De glimlach van Stalin

Ze stond vooraan bij vele historische gebeurtenissen van de 20ste eeuw. En ze schreef geschiedenis bij de bevrijding van concentratiekamp Buchenwald. Werk van Life-fotografe Margaret Bourke-White is nu te zien in Berlijn (en straks in Den Haag).

Een Amerikaanse vrouw die voor hem knielt, dát vindt Josef Stalin wel zo aardig. Voor het eerst tijdens de fotosessie breekt er een glimlachje door op dat 'granieten' gezicht. 'Waarschijnlijk is er nog nooit een Amerikaanse voor hem door de knieën gegaan.'


Fotografe Margaret Bourke-White is in 1941 in de Sovjet-Unie voor het Amerikaanse weekblad Life. De Duitsers zijn net het land binnengevallen en de Russen staan met hun rug tegen de muur. De barre winter, de Slag bij Stalingrad en de daaropvolgende terugtocht van de Duitsers liggen nog in het verschiet. Bourke-White, de Grote Mevrouw van de Amerikaanse reportagefotografie, wordt in het Kremlin genood om een portret van de Russische leider te maken.


Stalin is verbazingwekkend klein, hij meet 1,62 meter. Op officiële foto's wordt 'De Man van Staal' altijd vanonder gefotografeerd; om de fotografen daarbij een handje te helpen draagt hij trouwens laarzen met hoge zolen.


Bourke-White gaat ook door de knieën, niet omdat het moet, maar omdat ze per ongeluk een aantal flitslampjes laat vallen. 'Dat vond hij wel aardig, dat mijn tolk en ik over de vloer kropen', schrijft ze later. Stalin glimlacht en Bourke-White maakt drie foto's.


Een van de portretten siert later de cover van Life, de 'Special Issue USSR'. Een licht glimlachende 'Uncle Joe', zo hebben de Amerikanen hem nog nooit gezien.


De foto is te zien op de grote overzichtstentoonstelling die de Martin- Gropius-Bau in Berlijn wijdt aan Bourke-White (1904-1971). Het Stalin-portret mag gerangschikt worden onder de noemer 'goed dat we hem hebben'. Rechttoe rechtaan en, oké, op het gezicht van de Russische leider is inderdaad een zweem van een glimlachje te zien.


Het is niet de eerste keer dat Bourke-White in de Sovjet-Unie is. In 1930 is ze er ook geweest. In dat jaar fotografeert ze voor Fortune vooral fabrieken die hun verplichte quota produceren tijdens het eerste 'Vijf Jaren Plan' van de Sovjet-Unie.


Het zijn fraaie zwart-witplaten op groot formaat in de harde, grafische stijl van die dagen. Een enkele keer zijn er mensen op de foto's te zien. Fabrieksarbeiders, jonge vrouwen met grote voorhamers of ballerina's in een balletschool.


In Berlijn is een interessante dwarsdoorsnede te zien van het werk van Bourke-White, die als jonge vrouw aan het eind van de jaren twintig van de vorige eeuw begint met het fotograferen van de Amerikaanse staalindustrie, de nieuwste wolkenkrabbers en de jonge autofabrieken. Dat ze aantrekkelijk is, buit ze uit, zou ze later in haar memoires schrijven. 'In het begin nemen ze je niet serieus, omdat je een vrouw bent, ze zijn bang dat je binnen tien minuten gaat trouwen'.


Als ze succes heeft, worden geruchten verspreid dat Bourke-White een 'façade' is en helemaal geen vrouw, maar een uitvinding van een slim reclamebureau.


Maar ze is vrouw, en ze is goed. Dat vindt ook Henry Luce, de baas van Time en Fortune. De legendarische uitgever ('Ik geloof in God, de Republikeinse partij en het vrije ondernemerschap') ziet wel iets in de Girl Photographer en neemt haar aan. Voor het welslagen van het blad vestigt de uitgever zijn hoop verder op een aantal fotografen dat Nazi-Duitsland is ontvlucht. Hij is er Adolf Hitler dankbaar voor, grapt hij, want nu kan hij beschikken over mensen als Felix Mann, de halve Nederlander Erich Salomon en Alfred Eisenstaedt.


De fotografen maken het blad groot. Op de hoogtijdagen zijn er in een nog televisieloos tijdperk zes miljoen abonnees. De Life-fotograaf is koning. Hij of zij komt overal, aan huis bij iedere filmster, keizer of president. Én de verslaggever draagt je koffers, zoals Eisenstaedt vele jaren later met een knipoog in de Volkskrant vertelt.


In Berlijn ligt het eerste nummer van Life. De cover is de stuwdam bij Fort Peck, gefotografeerd door Bourke-White. Verder veel zwart-witfoto's, nog niet zo goed gedrukt. Op de eerste pagina een foto van een door een arts omhoog gehouden baby, met daaronder de tekst: 'Life Begins'.


Dat beeld betekent een doorbraak in het puriteinse Amerika. Zaken als geboorte en seksualiteit zijn in die tijd nooit in publieksbladen te zien. Dora Hamblin, toen nog een jeugdige lezeres die later een boek over Life zou schrijven: 'Dat was nogal wat. Ik heb als kind jaren gedacht dat alleen Afrikaanse vrouwen borsten hadden.'


Wat de oplage ook ten goede komt, zijn de vele oorlogen die meteen na de geboorte van Life worden gevoerd. Luce's fotografen en verslaggevers zijn aan elk front te vinden. In China, in Europa, in de Stille Zuidzee en later in Korea en Vietnam.


En Bourke-White staat vooraan, zoals ze altijd en overal vooraan staat. Breekt de grote crisis van 1929 uit, staat ze toevallig met een directeur voor een opdracht in een bankkluis in New York; vallen de Duitsers in 1941 de Sovjet-Unie binnen, staat ze op het balkon van haar hotel op het Rode Plein in Moskou. 'Als de Luftwaffe werk gaat maken van het Kremlin, dan sta ik op het beste punt om de aanval te fotograferen.'


Later tijdens de oorlog wordt het konvooi waarin ze zich bevindt op de Atlantische Oceaan door een Duitse U-boot tot zinken gebracht. Ze maakt foto's aan boord van de reddingsboot, voordat ze gered wordt. Ze mag als beloning mee met de vliegtuigen die Duitsland bombarderen. Een generaal van de Amerikaanse luchtmacht: 'Een vrouw die een Duitse torpedo overleeft kan altijd mee.'


In 1945 trekt ze met het Amerikaanse leger Duitsland binnen. Foto's van een Duitse officier die in Leipzig samen met zijn familie zelfmoord heeft gepleegd. Een moeder die haar twee kinderen heeft gedood, voordat ze de hand aan zichzelf slaat.


En natuurlijk de verschrikkelijke beelden die Bourke-White schiet op het moment dat de Amerikanen concentratiekamp Buchenwald bevrijden. Stapels lijken, overlevenden achter het prikkeldraad. Vervolgens de beelden van de al dan niet huilende Duitse burgers uit de nabijgelegen dorpen en steden die door de Amerikanen gedwongen worden naar de verschrikkingen te komen kijken.


'We wisten het niet, we wisten het niet', roepen de Duitsers naar de overlevenden. 'Natuurlijk wisten jullie het, we werkten als dwangarbeiders in jullie fabrieken. Maar jullie deden niets', tekent de fotografe uit de monden van de overlevenden op, om daar zelf aan toe te voegen: 'Natuurlijk wisten die Duitsers het, zoals bijna alle Duitsers het wisten.'


Bourke-White, ze zou in 1971 aan de ziekte van Parkinson bezwijken, maakt na de Tweede Wereldoorlog nog vele reizen voor Life. Maar die foto's zijn in Berlijn niet te zien. De tentoonstelling stopt in 1945. Laatste foto: voor de oorlog gevluchte Berlijners die eind 1945 op de trein wachten op het plat gebombardeerde station Berlin Anhalt.


Symboliek: de gevel van dat ooit grootste treinstation van Europa staat nog steeds om de hoek.


Margaret Bourke-White Fotografien 1930-194. Martin-Gropius-Bau, Niederkirchenstraße 7, Berlijn. T/m 14/4 (volgend jaar, van 12/4 t/m 29/6 is de tentoonstelling te zien in het Fotomuseum Den Haag).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden