ReportageItalië

De Giro is de processie die Italië zo nodig heeft

Na een zwaar jaar trekt Jarl van der Ploeg met de Giro nog één keer door het land waar hij vier jaar correspondent was. Op zoek naar veerkracht, zorgeloosheid en publiek dat niet klapt voor de zorg, maar voor snelle fietsers.

Het peloton rijdt door de Dolomieten tijdens de 100ste aflevering van de Ronde van Italië in 2017, die werd gewonnen door Tom Dumoulin Beeld AFP
Het peloton rijdt door de Dolomieten tijdens de 100ste aflevering van de Ronde van Italië in 2017, die werd gewonnen door Tom DumoulinBeeld AFP

Ooit las ik een verklaring over waarom schrijvers en journalisten toch zo van wielrennen houden. Dat komt, aldus de verklaring, doordat er tijdens je 6de levensjaar, wat een erg vormend levensjaar is, twee activiteiten zijn die voor het eerst op gang komen: het in evenwicht blijven op de fiets en het schrijven.

Bekijk hier een uitgebreidere versie van dit stuk

Het leek mij een plausibele verklaring, en dus zit ik nu, 27 jaar later, met pen en papier in Palermo, de stad waar over een paar uur de Ronde van Italië begint. Naast mij staat de koffer met daarin mijn laatste spullen. Na ruim vier jaar uw correspondent te zijn geweest, heb ik vorige week de huur van mijn huis in Rome opgezegd. De auto die ik hier zojuist heb opgehaald, lever ik over drie weken weer in op Milano Centrale, waarna ik in het vliegtuig stap, terug naar Nederland.

64 dagen binnen zitten

Ik vind het een mooie laatste klus. Toen begin mei bekend werd dat de Giro d’Italia alsnog verreden zou worden – de editie die in het voorjaar had moeten beginnen werd vanwege het coronavirus geannuleerd – hadden mijn vriendin en ik net 64 dagen binnen gezeten. Ik herinner het mij goed, want de lockdown was precies een dag daarvoor opgeheven en we hadden net ons eerste rondje door het park gewandeld. Als de terugkeer van zo’n dun flintertje van het normale leven mijn gemoed al zo kan opfleuren, dacht ik toen, stel je voor wat voor genot er vrijkomt als ik straks een ronde door heel Italië mag maken?

Hoe geweldig moet het zijn om juist dit jaar, na twee maanden binnen te hebben gezeten, de Giro te volgen, dacht ik. Om tegen een uurtje of vijf, wanneer het strijklicht voor extra schaduw rondom de cipressen zorgt en de stilte van het glooiende landschap enkel wordt verstoord door het gekraak van de zangcicaden, weer dorpjes als Santa Teresa en Castelbello binnen te rijden en te zien dat er zelfs na zo’n traumatisch jaar nog veerkracht, zorgeloosheid en schik bestaat in Italië.

Dat hoe hard een virus ook huishoudt in een land, een moeder zes maanden later weer gewoon met haar zoontje naar de kant van de weg kan lopen om ‘Viva Vincenzo!’ te schreeuwen. En dat zijn vader ’s ochtends in de bar eindelijk weer kan debatteren over de kansen van Nibali, die oude leeuw, in plaats van voor de zoveelste keer over dat vermaledijde virus te beginnen.

Levensvreugde

Want ook daarom is deze Ronde van Italië dit jaar van belang. In een jaar dat de eerste EK-wedstrijd in Rome niet doorging, de Olympische Spelen werden uitgesteld en over de prestaties van Ferrari te allen tijde gezwegen dient te worden, is de sociale functie van deze nationale wielerronde bijna niet te onderschatten. Dat komt doordat de gemiddelde Italiaan, in tegenstelling tot veel Nederlanders, niet de kunst bezit zijn mond te houden. En wie, bij het gebrek aan te bespreken sport, de hele dag over aerosolen en stijgende werkloosheidscijfers moet praten, wordt vroeg of laat mistroostig. Dankzij de Giro echter kent een Italiaans gesprek de komende drie weken geen witte plekken die moeten worden opgevuld met zware kost. Wie in de bar over wielrennen praat, vermijdt rampzalige onderwerpen. En ieder vermeden gesprek over reproductiegetallen betekent een extra hoeveelheid vrijgekomen levensvreugde. Zo simpel is het.

Toen ik eerder vandaag door Palermo liep, merkte ik bovendien dat het nu moet gebeuren. In vrijwel alle buurlanden gaat het weer mis, en de nabijheid van rampen – zowel in het recente verleden als de nabije toekomst – zorgt voor een drang naar onmiddellijkheid. Niemand weet wat de rest van de herfst brengt, dus dit is hét moment om te genieten. Straks, als de etappes voorbij zijn, richten we ons weer op het virus, maar in die paar seconden dat het peloton voorbij flitst, draait het leven puur en alleen om 176 sporters die drie weken lang door het mooie, ongestoorde deel van Italië trekken, met aan de zijkant publiek dat eventjes niet hoeft te klappen voor zorgmedewerkers, maar gewoon voor mannen die hard fietsen.

Na een zomer waarin de meeste heiligenfeesten sober werden gevierd, vormt de Giro vanaf vandaag de processie waar Italië zoveel behoefte aan heeft. Tijdens mijn laatste ronde door Italië zal ik die processie de komende drie weken voor u proberen te verslaan.

Of ik daadwerkelijk een zorgeloos en vrolijk land aantref, weet ik niet. Misschien gaat het ook hier mis en verandert de Ronde halverwege van karakter. Het is dit jaar de eerste keer dat de Giro in de herfst wordt afgewerkt, en Simon Carmiggelt schreef ooit dat in de herfst de twijfel gelijk krijgt. ‘De wereld vergaat een beetje, om het eens te proberen.’

Hoewel die zin altijd klopt, heb ik toch het vermoeden dat het Italië van 2020 weleens een uitzondering zou kunnen vormen. Dit jaar verging de wereld hier immers al in de lente. Vanaf vandaag is het aan de herfst om veerkracht te tonen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden