De Griekse bom is ontmanteld

Wat heeft de EU eigenlijk goed samengewerkt in de redding van de euro, vindt Xander van Uffelen. Maar econoom Sinn is een stuk minder optimistisch.

null Beeld Illustratie Gees Voorhees
Beeld Illustratie Gees Voorhees

In de aanloop naar de Griekse verkiezingen van zondag flikkerde het oude crisisgevoel soms even op. De beurs van Athene duikelde omlaag, de Britse pers stofte de term Grexit af en waarschuwde weer voor het uiteenvallen van de eurozone. En Angela Merkel liet uitlekken dat wat haar betreft de maat vol is en dat de Grieken niet langer hoeven te rekenen op ongebreidelde steun.

Maar enige onrust over een ontwrichtende uitslag van de Griekse verkiezingen op de gevreesde financiële markten bleef uit. Beleggers en investeerders of - zo u wilt - speculanten hebben tegenwoordig andere kopzorgen: de gekelderde olieprijs, de verzwakte Russische roebel, de kapitaalvlucht naar Zwitserland en nu misschien de instabiliteit van de Deense kroon. Maar van de euro, of van de rentes van de eurolanden bleven ze af. Sterker nog, de geplaagde en beschimpte Zuid-Europese landen betalen nauwelijks nog rente over hun staatsobligaties en zagen hun rentes de afgelopen weken verder dalen. Ook als het radicaal linkse Syriza zondag de overwinning behaalt, zal het naar verwachting rustig blijven, op wat gedoe op de Atheense beurs na. De Griekse bom, die drie jaar geleden de euro nog leek te gaan versplinteren, is onschadelijk gemaakt.

De redding van de eurozone is te danken aan een veel eensgezindere aanpak van de problemen dan velen zich realiseren. Iedereen heeft weet van de problemen met de euro en alle kritiek op de munt, maar de hobbelige wegen naar oplossingen zijn minder bekend. Terwijl politici in Europa, vaak zonder dat te benadrukken, de weg van eenheid hebben ingeslagen. Harmonie tegen wil en dank.

Noodfonds

Allereerst was er die zak geld van 240 miljard euro voor de Grieken en het noodfonds van 750 miljard euro voor de overige probleemlanden. Door het overnemen van de Griekse staatsobligaties wisten de regeringsleiders het directe besmettingsgevaar van de eurozone af te wenden. Die redding ging gepaard met een zwaar bezuinigings- en hervormingsprogramma voor de Griekse economie, als signaal aan de buitenwereld dat Europese landen wel degelijk hun schatkist op orde kunnen krijgen.

Dan wist de Europese Unie een reeks maatregelen te nemen om nieuwe probleemgevallen af te wenden. Er kwam een bankenunie, waardoor op Europees niveau grote banken worden gecontroleerd. Brussel kreeg een budgettsaar en mag nu boetes uitdelen wanneer een land als Frankrijk zijn begroting verkwanseld. Hoewel er twijfels zijn over de voortvarendheid waarmee Brussel zal ingrijpen, mocht de crisis opnieuw oplaaien, het heeft nu wel die macht.

De Europese Centrale Bank speelde bij de redding een cruciale rol door geld te injecteren in de verzwakte Europese banken. Met zijn woorden dat hij alles op alles zou zetten om de euro te redden, wist bankpresident Mario Draghi de financiële markten te temmen en de rentes in Europa te laten dalen. En afgelopen donderdag deed hij er nog een flinke schep bovenop door de geldpers verder aan te zetten en staatsobligaties op te kopen.

Maar het allerbelangrijkste wellicht is dat Europeanen samen de crisis hebben gedragen, vaak zonder dat ze het zo bewust ervaren. Tegenstanders van de euro in Duitsland en Nederland hekelen gechargeerd gezegd soms de uitvretende zuiderlingen. In het Zuiden is er gelijksoortige kritiek te horen op de hardvochtige noordelingen die hen in de kou laten staan. Maar het is een misvatting dat de rekening van de crisis eenzijdig door een van beiden is betaald. Iedereen betaalt mee. De Grieken werden werkloos, verloren hun inkomen en zagen koopkracht en dus hun levenspeil kelderen. In mindere mate moesten ook de Ieren, Portugezen, Italianen en Spanjaarden bloeden voor de hoge staatsschulden van hun landen.

null Beeld Illustratie Gees Voorhees
Beeld Illustratie Gees Voorhees

Anderzijds werd de Nederlandse en Duitse economie meegezogen in de eurocrisis en de bijbehorende bezuinigingsdwang, waardoor ook hier banen verloren gingen en huizen in waarde kelderden. Overal in Europa is er geleden om de euro te redden.

Nu de eurocrisis is weggeëbd en acute dreiging van ontmanteling of ineenstorting van de eurozone is afgewend, kampt de euro nog altijd met een beroerd imago. En dat is ook goed te begrijpen, want de Europese economie hapert, de werkloosheid is hoog en de gekozen redding is verre van ideaal. En een crisis kan altijd weer opvlammen, zo heeft de vorige wel geleerd. Maar de omstandigheden zijn wel fundamenteel gewijzigd. Het zijn niet langer de bankiers of de investeerders die de euro aan het wankelen kunnen brengen. De economische basis onder de euro is immers redelijk stabiel. Het lot van de euro ligt juist in handen van de politici en daarmee in handen van hun kiezers. Want alleen de politieke basis onder de euro is wankel.

Strikte kaders

Politici en kiezers kunnen genoeg redenen aanvoeren om de euro te vervloeken. Veruit het belangrijkste bezwaar is en blijft het verlies van nationale autonomie. Officieel is een overheid de baas in eigen land, maar in de praktijk leggen de eurolanden zichzelf steeds striktere kaders op. Deze inmenging is ongemakkelijk, vooral als kiezers eigenlijk een andere oplossing willen. In de hoogtijdagen van de crisis voelde de Nederlandse overheid zich bijvoorbeeld gedwongen om flink te bezuinigen. Als Nederland niet het goede voorbeeld zou geven, zou Italië niet volgen, zo was de redenering. Die afweging was vast anders uitgevallen als Nederland op dat moment een eigen munt had gehad, maar die speelruimte is binnen één eurozone verdwenen.

De afgedwongen solidariteit is een tweede nadeel van de eurozone. De sterke landen moeten in hun eigen belang (ze profiteren als exporteurs ook van de euro) wel meebetalen aan de fouten van de zwakke landen. En nu de crisis is weggeëbd en de hervormingsdrang in bijvoorbeeld Frankrijk en Italië afneemt, bestaat vooral in Noord-Europese landen de vrees dat de rekening meer op hun bord geschoven wordt. De beslissing van de ECB om de geldpers aan te zetten, vergroot het risico dat de sterke landen meebetalen aan de zwakke landen. Nu de ECB de rente extreem laag weet te houden, voelen landen in Zuid-Europa minder noodzaak om te hervormen en stellen wankele banken de noodzakelijke saneringen uit. Noord-Europa kan daarvan de dupe worden. Ook binnen landen bestaat dergelijke solidariteit - waarbij de Randstad bijvoorbeeld meebetaalt voor Limburg. Maar binnen de eurozone voelen veel Duitsers, Nederlanders en Finnen zich ongelukkig met deze situatie.

De gebrekkige democratische legitimiteit is de derde grote weeffout van de eurozone. Op Brussels niveau hebben de regeringsleiders wel geopereerd als één geheel, maar de kiezer kan zich er nauwelijks over uitspreken. Landelijke verkiezingen gaan over meer dan alleen de euro, en zijn dus niet geschikt als graadmeter van de euroliefde. En de verkiezingen voor het Europees Parlement, waar ook meer onderwerpen een rol spelen, geven weer geen mandaat over de aansturing van de eurozone en hebben dus geen effect op de munt. De kiezer staat over de euro dus grotendeels buitenspel.

Geen koerswijzigingen

Tot nog toe hebben al deze bezwaren de eenheid van de gemeenschappelijke munt nauwelijks kunnen raken. Elke keer als er de afgelopen jaren ergens in Europa een verkiezing was, heeft de verzwakte euro en de Griekse crisis weliswaar meegespeeld als thema in de campagnes. Maar tot doorslaggevende koerswijzigingen van politici in de eurozone heeft dit niet geleid.

In Nederland voerde Geert Wilders een tijdje een anti-eurocampagne ('Geld voor de zieken niet voor de Grieken'), maar daarmee wist hij weinig te bereiken. Inmiddels is de islam toch weer zijn hoofdonderwerp. De anti-europartij Alternative fur Deutschland wist in Duitsland bij de landelijke verkiezingen de kiesdrempel nog niet te halen, wint wel aan populariteit, maar is nog ver verwijderd van regeringsdeelname. Een grote populistische partij als Front National van Marine Le Pen heeft geen behoefte om - mocht zij de macht grijpen - de euro in te wisselen voor de franc. Ook tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement kreeg de sceptische eurostem in Europa onvoldoende kracht om invloed uit te oefenen.

Politici die wel regeringsdeelname wisten te bemachtigen, klinken ook soms kritisch over de euro. Mark Rutte voerde in 2012 een anti-Brussel-campagne, maar gaat sindsdien als premier altijd heel cooperatief naar Europese vergaderingen. François Hollande zou het allemaal anders doen, weet de scherpe kantjes van bezuinigingen af te veilen, maar is verder erg pro-euro. De Italiaanse politicus Matteo Renzi zou als premier de afspraken met Europa heronderhandelen; weinig meer over gehoord sindsdien. De Griekse premierkandidaat Alexis Tsipras van Syriza is zelfs al voor de uitslag een gematigde toon aan het aanslaan. Hij wil wel schuldensanering van Brussel, maar dreigt niet langer uit de euro stappen. Kritiek en ongenoegen genoeg, maar geen effect. De stilzwijgende meerderheid van de kiezers blijft de euro steunen, of voelt zich niet geroepen te protesteren. Eensgezindheid bleef en blijft het gemeenschappelijke kompas.

Het verzet tegen de euro, wat je daar ook over denkt, heeft in de eurozone tot nog toe weinig klaar gespeeld, zo moet de conclusie zijn. Dat kan over vijf of tien jaar heus anders zijn - want de fundamentele problemen zijn niet opgelost - maar het lijkt er niet op dat de Griekse uitslag van zondagavond de huidige politieke eensgezindheid over de euro gaat ondergraven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden