De groene roos

Net als het bintje, dat andere oer-Nederlandse cultuurgoed, dreigt de klassieke kropsla het veld te ruimen. De consument koopt liever voorgesneden groen....

Kropsla. De dichter Rutger Kopland moet een krop sla voor ogen hebben gehad toen hij bovenstaand gedicht schreef. De groene roos. Slappe blaadjes in vochtige bedjes. Kopland stak niet de draak met het dikke blad van de ijsbergsla, hij plengde geen tranen vanwege de dieppaarse kleur van de lollo rosso of de grillige krullen van de eikenbladsla.

Sla is kropsla, botersla voor wie heel erg eigentijds wil doen. Groene blaadjes om een gelige krop, die geniepig kan doorschieten naar kniehoogte als je op een warme zomerdag even niet oplet en vergeet water te geven. Wat overblijft is konijnenvoer.

Dat oer-Hollandse cultuurgoed dreigt net als het bintje, de aardappel uit het noorden, te verdwijnen, gedoemd tot een leven achteraf in de volkstuin.

In rotten van vier rukten cameraploegen en journalisten uit, toen slatelers met gevoel voor dramatiek het einde van de kropsla voorspelden. Weggedrukt door de moderniteit van een voorgesneden mix in een plastic zakje, blaadjes van een steviger soort dan de kropsla, langer houdbaar, schreeuwend duur. De consument maalt niet om de krop. De consument kiest gemak en daar is de kropsla niet van.

Voor tuinder Bas van der Waal is er niets nieuws onder de zon. Zijn vader begon 25 jaar geleden al met de teelt van ijsbergsla, als alternatief voor de krop. Acht dagen houdbaar, tegen de krop drie. Met twee broers runt Van der Waal het voormalig ouderlijk bedrijf, inmiddels een modern kassencomplex in Ridderkerk, onder de rook van Rotterdam.

Twintigduizend vierkante meter glas, alleen voor sla. Van der Waal gaat voor naar een lege kas en houdt halt naast een freesmachine. Hier en daar steken slablaadjes uit de koude grond, resten van kroppen die hij heeft weggefreesd, zeg maar afgemaaid, en op de composthoop gegooid. Want, zegt hij, een teler is een tevreden mens als hij dertig eurocent voor een krop vangt. Per vorstperiode moet er drie cent bijkomen. We hebben deze winter twee vorstperioden gehad, dus hij zou in z'n handen wrijven met 36 cent de krop. Wat dan als je 19 cent krijgt, of 18 of 17? 'Tien cent onder de kostprijs. Toen hebben we de sla maar weggefreesd.'

Of hem dat niet aan het hart gaat? Van der Waal grijnst breed: 'Het maakt mij niks uit. Ik heb niks met kropsla als er geld bij moet.'

Sterker nog, hij en zijn broers beraden zich of ze de krop weer moeten inzaaien. Misschien is het voorgoed over en uit.

Vierduizend jaar voor het begin van de jaartelling werd de kropsla het eerst opgemerkt in het Midden-Oosten en Azië. De plant was berucht vanwege het slaapverwekkende en bittere melksap dat lactucarium heet. Latuw, zeiden wij hier in de Middeleeuwen daarom tegen de kropsla en we gebruikten het melksap van de wilde sla als opium of als verdovend middel bij medische ingrepen, vaak in combinatie met bilzekruid en gevlekte scheerling. Die gifsla is de voorouder van de gewone Hollandse kropsla, zeggen kenners.

De sla smaakt al lang niet meer bitter, zijn reputatie van slaapverwekker is de kropsla ook kwijt en het is aan de voortgaande veredeling te danken dat de krop in omvang is geslonken. In het buitenland krijgen ze exemplaren van zo'n 2,5 ons op tafel, achttien planten op een vierkante meter. Hier liggen kroppen van 3 tot 3,5 ons in de schappen.

Gaandeweg veranderde de kropsla van een mals blaadje in het stiefkind onder de slasoorten. Goed om de teler door de donkere wintermaanden te helpen. De afgelopen maanden zijn er in de kassen van Van der Waal 300 duizend stuks gegroeid. Ze moeten de kas uit om plaats te maken voor nieuwe soorten, die kleur hebben en licht behoeven. Hoe meer licht, hoe paarser de lollo rosso. Dat wil de consument, zegt Van der Waal, als hij op zijn knieën plantje na plantje poot in ontelbaar lange rijen.

''s Winters hoef je al lang niet meer te kiezen tussen spruitjes, witlof of sla. Er is krulandijvie, Hollandse bloemkool, ijsbergsla uit Spanje - van alles. De eettrend verandert. Bij mij thuis niet hoor, maar in de meeste gezinnen werken man en vrouw. Ze gaan gauw om zes uur naar de winkel, brengen een zakje gesneden sla mee en hebben hun eten om halfzeven op. Om zeven uur staan ze op de tennisbaan', zegt Van der Waal.

In Ridderkerk weet hij zich omringd door slatelers. Meer dan de helft van alle telers in Nederland (60 tot 65 procent) verkoopt via The Greenery, grootleverancier in groenten en fruit. De aandelen van The Greenery zijn in handen van de coöperatie VoedingsTuinbouw Nederland (VTN), waarin de telers zijn verenigd. De 2600 aangesloten bedrijven hebben zich verplicht hun producten af te zetten via The Greenery.

Van der Waal is loyaal aan The Greenery - constructief meedenkend, zeggen ze daar, omdat hij kritiek niet onder stoelen of banken steekt. Wat hem betreft moet de organisatie anders omgaan met de telers, flexibeler handelen, nieuwe wegen inslaan. Vlak bij hem in Ridderkerk zitten jongens die voor Albert Heijn telen en dertig cent per krop krijgen. Dat steekt.

Van der Waal: 'De sla ligt in de supermarkt voor 95 cent. Reken uit hoeveel de handel kost. Ik vraag me af waarom telers niet direct een afspraak kunnen maken met de supermarkten . Nee, niet om The Greenery heen, via The Greenery. Al was het maar om ze daar scherp te houden. Kropslatelers zitten aan het randje.'

Onder elkaar praten de telers over de vrije jongens die aan de hoogst biedende verkopen, als het maar ónder The Greenery-prijs is. Of hun collega's die weliswaar lid zijn van The Greenery, maar onderhands de markt bedienen.

Uit de school klappen doen ze niet, klagen wel. The Greenery is ze te duur, de drempel te hoog. Van der Waal ziet het liefst dat zijn afnemer de veilingklok stilzet, geen openbare prijzen meer noemt en de telers toestaat rechtstreeks in zee te gaan met de koper. Hij wil dat de telers hun koppen bij elkaar steken en 'puur over de kropsla' in samenwerking met The Greenery prijsafspraken maken.

Zo is het gegaan met de gekleurde sla. Twee jaar terug zochten 33 telers elkaar op in een vergaderzaaltje. Zij hadden één woordvoerder en draaiden hun neus allemaal dezelfde kant op. 'Dan springt er niet één kikker uit de kruiwagen. We hebben gedraaid als een trein', zegt Van der Waal.

Want nu dreigt er tweespalt, zegt Van der Waal. Binnen twee maanden, als er niets gebeurt. Ruzie tussen de telers en The Greenery. 'We moeten één grote club worden die zorgt voor de krop. Niemand wordt er beter van als het collectief uit elkaar valt. Stelen mag niet, meenemen zonder te betalen mag ook niet, buiten The Greenery verkopen mag niet, maar moet je dan maar gewoon de sla opsnijden?'

Nee, reageren Regina van Hoof, hoofd communicatie en relatiemanager Wim van de Wiel van The Greenery. Zij zijn niet ongevoelig voor de voorstellen van Van der Waal, binnenskamers wordt er flink nagedacht over een oplossing. Maar The Greenery kan nooit de prijs dicteren, zeggen ze. Er is een markt, ook een buitenlandse, dáár wordt de prijs bepaald.

'Wij begrijpen ook wel dat het verleidelijk is als de koper tien cent meer wil betalen. Maar je kunt geen prijsafspraken met externen maken. Jij als teler dupeert andere telers, je haalt een kort succesje. Nu ben jij degene die onder de prijs duikt, de volgende dag is het iemand anders en zo ga je door tot je er helemaal niets meer voor krijgt. Voor je het weet heb je ruzie.'

De neergaande trend is al langer te zien, maar het is ook nog eens een heel slecht jaar. Het is belangrijk dat de telers elkaar en The Greenery vertrouwen. Anders gaan de grote jongens met de winst lopen, die kunnen het 't langst volhouden.'

Op naar de winkel. In de dure zaken doet de krop deze week bijna twee euro. Al gauw een euro meer dan in de gewone groentezaak. Gerrit Barendse in de Amsterdamse Rijnstraat vraagt 98 cent voor de krop die hij inkocht voor 65 cent. Rond de jaarwisseling was de krop het duurst. Toen vroeg hij er 1,25 euro voor en betaalde hij de groothandel 98 cent. Niet dat hij er rijk van wordt. Hooguit twaalf kroppen per dag verkoopt hij, tegen twaalf kisten vroeger.

De terugloop is niet alleen te wijten aan omslachtige bereiding van sla, ook aan andere kookmores. 'Mijn vrouw maakt de sla zoals m'n moeder. Ze blust die af met hete boter, dan slinkt ie flink. Ik eet sla met van die ordinaire salatasaus, rauwe ui erbij, fantastisch lekker. Zo doen Amsterdamse mensen dat. Jongeren niet, die eten sla rauw en dan hou je van zo'n kropje gelijk de helft over. En of dat lekker is, ik weet het niet, maar ja, ik ben van een andere generatie.'

De krop heeft het moeilijk, dat ziet groenteman Barendse ook wel. Maar dat de krop op sterven na dood is, daar gelooft hij niets van. Hij zag de telers op televisie, hoorde hun jammerklachten en dacht: ik zou eens met ze moeten praten over hoe het beter kan. 'Op tv zag je zo'n teler de waterspuit zetten op sla. Dan denk je: moet dat nou? Het was jumbo-sla, twaalfjes, allemaal voor de export. Zo'n teler krijgt er heus 50 eurocent voor, dat is toch al gauw een gulden.

'Nee, nee, ik ga niet echt met ze praten, dan zeggen ze toch: groenteman, ga naar een andere teler. Weet je , Shakespeare zei het al: Handel is diefstal.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.