Column

De grootste vijand van de ijsvogel is ijs

Prachtige beelden, de ijsvogel in alle standen, je reinste natuurporno.

De IJsvogel. Beeld anp

Mijn mooiste ijsvogelervaring beleefde ik vijf jaar geleden in Twente, in Het Springendal, een natuurgebiedje in de buurt van Ootmarsum. Een brongebied met beekbegeleidende bossen, in jargon, met verder heide, bos en hooilandjes. Op een vroege zomeravond wandelde ik naar een van die bronnen, een vijver met overhangende bomen. Een gele kwikstaart hipte bij een inkomend waterstroompje en ik dacht: hier zou zomaar een ijsvogel kunnen zitten. Prompt hoorde ik het onmiskenbare, opgewonden titi-titigeluid en scheerde de blauworanje schoonheid laag over het water voor mijn neus langs. En even later scheerde hij weer terug. Ik keek om me heen, ik was werkelijk helemaal alleen met mijn ijsvogel. Dat droeg aanzienlijk bij aan de opwinding. Dat, en de wetenschap dat er op dat moment, in 2010, misschien honderd ijsvogelpaartjes leefden in Nederland. De magie van zeldzaamheid.

Tegenwoordig zie ik vaak ijsvogels. In Amsterdam-Noord moet je bijna je best doen om ze niet te zien, en ook elders in en om Amsterdam komen ze volop voor. Ik zag onlangs nog ijsvogels in de waterleidingduinen, in het Amsterdamse Bos en in de Gooi- en Vechtstreek. Tegen de duizend paartjes broeden er nu in Nederland en als we opnieuw een zachte winter gaan beleven zal het alltime-ijsvogelrecord gebroken worden.

Het is hard gegaan. In de jaren negentig gold de ijsvogel in Nederland nog als bedreigde soort, er waren misschien vijftig broedpaartjes. Dat het beter gaat, heeft een beetje te maken met het schoner worden van het water, en een beetje met het werk van vrijwilligers die ijsvogelwandjes maken. Maar vooral profiteren de ijsvogels van de warmere winters. Het mag inmiddels wel als bekend worden verondersteld: de grootste vijand van de ijsvogel is juist ijs. Drie weken ijs overleven ze, als viseters, niet, vertelde ijsvogelkenner Jelle Harder me al eens. Eén strenge winter en het aantal ijsvogels is weer gedecimeerd. Die aantalsschommelingen zitten in 'de ecologie van de soort'.

Dat was zo, maar de vraag is: is het nog steeds zo? Drie weken ijs, het komt me tegenwoordig voor als een eeuwigheid, als een bijna onvoorstelbare gebeurtenis, als een uitzondering.

De ijsvogel is niet de enige diersoort in Nederland die profiteert van klimaatverandering. Vooral libellen en sommige vlindersoorten profiteren. Vanuit het zuiden is de cetti's zanger (een vogeltje) naar Nederland gekomen en ook de boomkrekel, tot voor kort vooral bekend van mooie, met wijn overgoten zomeravonden in Frankrijk, heeft zijn weg naar Nederland gevonden.

Verliezers van de opwarming zijn - vooralsnog - moeilijker aan te wijzen. De Vlinderstichting meldde deze week dat het koevinkje en de zilveren maan het weleens moeilijk zouden kunnen krijgen. En het gentiaanblauwtje zou flink te lijden kunnen hebben van de voorspelde grotere extremen in het weer, verdroging en extreme regenval.

De verliezers moeten we vooral elders zoeken, zo meldde de Vlinderstichting ook, op basis van een voorspellende studie over de gevolgen van klimaatverandering voor dagvlinders in Europa. In Zuid(oost)-Europa kan wel eens heel veel verloren gaan. En het is niet gezegd dat die dieren vervolgens hun weg richting Noorden vinden. Bovendien kan niet iedere klimaatvluchteling hier aarden.

Kortom: waar veel is, kan veel verloren gaan, waar weinig is komt maar een beetje bij. Het nettoresultaat is, vrees ik, negatief. Het zal niet hoog op de agenda staan tijdens de klimaattop in Parijs, maar de vlinderstand in Roemenië en Bulgarije verdient wat mij betreft alle aandacht.

Intussen, zolang het water niet zozeer stijgt dat het de nesten inloopt of hele oevers wegspoelt, kan iedereen hier nu volop ijsvogels zien. Dat kon vorige week ook op tv. Ik keek naar de documentaire van Cees van Kempen over ijsvogels in de Biesbosch. Prachtige beelden, vertraagd, versneld, onder water, boven water, in het nest, de ijsvogel in alle standen, Van Kempen had alle technieken uit de kast gehaald. Je reinste natuurporno, met bijbehorende gezwollen muziek en gedragen toon.

Ik bereikte een verzadigingspunt. Het duurt niet lang meer, dacht ik, of er zijn wel vijfduizend ijsvogelpaartjes, dan zitten ze in ieder stadspark. En ik hoopte, heel egoïstisch, op een strenge winter met wel drie weken ijs. Drie weken ijs, dan is de magie van de zeldzaamheid weer voor even terug. Dat ze het maar even regelen in Parijs.

Caspar Janssen is journalist. Hij schrijft over natuur en landschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden