als Zuid-Amerikaans.


De aanvalskracht is toegenomen, de variatie ook. Mulder: 'Misschien hebben wij voor een deel de weg gebaand, mijn generatie met spelers als Erik Meijer en René Eijkelkamp. Wij waren ook niet duur.


'Steeds meer zijn Duitsers met een soort van buitenspelers gaan voetballen, in een aanvallender systeem. Dat is gunstig voor Nederlanders. Zo zijn wij immers opgeleid. Wij denken na over voetbal en hebben het vermogen ons aan te passen.'


De Duitser is anno 2012 een ander mens geworden, zegt Mulder. 'Duitsland heeft jarenlang een schuldgevoel gekoesterd. Duitsers waren gereserveerd, in de tijd dat ik daar voetbalde (1993-2002, red.).


'Altijd waren ze bang voor verwijzingen naar het duistere verleden. Daarom vonden ze ons Nederlanders ook zo locker, zo ontspannen. We zorgden voor sfeer in het elftal. Maar dat hele gevoel is verdwenen bij de huidige generatie topvoetballers.


'Het verleden komt niet meer voortdurend om de hoek kijken. Als je onderzoek doet onder kinderen jonger dan 15 jaar weten ze, gechargeerd gesteld, niet eens wie Hitler was. Duitsers zijn heel erg veranderd. Ze durven weer te juichen voor hun land en hun vlag te tonen.


'Het Duitse en het Nederlandse voetbal zijn naar elkaar toegegroeid. Natuurlijk, Duitsers gaan nog steeds als de brandweer. Ze rennen en vliegen in een daverend tempo over het veld, maar het voetbal is aanvallender geworden, meer Nederlands. Dat is goed voor onze spelers.'


Klaas-Jan Huntelaar is een leider, een man die het elftal op sleeptouw neemt. Een ontspannen kerel ook, die bij wijze van spreken elke dag naar huis rijdt in de Achterhoek.


Mulder weet nog hoe hij zelf met een Volkswagentje naar de training kwam. Dat kon niet. Een voetballer hoorde in een luxueuze auto te rijden, dat was hij aan zijn status verplicht. Duitsers benijden het losse karakter van Nederlanders, maar die moeten niet doorslaan.


Bas Dost en Luuk de Jong, eerste en tweede op de topschutterslijst van de vorige eredivisie, treden in de voetsporen van Huntelaar, de één bij Wolfsburg en de ander bij Borussia Mönchengladbach.


Mulder denkt dat De Jong, ondanks diens ongelukkige start in de voorronde van de Champions League tegen Dinamo Kiev, een goede tussenstap zet, op weg naar de internationale top.


Dost zal het misschien lastiger krijgen omdat trainer Magath met een grote selectie werkt. Bovendien houdt hij veel spelers achter de bal.


Ze zullen hun plek moeten bevechten in de financieel gezondste topcompetitie van Europa, met het hoogste toeschouwersgemiddelde. Want voetbal is meer dan voetbal in Duitsland. Het is een grote, commerciële show.


Willy Lippens was onlangs te gast bij de opening van het nieuwe stadion van Rot-Weiss Essen, zijn oude club die is gezakt naar de vierde divisie. 'Voetbal is tegenwoordig één grote picknick, met eten en drinken, alles. Vrouwen gaan mee. Vroeger keek je alleen naar voetbal.


'Ik was ook nu graag speler geweest, maar zo is het leven niet gelopen. Ik heb heerlijk gedribbeld vroeger, langs Berti Vogts en vele anderen. Ik ben God dankbaar dat ik voetballer was.'


Lippens heeft een restaurant in Bottrop. Het heet Ich danke Sie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden