De Groene Amsterdammer is groot geworden door klein te blijven

Wat is lezenswaardig deze week? Vandaag: De Groene Amsterdammer viert zijn jubileum met een veelzijdig themanummer over, jawel, de elite.

De Groene Amsterdammer bestaat 140 jaar. Dat is een prestatie van formaat. Veel van de concurrenten zijn verdwenen, noodgedwongen gefuseerd of moesten de frequentie terugbrengen tot een maandelijkse, zoals Vrij Nederland.

Het is dus begrijpelijk dat Xandra Schutte, ook alweer bijna tien jaar hoofdredacteur, in haar inleiding het glas heft op het dubbelnummer. De Groene floreert, 'althans als je naar onze oplage en financiële gezondheid kijkt'. Die oplage is ruim 20 duizend, en stijgend. Als een blad groot is geworden door klein te blijven, is het De Groene wel.

De elite, is het prikkelende thema van het dubbelnummer. Niet alleen vanwege de actualiteit - mensen mopperen tegenwoordig vaak op iets wat zij de elite noemen - is het goed gekozen. De Groene is, aldus Schutte, altijd een 'tijdschrift voor de maatschappelijke voorhoede geweest, of vooruit: voor de elite'. Waarbij ze aantekent dat de elite te allen tijde moet erkennen dat ze een elite is, een groep 'met een bevoorrechte positie'.

De brainstorm op de redactie heeft een veelzijdig themanummer opgeleverd. Dat de keuze voor sommige verhalen, bijvoorbeeld over een tandarts voor de armen, wat geforceerd lijkt, is niet bezwaarlijk. Thierry Baudet is natuurlijk ook van de partij, in een stuk van Aukje van Roessel over het vermaledijde partijkartel.

Herkenbaar is het verhaal over de 'groene elite'. Aanleiding is de jaarlijkse 'Duurzame 100' van Trouw, een lijst die wordt gedomineerd door 'witte, hoogopgeleide mannen in pak, die elkaar op de schouders en zichzelf op de borst kloppen'.

De lijst van Trouw staat niet op zichzelf. 'Bewust consumeren is een niche-activiteit, een hobby voor hoogopgeleiden.' Donald Pols, directeur van Milieudefensie, formuleert het nog krachtiger: hij signaleert een 'zelffeliciterende elite die zich afkeert van de massa', terwijl klimaatverandering juist vraagt om collectieve oplossingen.

Ook een essay van Stephan Sanders over toerisme van de 'weldenkende kosmopoliet' is confronterend. Sanders neemt zichzelf en een stedentripje als voorbeeld. Al snel vallen de namen van goedkope vliegmaatschappijen en Airbnb en wordt een stad, Malaga, van binnenuit aangevreten en opgeslokt door buitenstaanders.

Met een vraag stelt Sanders onze ongebreidelde reislust ter discussie: 'Het mensenrecht om je even terug te trekken uit je dagelijkse leven, soms wel zes of acht keer per jaar (de weekendtrip, de midweek): wat maakt ons leven zo ondraaglijk dat het telkens ontvlucht moet worden?'

Stop ermee, is het dringende advies. 'Weg met het toerisme.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.