REPORTAGE

De grootste olifantenverhuizing ooit

Reportage olifantenverhuizing Malawi

Het ene wildpark in Malawi heeft te veel olifanten, het andere te weinig. En dus gaan 500 olifanten op transport: de grootste olifantenverhuizing ooit. De Volkskrant was erbij.

Beeld Julius Schrank

Het is een verontrustend gezicht. In paniek haast een kudde olifanten zich over de Afrikaanse riviervlakte. Weg willen ze, weg van de herrie van de helikopter die hen dicht op de hielen zit. Pas als hun achtervolger wegdraait, komen de dieren langzaam tot stilstand en vallen dan een voor een om.

Meedogenloze ivoorstropers in actie? Nee, het zijn natuurbeschermers, die de olifanten verdoven en vangen voor de grootste olifantenverhuizing ooit.

Liwonde National Park is een mooi gebied van rivierbossen en mopanewoud aan de bovenloop van de Shire in Malawi, het armste en dichtstbevolkste land van Centraal-Afrika. Het heeft behalve massa's nijlpaarden en krokodillen ook de grootste olifantenpopulatie van het land, maar het is slechts 548 vierkante kilometer groot, een eilandje van wildernis in een zee van mensen.

Gebrek aan ruimte en voedsel hebben van de achthonderd olifanten van Liwonde 'probleemgevallen' gemaakt. Ze verwoesten het bos en verlieten tot voor kort dagelijks het park om de omliggende maisakkers te plunderen, tot wanhoop van de boeren. Soms gebeurden er ook ongelukken. Vorig jaar vielen er zeven doden. Het vergroot de populariteit van het park niet.

'Het is paradoxaal', zegt park manager Craig Reid. 'Populaties van Afrikaanse olifanten gaan overal achteruit door grootschalige stroperij en verdwijnend leefgebied, maar in gebieden als Liwonde, waar ze goed beschermd worden, nemen de aantallen toe. Daar moet je populaties gaan 'beheren' om ecologische schade en conflicten met de bevolking te voorkomen.'

African Parks, de ngo die het beheer van Liwonde in 2015 overnam van de overheid, kwam met een eenvoudige oplossing. 'We hebben eerst een goed hek om het park gebouwd, om de mensen buiten en de olifanten binnen te houden', vertelt Andrew Parker, operations director. 'En nu brengen we vijfhonderd olifanten uit onder meer Liwonde over naar een ander gebied dat we sinds kort beheren, Nkhotakota Wildlife Reserve, waar veel meer ruimte en voedsel is, maar bijna geen olifanten meer.'

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Liwonde National Park in Malawi, een familie olifanten wordt verdoofd door medewerkers van natuurbehoudorganisatie African Parks, zodat ze verplaatst kunnen worden naar een gebied met meer voedsel en ruimte. Beeld Julius Schrank

African Parks huurde voor de complexe klus, de grootste olifantenverhuizing ooit, Conservation Solutions (CS) in, een gespecialiseerd Zuid-Afrikaans bedrijf dat al tientallen jaren ervaring heeft met het 'transloceren' van wilde dieren. Aanvankelijk voor private wildparken en jachtterreinen, maar steeds meer voor natuurbeheer.

Het blijkt een geoliede operatie, kunnen we constateren als we, een paar dagen met de crew op pad mogen. Elke dag om 7 uur 's ochtends stijgt de helikopter op om olifantenfamilies op te sporen in het park. Die worden naar een goed bereikbare plek op de stroomvlakte van de Shire gedreven, waar ze met een verdovingsgeweer worden 'gedart'. Op afstand wacht de grondploeg, een konvooi van Landcruisers en een takelwagen.

Zo gauw de dieren omvallen gaan de terreinwagens erop af. In vliegende vaart denderen we door het struikgewas. Links en rechts maken impala's zich uit de voeten. Bij elke kuil worden we achter op de wagens bijna gelanceerd. Het kan niet anders, want de eerste minuten van een 'capture' zijn cruciaal, legt Kester Vickery, een gebruinde Afrikaner die de leiding heeft van de operatie, later uit. Olifanten ademen door hun slurf, en mogen dus nooit op hun slurf liggen. Ze kunnen ook stikken als ze op hun borst terechtkomen. 'Dan moeten we ze meteen omduwen.'

Aan de slag

Zeven olifanten liggen gevloerd in het gras. Het achtkoppige team gaat direct aan de slag, op elkaar ingespeeld als in een operatiekamer. De dieren worden opgemeten, bemonsterd en met verf genummerd. Ze krijgen een stokje dwars in hun slurf om beter te ademen. Verdovingspijltjes worden verwijderd, wondjes ontsmet. De 'matriarch' van de kudde, T5, krijgt een halsband met een zender. Elk dier wordt op hartslag en ademhaling gemonitord. Indien nodig krijgen ze een extra shot immobilizer, het tijdstip met viltstift op hun oor gekrabbeld.

Het is indrukwekkend om zo dicht bij deze reuzen te zijn. Ze liggen er rustig bij, het oor over hun oog geklapt. Je voelt de adem ruisen door hun slurf, vier, vijf keer per minuut. Hun hart klopt in de aderen van hun oor. De huid is hard en zacht tegelijk, met dikke haren, net ijzerdraad, nog zweterig van de inspanning. De slurf voelt week, het uiteinde teer als een babymondje.

Sommige dieren hebben extra zorg nodig. Kalfje T7, hooguit 2 jaar oud, ademt steeds moeizamer. 'Dit kan een probleem worden', bromt veearts André Uys. Het dier mist zeker 20 centimeter van zijn slurf, die duidelijk in een strik heeft klemgezeten. T7 rochelt. Uys geeft hem een spuitje uit zijn EHBO-koffertje om de ademhaling te stimuleren, en paramedicus Jeremy Hancock steekt een slang met zuurstof in zijn slurf.

Een verdoofde olifant wordt op de truck gehesen waarmee hij naar de verlaadplek vervoerd zal worden. Beeld Julius Schrank

Alle zeven olifanten hebben intussen gepolsterde touwlussen om hun poten gekregen. De truck manoeuvreert dichterbij zodat de dieren met de kraan één voor één op de laadbak kunnen worden getakeld. Ze hangen als zakken met botten aan de ketting. Iemand houdt een slurf vast, een ander stuurt de slagtanden bij, en dan worden de dieren gevlijd en vastgesnoerd, met de kop naar voren.

Het nut daarvan blijkt als we na een bonkige tocht door de savanne (Uys geeft, boven op een olifant gezeten, af en toe nog een extra spuitje, want je wilt niet dat ze wakker worden op de truck) aankomen bij de verlaadplek. De aanhanger wordt recht voor de 'wake-up box' geparkeerd. Aan de andere kant schuift een andere truck aan, met daarop de transportcontainers. Die trekt de 'stretcher' met de olifanten met hun kont voorop de box in. Dan geeft Vickery de dieren een spuitje om ze wakker te maken, en gaan de schuifdeuren dicht.

Binnen een minuut komen de dieren tot leven. Ze trekken met hun slurf, slaan met een oor en worstelen om op te staan. Door een kier zien we het uitpuilende oog van matriarch T5. Ineens komt ze overeind. De box schudt. Ze zet een paar wankele stappen achteruit, recht de transportcontainer in. Dat hebben we bij toeval ontdekt, zegt Vickery later. 'Als olifanten bijkomen en opstaan, schuifelen ze instinctief achteruit.' Een kalf dat per ongeluk de verkeerde kant opschuifelt, krijgt vanaf het dak een por met een stroomstok.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Liwonde National Park: een grote bul wordt vanuit de helikopter neergeschoten met een verdovingsgeweer. Beeld Julius Schrank

Verlies

Het inladen neemt slechts enkele minuten in beslag. Een paar uur en drie vangsten later is de truck vol en vertrekt hij met 20 olifanten naar Nkhotakota, ruim 300 km verderop. Tijdens de rit van zes uur zullen de dieren onder de verdovingsmiddelen blijven. Na aankomst worden ze in het donker in een omheining, de 'boma', gelost. Als alles goed gaat zijn ze een paar uur later vrij.

Er kan veel misgaan. Neem alleen al het 'darten' vanuit de helikopter. Dat moet recht in de huid, anders komt de spuit niet diep genoeg. Soms overleeft een olifant de val of de verdoving niet. Tot nu toe is er één oude koe overleden. 'We zien elk verlies als een persoonlijk falen', zegt Vickery, 'maar als we op 500 ele's 1 tot 2 procent verliezen is dat acceptabel.'

Hoe de 'ele's' zelf hun translocatie beleven, is natuurlijk gissen. Ze worden opgejaagd, beschoten, verdoofd en per vrachtwagen naar een vreemde nieuwe plek gebracht - je zou van minder een trauma krijgen. Maar volgens Uys valt het reuze mee. Alleen de eerste paar minuten van opjagen en darten zijn stressvol. Daarna zijn de dieren verdoofd.

Een dierenarts controleert de olifanten in de 'wake-up box'. Beeld Julius Schrank

Critici waarschuwden vooraf dat translocatie kan leiden tot stress, door ontwrichting van families en de schok van een andere omgeving - Nkhotakota is bergachtiger en droger dan Liwonde. 'Precies daarom verplaatsen we families altijd samen', zegt Uys, 'en de nieuwe habitat was altijd heel geschikt voor olifanten. Bovendien passen de dieren zich vaak snel aan.'

Voor de verhuizers zelf is er soms ook stress. Terwijl iedereen druk is met inladen staan gewapende rangers permanent op wacht. Niet voor niks. Olifanten 'vocaliseren' bij het ontwaken en dan komt vaak familie kijken. In dit geval een vrouwtje dat met wapperende oren nadert, duidelijk in een slecht humeur. Craig Reid moet naar zijn bear bangers (soort klapperpistool, red.) grijpen. Pas na de tweede knal trekt ze zich terug. 'Misschien was ze de herrie van onze heli zat', zegt Reid.

Het spannendst is het vangen van de grote bullen, de mannetjes die meestal in hun eentje door de bush dwalen. Ze reageren vaak anders dan verwacht, zoals een paar dagen later blijkt als een aangeschoten reus ineens dreigend op onze terreinwagens afkomt. Links en rechts worden al geweren doorgeladen.

De olifant kijkt steeds verstoord om naar de helikopter, die hem op 20 meter afstand met gillende sirene en in wolken stof probeert van zijn pad te brengen. Hij vertraagt en komt tot stilstand tegen een boom.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Een ranger opent het elektrische hek van het Nkhotakota Wildlife Park, waar de olifanten vrijgelaten worden. Beeld Julius Schrank
Het stokje dient om de verdoofde olifanten goed te laten ademen. Beeld Julius Schrank

Serieuze optie voor de bescherming van olifanten

De ploeg springt meteen de auto's uit, bindt touwen om zijn poten en begint met man en macht te trekken, om te voorkomen dat de bul op zijn borst zakt en stikt. Ze blijven trekken tot hij omkiept als een speelgoedbeest.

Bul M8 blijkt de op een na grootste vangst tot nu toe, met een schouderhoogte van 3,18 meter, slagtanden van 74 cm en een gewicht van 6,1 ton. Uys schat hem op 40 jaar. Een 'prime bull', zegt de veearts, terwijl hij hem op de vervaarlijk schuddende aanhanger een extra spuitje in zijn oor geeft.

De translocatie verloopt beter dan verwacht, en de mannen van CS zijn trots dat ze voor liggen op schema. 'We laten zien dat het heel goed mogelijk is om olifanten in grote aantallen te verplaatsen', zegt Uys. 'Wij kunnen straks 400 tot 600 olifanten per maand verhuizen. Dat maakt translocatie tot een serieuze optie voor de bescherming van olifanten.'

'Berichten over olifanten zijn tegenwoordig meestal erg somber', zegt Andrew Parker van AP. 'Maar deze translocatie is een verhaal van hoop. We laten zien dat je de negatieve trend kunt keren. Wij kunnen olifanten beschermen en nieuwe leefgebieden geven, zodat de soort weer toekomst heeft.'

Nkhotakota Wildlife Reserve, het nieuwe thuis van de olifanten van Liwonde, blijkt een fraai gebied van met miombobos begroeide heuvels. Een ideale habitat voor olifanten, ware het niet dat het totaal is leeggestroopt. Van de tweeduizend olifanten die hier tien jaar geleden leefden, waren er bij de komst van AP nog geen honderd over. Het is er dan ook spookachtig stil. Ook toeristen zie je er weinig, de luxe Tongole Lodge is vrijwel verlaten - al kan dat ook liggen aan de hier welig tierende tseetseevlieg, die de gevreesde slaapziekte overbrengt.

Hoe voorkom je dat de nieuwe olifanten ook worden uitgemoord? 'Door strenger te handhaven', zegt Simon Pitt, field operations manager. Maandenlang is er voorbereid. Er zijn elektrische hekken gebouwd, duizenden strikken en vallen verwijderd, tientallen stropers opgepakt, honderden hectares aan marihuanaveldjes vernietigd. We hoorden vroeger elke avond geweerschoten, zeggen de uitbaters van Tongole. 'Maar tegenwoordig is het rustig.'

Twee rangers van Liwonde National Park. Beeld Julius Schrank

Verse poep

Bevalt het de olifanten van Liwonde in hun nieuwe park? Om daar achter te komen, trekken we met Pitt en ranger Paul Heaveni de 'sanctuary' in, een afgeschermd gebied van 17 duizend hectare waar ze komende maanden mogen wennen. De dieren komen snel tot rust na hun transport, vertelt Pitt, al heeft een van de groepen niet gewacht tot de boma werd opengezet. Ze zochten een zwakke plek in het hek, gooiden er een boom op en gingen ervandoor.

Pitt probeert met een draagbare antenne signalen van gezenderde olifanten op te vangen. Na enige tijd klinkt een piepje. Het blijkt afkomstig van groep K, de familie van matriarch T5. We volgen het spoor in westelijke richting. Onderweg zien we sabelantilopen en koedoe's, die hier ook net zijn uitgezet.

Drie uur later, als we de hoop al bijna hebben opgegeven, staat Heaveni ineens stil. Hij steekt zijn vingers in een berg poep. 'Vers. Heel vers.'

Honderd meter verder gebaart hij om stilte. We horen brekende takken, het geluid van foeragerende olifanten. We turen door de bomen en zien ze in de verte in een rivierbedding, leidster T5 met haar halsband voorop. De kudde heeft ons waarschijnlijk geroken, want het gekraak houdt op.We maken nog even een omtrekkende beweging, maar veel dichterbij komen mag niet, fluistert Pitt. De olifanten hebben na hun verhuizing rust nodig. Bovendien kunnen ze nu onvoorspelbaar en gevaarlijk zijn.

We trekken ons dus maar terug. De olifanten hernemen hun gefoerageer.

Translocatie

'Human assisted migration' is volgens African Parks soms de enige manier om bedreigde soorten te redden. De verhuizing van 500 olifanten van Liwonde National Park en Majete Wildlife Reserve naar Nkhotakota Wildlife Reserve in Malawi is een van de grootste translocaties tot nu toe (250 dieren dit jaar en 250 volgend jaar). Daarnaast worden tweeduizend andere dieren verhuisd, zoals impala's, waterbokken, sabelantilopen, wrattenzwijnen en Kaapse buffels. In de toekomst zullen verdwenen roofdieren weer in Liwonde en Nkhotakota worden uitgezet, zoals cheetah's en leeuwen. Daarvoor moeten de parken wel eerst volledig omheind zijn. De translocatie en rehabilitatie worden mede gefinancierd door 2,6 miljoen euro van de Nationale Postcode Loterij.


African parks

Natuurbeschermingsorganisatie African Parks beheert en herstelt natuurparken en beschermt ze tegen stroperij.

African Parks is een in 2000 door de Nederlandse ondernemer Paul Fentener van Vlissingen opgerichte natuurbeschermingsorganisatie, die het beheer van wildparken overneemt van Afrikaanse overheden in de vorm van een publiek-private samenwerking. De stichting zonder winstoogmerk heeft tien parken in beheer in Malawi, Zambia, Democratische Republiek Congo, Rwanda, Congo, Centraal-Afrikaanse Republiek en Tsjaad met een totaal van 6,1 miljoen hectare.

De organisatie beheert niet alleen natuurparken, maar herstelt ze ook. De parken worden beter beschermd tegen stroperij, met de grootste groep rangers van Afrika, waardoor het herintroduceren van lokaal uitgeroeide diersoorten weer een reële optie wordt. AP stimuleert ook de ontwikkeling van omliggende arme gemeenschappen, inclusief alternatieve vormen van levensonderhoud, om te voorkomen dat mensen het park leegkappen en -stropen. Uiteindelijk moet in de parken een winstgevende vorm van ecotoerisme op gang komen, zodat ze zichzelf kunnen bedruipen. AP streeft naar negen nieuwe parken, waaronder een eerste marinepark in Mozambique.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.