De Grave beschermt landmacht

Minister De Grave van Defensie doet zijn uiterste best om niet in het Srebrenica-moeras te zakken. Opvallend is echter zijn coulante houding tegenover bevelhebber Schouten van de landmacht....

Sinds zijn aantreden op Defensie ruimt minister De Grave de rotzooi op van zijn voorganger Voorhoeve. De Grave wil naam maken als bestuurder met een ingrijpende herstructurering van de krijgsmacht. Maar de ambitieuze VVD-minister heeft de eerste elf maanden van zijn ministerschap alle zeilen moeten bijzetten om niet in het Srebrenica-moeras te worden getrokken.

Voorhoeve trok nooit personele consequenties als militairen hem in zijn hemd zetten. Zo durfde hij landmachtbevelhebber Couzy, die verre van scheutig was met informatie over Dutchbat, niet aan te pakken.

Toen hij net minister was, waarschuwde De Grave hard te zullen optreden tegen militairen die niet loyaal zijn. 'Hoe hoger de rang, des te lager de tolerantie', brieste de voormalige soldaat-schrijver.

Vervolgens voorkwam hij dat brigade-generaal Roos bevelhebber van de marechaussee werd. Roos had wangedrag van uitgezonden militairen in Angola niet aangepakt.

Vertrekkend bevelhebber Fabius van de marechaussee, die vuile handen had gemaakt met Srebrenica, werd een bevordering tot luitenant-generaal-titulair onthouden. Daarna werd woordvoerder Kreemers van zijn functie ontheven, na het publiceren van een artikel waarin hij pleitte voor een parlementaire enquête over Srebrenica. Kreemers beschuldigde in dat stuk de Militaire Inlichtingendienst (MID) er al van een dubieuze rol te hebben gespeeld in de nasleep van de val van de Moslim-enclave.

Dinsdag verdween de top van de MID van het toneel, omdat de minister niet was ingelicht over een onderzoek naar rechts-extremistische uitlatingen van Dutchbat-soldaten.

De Grave had het gisteren over het 'weghalen van rotte appels'. Maar hij durfde niet te zeggen dat nu alles over Srebrenica boven water is. 'Ik blijft alert', zei hij.

Hij wees erop dat sinds zijn aantreden 'veel ten goede' is veranderd. 'Vanuit Defensie zelf is er een grote behoefte om het Srebrenica-dossier te vervolmaken.'

Maar met de MID, die al sinds 1987 wordt gereorganiseerd, zit het nog niet goed. Elk krijgsmachtdeel houdt er namelijk ook een eigen inlichtingendienst op na, die vaak niet samenwerkt met de overkoepelende MID. Zo speelde de inlichtingendienst van de landmacht een eigenzinnige rol in de nasleep van Srebrenica.

Het is díe club die onder leiding stond van de huidige Nederlandse contingentscommandant in Kosovo, brigade-generaal Bokhoven, die het onderzoek deed naar rechts-extremisme. De twee leden van de MID-top die gisteren aan de kant zijn gezet, zijn daar formeel verantwoordelijk voor. Maar zij hadden tijdens de val van de enclave een andere functie.

Het was opmerkelijk dat De Grave de landmacht gisteren uit de wind hield. Hij meldde de Kamer dat hij landmachtbevelhebber Schouten heeft gevraagd of hij wist van het onderzoek. 'En zo ja, of dat aanleiding heeft gegeven tot maatregelen.' Maar dat had de minister toch ook kunnen doen vóór hij de Kamer een brief stuurde?

Tegenover de Volkskrant bevestigde De Grave dat hij de informatie over het rechts-extremisme niet van de MID heeft gekregen. Van wie hij het wel had, wilde hij niet zeggen. Zou de bron soms generaal Schouten zijn?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.