DE GOEDE NIEUWE TIJD

HET IS, zo geef ik toe, misschien een beetje flauw om op te merken, maar de naam Kees M. Paling op de omslag van een boek noodt niet tot lezen....

Dat je je door dergelijke uiterlijkheden niet van de wijs moet laten brengen, blijkt echter weer eens bij kennisneming van Palings boekje Het fin de siècle als uitdaging, een uiterst leesbare verhandeling over de westerse cultuur aan de vooravond van het derde millennium. Die eeuwwisseling is een onderwerp waaraan de komende jaren ongetwijfeld nog veel drukwerk zal worden gewijd.

Nu al verschijnen haast wekelijks rapporten van allerlei organisaties waarin toekomstvisies worden gepresenteerd met het oog op het magische jaar 2000. Vreemd eigenlijk, want wie kan aannemelijk maken dat 2000 sterk zal verschillen van 1990, 1996 of 2002?

Het naderen van 2000 wil scribenten nog wel eens aanzetten tot het trekken van parallellen met honderd en zelfs duizend jaar geleden. Ook Paling blikt terug op het vorige 'fin de millennium', maar ziet gelukkig in dat de maatschappelijke ellende in de treurige Middeleeuwen slecht te vergelijken valt met de gerieflijke politieke, sociale en culturele omstandigheden van de doorsnee westerling in het huidige tijdsgewricht.

Wel ontwaart de medewerker van het Sociaal en Cultureel Planbureau duidelijke overkomsten tussen het einde van de negentiende en de twintigste eeuw. Beide perioden zouden namelijk een overgangsfase vormen, die getypeerd wordt door een bijzondere mengeling van ondergangsdenken en vooruitgangsgeloof. Zowel toen als nu hebben we volgens Paling te maken met snelle ontwikkelingen in informatietechnologie en transport, met urbanisering, met zorg om een vermeende verloedering van de samenleving, met een groeiende invloed van de media.

Nu kan dat allemaal wel waar zijn, maar de gesignaleerde trends zien we de hele eeuw al. Elk decennium kan als een overgangsfase beschouwd worden, elke periode in de moderne tijd wordt gekenmerkt door een combinatie van optimisme en pessimisme. Bijna alle zaken die het fin de siècle zouden domineren, kunnen we ook tien jaar eerder of later waarnemen.

Het millenniumdenken lijkt een zekere somberheid in de hand te werken. Nostradamus wist in de zestiende eeuw reeds te melden dat in 1999 de 'Grote Vorst der Verschrikking' uit de hemel zal neerdalen om de beschaafde wereld te verwoesten, terwijl Oswald Spengler het avondland omstreeks dezelfde tijd ten onder zag gaan. Een dergelijke apocalyptische toon komen we eveneens tegen in sommige hedendaagse publicaties, van de pamfletten van sektarische groepen tot en met de deprimerende boekwerken van vooraanstaande cultuurpessimisten.

Paling distantieert zich van de apocalyptici. In zijn visie bestaat er gegronde hoop op een betere toekomst indien we de sociaal-culturele problemen als een prikkel voor extra creativiteit en daadkracht ervaren.

Met het optimistische slotakkoord van zijn boekje heeft de erudiete cultuursocioloog de toorn opgewekt van Herman Pleij, die in zijn recensie in de Volkskrant van 25 oktober Paling afschildert als een halfgare idealist, als de enige die 'blij blijft vlaggen bij de poorten naar het derde millennium'. Volgens Pleij staat Srebrenica model voor de kommer en kwel van vandaag. Het is duidelijk dat het nooit meer wat kan worden met de mensheid; in 2000 kunnen we de wereld beter sluiten.

Wat Pleij te berde brengt, getuigt van pessimisme van de domste soort. Nooit in de geschiedenis heeft een samenleving zoveel welvaart, vrijheid en stabiliteit gekend als de samenlevingen in West-Europa en Noord-Amerika aan het eind van de twintigste eeuw. Onder oorlogen zoals die zich in de Balkan en Afrika afspelen, lijden mensen al eeuwenlang. Wat uniek is aan de goede nieuwe tijd, is dat een aanzienlijk deel van de wereldbevolking geniet van een buitengewoon hoog niveau van voorspoed en welzijn, tevredenheid en gezondheid.

Hoewel grote aantallen wereldburgers inderdaad nog nauwelijks hebben geprofiteerd van de zegeningen van de vooruitgang, zijn ook in heel wat minder welvarende landen positieve tendensen aan te wijzen. Zo heeft de ineenstorting van het communisme de perspectieven op een betere toekomst voor de verworpenen der aarde ontzettend vergroot. Het eind van de rode nachtmerrie heeft ook met zich gebracht dat de nucleaire dreiging die sommige inwoners van het Westen hoofdbrekens scheen te bezorgen, grotendeels is verdwenen.

De modale Nederlander trekt zich dan ook - terecht - niets aan van alle onheilsprofetieën. Hij is, zo blijkt uit de rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau, tevreden over zijn eigen bestaan en zijn omgeving. En op oudejaarsavond 1999 stapt hij, net zoals 365 dagen daarvoor, met een gerust hart de drempel over naar het volgend jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden