DE GROOTSTE POLEMIST

HET is altijd een beetje zielig gezicht geweest, Gerrit Komrij op televisie. De meesten van ons hebben het weleens gezien....

Soms schiet Komrij een formulering te binnen die hij thuis, achter zijn bureau, heeft bedacht en komt er plotseling een vloeiende zin uit zijn mond. De meeste tijd van het gesprek horen we echter gehakkel en stroeve frasen die geenszins doen vermoeden dat we hier met een gevreesde polemist te maken hebben. Als ooit van een treurbuis gesproken kan worden, is het wel wanneer de bedenker van deze term zelf op het scherm is.

In geschreven interviews ontpopt zich evenwel een geheel andere Komrij. Misschien denkt hij over elke vraag een half uur na, misschien heeft hij kaartjes met aforismen bij zich, misschien herschrijft hij zijn antwoorden na afloop, feit is dat de winnaar van de P.C. Hooft-prijs in gesprekken met kranten en tijdschiften kwistig strooit met

wisecracks en oneliners.

De Arbeiderspers vond die rake uitspraken zelfs zo fraai dat ze er het tweehonderdste deel van haar prestigieuze Privé-domein-reeks mee heeft gevuld. Uit dit uit interview-fragmenten gecomponeerd zelfportret, De buitenkant getiteld, komt een man naar voren die een vrij grote minachting voor de meeste prestaties van de medemens combineert met een erg hoge dunk van zijn eigen werk. Zo weet Komrij van zijn boekje Humeuren en temperamenten dat het een van de hoogstens tien Nederlandse werken betreft die de tand des tijds glorieus zullen doorstaan. Tevens is hij ervan overtuigd moeiteloos enige prachtige romans te kunnen schrijven, een geruststellende overtuiging voor iemand wiens laatste romanpoging, Dubbelster, overal, behalve - toevallig - in NRC Handelsblad, is afgekraakt.

De buitenkant bevat vanzelfsprekend de vertrouwde uitvallen naar critici die het buitengewone talent van Komrij niet op zijn waarde hebben geschat. 'Meneer Hooimakers' van de Volkskrant (een geestig bedoelde verwijzing naar Arnold Heumakers) wordt getypeerd als een Nijmeegse agoog die is aangenomen omdat hij ooit een buitenlandse pocket heeft gelezen. Komrij, dat zal duidelijk zijn, beoefent polemiek op het allerhoogste niveau.

De, althans vroeger, spraakmakende columnist ventileert ook allerlei strong opinions over politieke vraagstukken. Ongetwijfeld is het een hachelijke onderneming in te gaan op de denkbeelden van iemand die naar eigen zeggen een mening aantrekt zoals een vrouw een avondjapon, maar waar komt de maatschappijbeschouwing van deze geëngageerde auteur ('ik heb nog nooit in mijn leven een regel geschreven die niet politiek was') nu eigenlijk op neer?

Komrijs opinies laten aan duidelijkheid weinig te wensen over. Politiek is een zootje, de verschillende partijen zijn één pot nat. Politici zijn zakkenvullers, die geen beschaving kennen, door haat gedreven worden en hoereren tot ze barsten. Betrokkenheid bij het lot van minderbedeelden, of het nu 'arrebeiers' of die 'malle slonsjes in Vrouwenhuizen' zijn, is ridicuul; solidariteit leidt slechts tot oorlog.

Zonder de Komrijs, de enkelingen die hoogstaande kunst produceren, verschilt de westerse samenleving in niets van de dictaturen waar zij zich tegen verdedigt. Van groot belang is het te voorkomen dat de laatste restjes kunst onder de gore zolen van de politici worden platgetrapt. Zich verbinden aan een politieke stroming mag de kunstenaar overigens nooit, want hij bevindt zich in 'een voortdurende staat van standpuntverplaatsing'.

Komrij merkt op dat zijn politieke inzichten, die vroeger voor reactionair doorgingen, inmiddels in de meest linkse hoek gemeengoed zijn geworden. Niet duidelijk is waar hij op doelt. Wat zou er precies gemeengoed geworden zijn? Komrijs afwijzing van elke vorm van solidariteit, zijn, door Jan met de pet gedeelde, kijk op politiek als een gore troep, zijn appreciatie van de 'charme' van aids, zijn stelling dat goede mensen per definitie homoseksueel zijn? Een analyse van de opvattingen van de oogappel van de linkse Arbeiderspers doet ieder weldenkend mens al gauw het lachen vergaan. In een van zijn meer lucide momenten stelt Komrij dat er geen reden bestaat schrijvers serieuzer te nemen dan andere mensen. Inderdaad is nooit gebleken dat mensen die schriftelijk aardig formuleren, ook de wijsheid in pacht hebben. Aanbeveling verdient het daarom niet alleen de kunst tegen politici te beschermen, zoals Komrij wenselijk acht, maar ook de politiek tegen kunstenaars.

Door overtuigend als nar te poseren heeft de cultuurfilosoof uit Winterswijk ('ik mijmer graag over diepere vraagstukken') zichzelf trouwens al grotendeels onschadelijk gemaakt. Over gekke Gerrit maken wij ons vrolijk, over gekke Gerrit maken wij ons zeker niet druk. En dat is maar goed ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.