De grenzen van het 'nultilateralisme'

HOE meer de wereld zich laaft aan de door de Verenigde Staten vormgegeven wereldorde, gebaseerd op democratie, vrije markt, mensenrechten en op Amerikaanse leest geschoeide multilaterale instellingen - hoe sterker de aandrang in Washington zich daarvan af te keren....

Kort geleden vatte Richard Haass, hoofd van de planningsstaf op het State Department, Amerika's houding tegenover internationale samenwerking samen als 'multilateralisme à la carte'. De VS onderzoeken van elk akkoord of verdrag of het een goed akkoord is en of het in Amerikaans belang is. Zo niet, dan gaat het de prullenbak in. Dat klinkt redelijk, maar het verhoudt zich slecht tot de internationale praktijk waarin een gemankeerd akkoord vaak beter is dan helemaal geen akkoord.

Het wantrouwen tegen internationale verdragen is geen uitvinding van de regering-Bush. Dit zogeheten unilateralisme - de afkerigheid van internationale regels die de eigen bewegingsvrijheid inperken - was ook onder president Clinton voelbaar. Maar Clinton was de unilateralist-met-een-vriendelijk-gezicht. Een president wiens retoriek bol stond van de gezamenlijke aanpak van mondiale problemen, maar die (behalve de vrijhandelsovereenkomst Nafta) niet één verdrag door het Congres wist te slepen. Zoals het Internationaal Strafhof, het Landmijnenverdrag en het Kernstopverdrag.

In de regering-Bush daarentegen wordt de unilaterale reflex versterkt door een ideologische afkeer onder conservatieven tegen bindende internationale afspraken. Bush zegt zeer te hechten aan de relatie met Amerika's bondgenoten, maar is druk doende hen van zich te vervreemden door een gezamenlijke aanpak van het milieu of de wapenbeheersing te torpederen.

De serie afgeschoten verdragen vormt een intrigerend schouwspel: een wereldmacht die haar eigen imperium afbreekt. En waarom? Omdat dat imperium in de ogen van conservatieve Republikeinen slechts een instrument was om de Koude Oorlog te helpen winnen. Een uitzondering op de oude traditie zich niet aan knellende allianties te wagen. De kans is daarom reëel dat Bush zich niet slechts als unilateralist zal ontpoppen, maar als nultilateralist. De president die zijn land ontdeed van een imperium en de ballast van een voorbije oorlog.

Het wachten is nu tot de wal het schip keert.

Internationaal, want de VS blijven gebaat bij een wereldorde waarin verdragsgewijs de auteursrechten van Amerika's uitvindingen worden beschermd en waarin agressorstaten zichzelf isoleren door algemene normen te schenden. Vandaar ook dat Bush zich nooit openlijk tot het nultilateralisme zal bekeren. Het welbegrepen eigenbelang blijft het op veel fronten (en zeker op handelsgebied) winnen van de ideologische afkeer van verdragen.

Maar de tegenkrachten voor het nultilateralisme zullen ook uit Amerika zelf moeten komen. Daar worden presidenten en Congresleden gekozen. In de Europese publieke opinie wint de gedachte dat de VS het Rijk van het Kwaad van de 21ste eeuw worden, aan populariteit. Deze karikaturale benadering gaat eraan voorbij dat Amerikaanse burgers net zozeer (of even weinig) bezorgd zijn over het milieu, de mensenrechten en de dreigende polarisering tussen arm en rijk in de wereld als Europese. Met dat verschil dat ze zich effectiever organiseren, getuige het feit dat in oorsprong zowel de milieubeweging, als de mensenrechtenlobby én de protestbeweging tegen mondialisering, Amerikaanse producten zijn.

In een land waar de civil society zo sterk is, zal Bush' blauwdruk voor een nieuwe wereldorde onvermijdelijk op weerstand stuiten. Dat dit ook geldt voor Bush' achterban blijkt nu al, uit het overlopen van senator Jeffords, het toegenomen verzet onder gematigde Republikeinen in het Congres en de protesten die Bush' pro-business energie-beleid bij veel Republikeinse kiezers opwekt.

Ondanks de verlokking van het nultilateralisme, zal Bush vroeg of laat worden geconfronteerd met de grenzen van zijn aanpak. En mocht dat lang gaan duren, dan is er altijd nog de troost dat zijn 'multilateralisme à la carte' ook bij andere landen op grote schaal tot vals spelen aanzet - en daarom onwerkbaar is.

Soms meedoen en soms niet is geen optie, zeker niet voor een land dat door zijn macht is gedoemd tot een leiderschapsrol. Dus áls president Bush volhardt in zijn aanpak, loopt hij het risico dat zijn wereldorde ten onder gaat aan haar eigen innerlijke tegenstrijdigheden. Zoals ooit het door Bush verfoeide Sovjet-communisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden