De grap eraf

Op televisie gelden andere humorregels dan binnen de huiskamermuren. Dat werd de afgelopen tijd een paar keer pijnlijk duidelijk. In de verwarring die hierover is ontstaan, kun je je afvragen: waar is de beul en wie trekt de grens?

Op 30 december noemde Youp van 't Hek op televisie Humberto Tan 'die Raboneger'. Dat was in het programma 5 jaar later van Jeroen Pauw. Niets gebeurde. In het jaar dat elke ongelukkige uitspraak werd uitvergroot, vermenigvuldigd en veroordeeld ging deze uitglijder niet door de schandpaalmolen. Op Twitter maakten welgeteld drie personen zich druk. Geen enkele columnist klom in de pen. Het fragment werd nergens herhaald.


Zijn we relmoe?


Welnee, het had te maken met wat Van 't Hek daarna zei. 'Er is een groot verschil of je een grapje in een café maakt, dat je gewoon met je vrienden in de kroeg staat, of dat je het op televisie doet', zei hij tegen Pauw. 'Ik ben nu op televisie dus ik zal hier Humberto Tan nooit de Raboneger noemen.' Hard gelach volgde. 'Maar als ik in de kroeg sta met mijn vrienden, en ze zeggen 'Humberto Tan', dan zeg ik: 'O, je bedoelt die Raboneger!''


De cabaretier raakte aan de kern waaraan zo veel mensen het afgelopen jaar hun vingers brandden: het verschil tussen publiek en privé uit het oog verliezen, oftewel: vergeten dat je niet thuis in de zitkamer of in de kroeg bent, maar in een tv-studio.


De lijst met vergeetachtigen en blinden is lang. René van der Gijp trapte het jaar af met de opmerking dat voetbal geen spel is voor homo's en dat zij liever in kapperszaken werken. Hij deed dit in een programma dat met opzet de sfeer van een café of kantine probeert na te bootsen: het bier vloeit rijkelijk, achter de tap staat een vrijwilliger van een voetbalclub en het niveau van de grappen ontstijgt dat van de kantine niet.


Toen Johan Derksen vorig jaar in een interview gewezen werd op het verschil tussen grappen maken en iemand belachelijk maken, zei Derksen - zoals hij al vaker deed - dat ze bij VI praten alsof ze aan de stamtafel zitten en zich soms niet realiseren dat er camera's zijn. Toch vreemd voor iemand die regelmatig boekjes uit eigen stal als een marktkoopman omhoog houdt, omdat er zo veel mensen kijken.


Na Gijp was het even stil, maar toen het zwartepietendebat racisme weer pontificaal op de agenda had gezet, ging in november de een na de ander publiekelijk in de fout om al even publiekelijk aan de schandpaal te worden genageld. Stuk voor stuk voorbeelden van grappen die - als je een beetje verbeeldingskracht gebruikt - in de privésfeer niet eens zo hard zouden klinken.


Volgens Jack Spijkerman in RTL Late Night was Humberto Tan 'niet alleen donker, maar ook nog dom'. Om er meteen aan toe te voegen: 'Ik mag het tegen hem zeggen, hoor.'


Dat laatste zou zomaar waar kunnen zijn. Waarschijnlijk kennen de twee elkaar redelijk en als zij zich tot elkaar richten in een gesprek, weliswaar in een studio, kan de grens tussen voor en achter de schermen vervagen. Hij mocht het inderdaad tegen hem zeggen - onder vier ogen, maar niet in het bijzijn van een miljoen kijkers. Tan was beledigd, dat viel op te maken uit zijn gepijnigde glimlach.


En Gordon vernederde in Holland's Got Talent een jongen van Aziatische afkomst, onder meer met de clichématige vraag: 'Welk nummer ga je zingen? Nummer 39 met rijst?' Dit werd door veel mensen als kwalijk gezien, omdat hij iemand in een kwetsbare positie - een zanger die auditie doet - in zijn gezicht voor een groot publiek beledigde. Eén op één had de jongen die grap misschien kunnen hebben.


Toen Gordon in het programma Effe geen cent te makken met Gerard Joling op een buurtborrel grappen maakte over Lucille Werner ('Het leven is net als Lucille Werner, het kan raar lopen'), viel niemand daarover. Is het minder erg als een opmerking achter de rug om wordt gemaakt? Ook voor Gordon moet het moeilijk zijn te schakelen tussen contexten. Wanneer kan hij een grap maken? Is het anders omdat hij, deels, grappenmaker van beroep is? Dat bleek uit de reactie van RTL: Gordon ontziet niemand, dus dan mag het. Als je altijd grappen maakt, maakt de context dan niet meer uit?


Begin december kwam Mart Smeets in opspraak toen hij in Sterren op het doek zei dat een kunstenaar 'een bestraffende Amstelveens-Joodse manier om naar iemand te kijken' had. Hij zei dit rechtstreeks tegen de kunstenaar, maar die liet zijn ongenoegen niet blijken. Dat deed hij in De Telegraaf, pas maanden na de opnamen en een paar dagen na de uitzending.


De morele verontwaardiging is telkens groot, een teken dat politieke correctheid tegenwoordig weer de norm is, maar hoe keurig zijn we zelf in intieme sfeer? Wie maakt zich nooit schuldig aan een racistische, homofobe of seksistische opmerking? En hoe zouden die landen in een praatprogramma op televisie?


Opvallend is dat de meeste incidenten in eerste instantie weinig ophef veroorzaakten. Pas toen ze in een frame van discriminatie werden geplaatst door een ander medium volgde breedgedragen verontwaardiging. De Chinezengrappen van Gordon moesten eerst door het Amerikaanse blog Reddit worden aangekaart voordat men zich er, bijna een week na dato, in Nederland druk over begon te maken.


Het fragment van Spijkerman en Tan werd bij De Wereld Draait Door herhaald en door Matthijs van Nieuwkerk aangekondigd met: 'Als Zwarte Piet racistisch is, wat is Jack Spijkerman dan wel niet?' Spijkerman zei beveiligd te moeten worden toen hij naar aanleiding van de uitzending van DWDD dreigementen ontving.


En de kunstenaar van Sterren op het doek die een bestraffend portret van Smeets had gemaakt, beklaagde zich in De Telegraaf over diens opmerkingen, die volgens hem de woede van de Joodse gemeenschap gewekt hadden, al werd daar geen bewijs voor geleverd.


Het lijkt erop dat mensen wachten op een startsein van de beul. Als het voor alle omstanders veilig is, is het schavot geopend. De media stonden op scherp na felle discussies over Zwarte Piet en de massa, die zich zomaar voor racist uitgemaakt zag, greep vervolgens kans op kans om de echte racisten eruit te lichten.


Nog verder ging het foutegrappendebat toen Leon de Winter in De Telegraaf schreef dat hij moest 'kotsen' van columnist Sylvia Witteman, die in een interview in Volkskrant Magazine had gezegd dat ze thuis met vrienden graag flauwe grappen maakt over concentratiekampen of gemene dingen zegt over Anne Frank. Strikt genomen voelde Witteman hier de grens tussen publiek en privé feilloos aan, ze maakte immers geen foute grap in het openbaar, ze bekende alleen dat ze dat wel thuis deed.


Toch werd ze terechtgewezen door Leon de Winter, die momenteel samen met zijn vrouw Jessica Durlacher een toneelstuk over Anne Frank schrijft. Blijkbaar was het voor hem genoeg dat Witteman in het openbaar durfde te zeggen (of zelfs opschepte) dat ze foute grappen maakt. Mag een cabaretier trouwens grappen maken over Anne Frank? Zou De Winter de Achterhouse rap ('In the house / In the house / Anne was living in the Achterhouse') van De Vliegende Panters kunnen waarderen?


We begeven ons in een spagaat: de grenzen van de grap worden altijd opgerekt en het kamp dat vindt dat je (bijna) alles moet kunnen zeggen, is nog steeds erg groot. Aan de andere kant staat een leger moraalridders dat almaar gevoeliger lijkt te worden. Alles wat riekt naar een vooroordeel wordt uit de context gehaald, in de herhaling gegooid en eindeloos bekritiseerd.


We leven in een ontmaskeringsmaatschappij, volgens René Gude, de huidige denker des vaderlands. 'Er duiken', stelt hij in het boek Stand-up filosoof, 'steeds schandalen op waarover dan diepe verontwaardiging ontstaat.' En dus moeten niet alleen de dopingzondaar, de excessief declarerende politicus, de sjoemelende bankier en de frauderende wetenschapper het ontgelden, maar ook de, voorheen latente, racist, fascist, seksist en homohater. Zie je wel, schreeuwt de toeschouwer vanaf de zijlijn, ik heb het altijd al gedacht: hij kijkt heimelijk neer op Joden/vrouwen/homo's/negers!


Een iets minder recent, maar even tekenend voorbeeld van ontmaskerwoede was de gretigheid waarmee modeontwerper John Galliano werd verketterd toen bleek dat hij meerdere malen op een terras antisemitische opmerkingen had gemaakt tegen willekeurige cafégangers. Een van de - minstens twee - incidenten werd gefilmd en op YouTube gezet. We zien Galliano, zichtbaar onder invloed, fel zeggen: 'Ik hou van Hitler. En mensen als jullie zouden dood moeten zijn. Je voorvaderen zouden fucking vergast en fucking dood moeten zijn.'


Hoe hatelijk zijn opmerkingen, waaraan hij naar eigen zeggen geen herinneringen had, ook waren, Galliano maakte ze weliswaar op openbaar terras, maar niet in een broeierige tv-studio. De barrière tussen privé en publiek werd in dit geval geslecht door degene die het gefilmd had en aan de Britse tabloid The Sun verkocht, waarna het op internet verscheen.


Galliano werd direct ontslagen door Dior, dook onder, kickte af, kreeg een voorwaardelijke boete en liet pas twee jaar later weer van zich horen. Dat hij de opmerkingen ooit hartgrondig meende, lijkt niet waarschijnlijk, maar nog steeds is hij in veel kringen een persona non grata. Is het voor te stellen dat zo'n opmerking - 'Ik hou van Hitler' - thuis door de beugel zou kunnen? Zou dit ongeveer het niveau zijn dat Leon de Winter van Sylvia Witteman in privésfeer verwacht?


Opvallend is dat als een foute opmerking eenmaal in het openbaar is gemaakt, is opgepikt en uit de context gehaald er geen weg terug meer lijkt te zijn. De schuldige is aangewezen, het vonnis geveld: discriminatie. De publieke opinie is te massaal om achteraf genuanceerd te kunnen worden. Niemand die het opneemt voor Spijkerman en zegt: vrienden onder elkaar mogen toch best een stootje uitdelen?


Het onderscheid tussen privé en publiek is zo vanzelfsprekend dat je bijna voorbijgaat aan de vraag waarom een foute grap binnenshuis wel kan. Als je binnen vier muren en onder vier ogen iemand belachelijk maakt of beledigt zal niemand anders dat horen, de opmerking is eigenlijk verdwenen zo gauw hij is uitgesproken. Een publieke belediging daarentegen staat niet los van schaamte: het doet pijn dat mensen meeluisteren.


Daarnaast kun je onder intimi zo politiek incorrect zijn als je wilt. Je vrienden kennen je gevoel voor humor en weten dat je het niet slecht bedoelt. Het onderscheid is dan ook voor veel mensen hypocriet: de meesten zullen privé verder gaan, omdat er dan geen reputatieschade dreigt. Hoe dan ook: het onderscheid is wel reëel. Hoe knus het ook mag lijken aan de stamtafels van P&W, DWDD, RTL Late Night en VI, het blijven tv-studio's en geen huiskamers.


Youp van 't Hek legt het nog één keer uit: 'Ik zit zelf in een Joods gezin, tenminste mijn vrouw en haar familie zijn Joods. Daar wordt weleens een nogal leuk Joods grapje gemaakt. Omdat de familie zelf ook Joods is, kan dat grapje zeer goed vallen, maar dat zal op televisie of in het theater...' Hier kapte hij zichzelf af. Een mens moet weten wanneer hij zijn mond moet houden.








Theo Maassen


In de Oudejaarsconference van Theo Maassen moesten veel bevolkingsgroepen het ontgelden. Over de Chinezengrap van Gordon, zei Maassen: 'Hoezo doet hij mee aan Holland's Got Talent? Laat hem lekker meedoen aan China's Got Talent. Wat een gelukzoeker, hij weet heus wel dat in China de kans veel kleiner is. Er zijn een miljard Chinezen! Ik denk altijd: als je Chinezen gaat tellen, hoe weet je dan welke je al gehad hebt? Tegen Gordon zou ik willen zeggen: als er bij mij iets misgaat met de elektriciteit dan laat ik een vakman komen. Misschien moet je de humor overlaten aan de professionals. En nou ik er toch over nadenk: laat dat zingen ook maar over aan de professionals. Hij is een jurylid, dus hij moet die jongen beoordelen en niet reduceren tot de groep waar hij bij hoort. Maar goed, zo zijn ze hè, die homo's.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden