De giftige erfenis van dictator Eamon de Valera

IERLAND. DIE NAAM alleen al staat borg voor een handvol gevoelige associaties, meestal ontleend aan een vaag verlangen naar al datgene wat langzamerhand een schaars goed begint te worden: de rust van de onderontwikkeling, de eenvoud van het geloof en de harmonie van een eeuwenoude mystiek....

Maar het is ook een werkelijk land, dat steunt op de Onheilige Drieëenheid van de drie G's: Gaelic, God en Geschiedenis. Deze gevaarlijke combinatie is in hoge mate het levenswerk geweest van de eerste president van de Ierse Republiek, Eamon de Valera, wiens lange schaduw, bijna twintig jaar na zijn overlijden, nog steeds over het land hangt. Zijn carrière is al meer beschreven - daarop zou De Valera later zelf ook zorgvuldig toezien - maar nu voor het eerst met een ontzagwekkende zorgvuldigheid en grote onafhankelijkheid door de Ierse historicus en journalist Tim Pat Coogan in een adembenemende biografie: De Valera - Long Fellow, Long Shadow.

Ierland is vooral een land van achterblijvers. De meeste Ieren ontvluchtten de gruwelijke armoede en vertrokken naar de Verenigde Staten of Engeland. Daar groeide de liefde voor het moederland, daar kwam ook het moderne nationalisme op, grotendeels bedacht en betaald door Ierse Amerikanen. En ook De Valera kwam daar vandaan.

Hij werd in 1882 in New York geboren uit de kortstondige verbintenis tussen een straatarme Ierse emigrante en een Spaanse mislukkeling. Op driejarige leeftijd werd hij op de boot naar Ierland gezet om daar door de familie verder te worden opgevoed. Ook toen het de moeder later wat beter zou gaan, vertoonde ze niet veel neigingen haar zoon terug te laten keren naar de vleespotten van het beloofde land.

Coogan bezwijkt niet voor de verleiding uitvoerig te gaan speculeren over de psychologische effecten van een dergelijke jeugd, maar laat vervolgens zien hoe 'Dev' als een wat vreemde jongen opgroeide (door zijn opvallende lengte werd hij wel vergeleken met een giraf), die vastbesloten was zich te ontworstelen aan de regen, de mest en de armoede van het platteland. Als zestienjarige jongen kwam hij terecht op het Blackrock College in Dublin, een van de beste opleidingsinstituten van de Ierse katholieke kerk.

Verschillende malen voelde hij wel enige roeping, maar dat werd hem even vriendelijk als beslist uit het hoofd gepraat door de clerus. Daarop ving hij aan met een wat onduidelijke loopbaan als wiskundeleraar, op zoek naar meer dan kegelsneden en parabolen. Dat zou hij vinden in het Ierse nationalisme. In 1908 besloot hij Gaelic te gaan leren. Twee jaar later trouwde hij met zijn lerares en vanaf dat moment raakte hij steeds verder verstrikt in de politiek-militaire opwinding van die jaren.

Die culmineerde in 1916 in de even tragische als stupide Paasopstand in Dublin tegen de Engelsen. Deze opstand was nogal aarzelend begonnen (op het laatste moment werd nog vrijwel besloten hem af te gelasten), maar vervolgens hardnekkig volgehouden totdat de Engelsen er met harde hand een eind aan maakten. De Valera vocht dapper mee, werd gevangen genomen en ter dood veroordeeld, maar het vonnis werd op het nippertje omgezet in levenslang.

In de gevangenis wist hij door zijn onverzoenlijke houding tegenover de Engelse bewakers een charismatisch gezag op te bouwen onder zijn medegevangen en daar begon zijn werkelijke carrière. Twee jaar later benoemde hij zichzelf tot president van een Ierse republiek, een functie en een land die alleen in de verbeelding van een aantal mensen bestonden, want Ierland maakte formeel nog gewoon deel uit van het United Kingdom.

De Engelsen waren in toenemende mate verstrikt geraakt in een gordiaanse knoop. Het Ierse probleem had al heel lang de verhoudingen verstoord. Soms voelden ze wel eens wat voor het verlenen van een beperkte zelfstandigheid (Home Rule), maar als dat dreigde gerealiseerd te worden, wisten vooral de conservatieven de Orangisten in Ulster dermate op te stoken dat daarvan weer niets terechtkwam.

Te midden van veel moedwil en onverstand moest de kwadratuur van de cirkel worden gevonden: het zuidelijke, overwegend katholieke deel van Ierland (de 26 provincies) wilde een republiek voor het gehele eiland en totale onafhankelijkheid van Engeland, terwijl het noordelijke deel, overheerst door protestanten (de zes provincies) daar niets voor voelde en meer zag in een soort Dominion-status voor Ulster binnen het Verenigd Koninkrijk. In beide delen bewapende men zich en niet lang na de afloop van de Eerste Wereldoorlog begon een buitengewoon bittere guerrilla-oorlog tussen Ierse nationalisten en Engelse militairen.

ALS EEN VAN zijn kinderen later had durven vragen wat hij in deze oorlog deed, had De Valera moeten antwoorden dat hij deze periode grotendeels in prettige hotels in de Verenigde Staten had doorgebracht. Aan het begin van de troebelen was hij naar het Waldorf Astoria in New York vertrokken om daar geld en steun voor zijn variant van het Ierse nationalisme te verwerven en en passant zijn eigen kleine oorlogje te voeren met alle andere varianten.

Bij terugkeer, eind 1920 in Ierland, liet hij echter niet na kritiek te oefenen op de manier waarop de IRA onder leiding van Michael Collins de echte oorlog had gevoerd. In plaats van aanslagen en hinderlagen te gebruiken had men met traditionele legerformaties de strijd op open terrein moeten beslechten. Op dat punt in Coogan's biografie begint de lezer ernstig te twijfelen aan de geestelijke gezondheid van De Valera.

Dat wordt alleen maar erger als Coo gan en detail gaat vertellen hoe vervolgens de onvermijdelijke onderhandelingen met de Engelsen verliepen. Lloyd George achtte een oplossing van het Ierse probleem slechts mogelijk als er tussen de republiek en Ulster een formele deling tot stand werd gebracht. De Valera wist dat dit de prijs moest zijn om althans een groot deel van zijn ideaal (een ongedeelde republiek, geheel onafhankelijk van Engeland) te realiseren, maar weigerde tegelijkertijd dat te accepteren.

Zo ontliep hij hardnekkig zijn verantwoordelijkheid door niet zelf in Londen te gaan onderhandelen, maar in 1921 Collins naar Londen te sturen, die ten slotte een beperkte onafhankelijkheid en een deling accepteerde. Het Ierse 'parlement' ging er in 1922 met een krappe meerderheid mee akkoord, maar De Valera verwierp het meerderheidsbesluit. Daar manifesteerde hij die diep verontrustende kwaliteit waarvan wel meer 'grote mannen' in de geschiedenis last hebben: als het uitkwam, voegde hij zich naar democratische procedures, ja kon hij zelfs een onstuitbaar legalisme vertonen. Maar als het tegenzat, schouwde hij in het eigen hart en wist hij op grond daarvan wat 'Ierland' wilde.

Tussen voor- en tegenstanders van het verdrag barstte daarop een gruwelijke burgeroorlog los, waarin ook Collins sneuvelde. Maar De Valera was een machtsbelust politicus, die het onverenigbare bijeen zocht te brengen. Zo weigerde hij enerzijds zijn ideaal op te geven, maar kroop hij naar het centrum van de macht door in feite het verdrag stap voor stap te accepteren. Vervolgens gebruikte hij het verdrag om een steeds verdergaande onafhankelijkheid ten opzichte van Engeland te verwerven, dat wil zeggen dat hij gebruik maakte van de mogelijkheden die Collins reeds vanaf het begin had voorzien.

Zo ontwikkelde hij zich tot een uniek dictator, die alle touwtjes strak in handen hield, terwijl hij intussen vriend en vijand lastig viel met urenlange preken over het leed de Ieren tweeduizend jaar lang aangedaan en het gruwelijke onrecht van de scheiding, maar tegelijkertijd zorgvuldig niets deed om een oplossing voor die scheiding te vinden. Op geen enkel gebied werd samengewerkt met Ulster. In 1937 formuleerde De Valera zelfs een Grondwet die uitdrukkelijk stipuleerde dat het grondgebied van Ierland het gehele eiland besloeg, maar dat de wetgevende arbeid in Dublin tijdelijk even niet van toepassing was op Belfast.

Het effect van deze aanmatiging - Ulster was toen tot op grote hoogte een zelfstandige eenheid - was groot en is dat tot op de huidige dag gebleven. Nog in februari 1994 verklaarde Gerry Adams, de leider van de IRA, dat 'de klassieke democratische positie van het Ierse nationalisme' betekende dat Ulster geen recht op zelfbeschikking had omdat het geen 'natie' was: 'Unionists are an Irish national minority with minority rights.'

De kern van dergelijke standpunten is dat het vrijwel onmogelijk wordt problemen op te lossen, aangezien de ruimte voor onderhandelen beperkt wordt tot de voorwaarden waaronder de overgave van de tegenstander zal plaatsvinden. Dit was ook precies wat De Valera voortdurend en onder alle omstandigheden volhield. Zo vertelde hij zijn hofhistoricus eens dat 'redelijkheid het grootste gevaar was bij elke onderhandeling'.

Dat betekende dat hij met Ulster nooit gesprekken begon en dat hij de Engelsen werkelijk gek maakte door zijn onbuigzaamheid en zijn permanente bereidheid onderhandelingen af te breken. Dat betekende ook dat hij zijn land in beroerde omstandigheden hield of zelfs bracht, ter wille van een ideaal dat ooit, in de verre toekomst, wel het geluk zou brengen.

Het hoogtepunt van een dergelijke politiek bleek bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Valera weigerde zich bij de geallieerden aan te sluiten, maar verklaarde zich neutraal. Deze jaren staan in de Ierse geschiedenis dan ook niet zozeer bekend als een periode van oorlog, maar van 'emergency'. Churchill overwoog nog een militaire bezetting (in het bijzonder van havens die hij nodig had als vluchtplaatsen om de verwoestende duikboten van de Duitsers te kunnen ontlopen) en ook Roosevelt had buitengewoon weinig geduld met deze positie.

Toen de Amerikaanse president weer eens door een 'Amerikaanse beroeps-Ier' werd lastig gevallen met gevoelige verhalen over het Ierse lijden, keek hij geèteresseerd op en vroeg: 'Ierland, waar ligt dat eigenlijk?' De Valera achtte het echter uitgesloten dat Ierland aan dezelfde kant zou vechten als Engeland en hield de neutraliteit tot het bittere einde vast.

Het had tot gevolg dat hij met ijzeren consequentie in 1945 eerst de Amerikanen condoleerde met het overlijden van Roosevelt en niet veel later de Duitse ambassadeur zijn medeleven betuigde met het overlijden van Hitler. Deze neutraliteit was vooral zo gecompliceerd omdat Ierland zelf nauwelijks schepen had en voor de import van allerlei goederen, waaronder ook levensmiddelen, afhankelijk was van de Engelsen.

Gezegd moet worden dat de Engelsen nog een redelijk bescheiden gebruik hebben gemaakt van deze afhankelijkheid, maar onmiskenbaar namen de honger en armoede in het land toe, wat er weer toe leidde dat vele Ieren zich als vrijwilliger meldden voor de geallieerde legers. Met fijne tact heeft De Valera er toen voor gezorgd dat voor deze militairen in Engeland depots werden ingericht met kleren, zodat ze 'in burger' op verlof naar Ierland konden komen.

Bij het einde van de oorlog in 1945 was De Valera 63 jaar oud en Ierland uitgeput. 'Dev' had grote problemen met zijn gezichtsvermogen, zodat alle stukken hem moesten worden voorgelezen, maar zou nog veertien jaar als 'the chief' de Ierse politiek bepalen. Werd in Europa een krachtig begin gemaakt met de wederopbouw, in Ierland gebeurde eigenlijk niets. Als gevolg van de neutraliteitspolitiek werd het land uitgesloten van de Marshall-hulp, zodat het traditionele probleem bleef en zelfs toenam: de werkloosheid en het onvermijdelijke bijverschijnsel van de vrijwel gedwongen emigratie.

De Valera maakte zich daar nauwelijks druk over, zoals hij in het algemeen geen enkele belangstelling opbracht voor sociaal-economisch beleid. Verschillende voorstellen om de economie te bevorderen of iets te doen aan de gruwelijke werkloosheid vielen op dorre grond. In 1943 wist hij al geen ander ideaal te formuleren dan dat Ierland ooit eens een land zou zijn waar de velden en dorpen vervuld zouden zijn van het vrolijke geluid van bevallige maagden en stoere knapen, die tevreden zouden zijn met een sober bestaan, zoals God zelf zich dat allemaal had voorgesteld.

Een aantal Ieren heeft daar wel om gelachen, maar intussen werd die goddelijke gedachte een krachtig handje geholpen. In de Grondwet was vastgelegd dat het gezin de hoeksteen van de samenleving was en dat de staat er alles aan zou doen om aanvallen daarop af te slaan. In deze theocratische staat betekende dit dat vrouwen waren veroordeeld tot de keuken en de kraamkamer. Ierland mocht er zich op beroemen het roomse Staphorst van Europa te zijn.

In het verlengde hiervan was sprake van een constante sociale en morele druk op de protestanten. Volgens een volkstelling in 1911 waren er in het zuiden van Ierland ruim driehonderdduizend protestanten; in 1951 was dat aantal gehalveerd. Toen dat bekend werd, merkte het hoofd van het Ierse CBS op dat de discriminatie van de protestanten in het zuiden aanzienlijk ernstiger was dan de discriminatie van de katholieken in het noorden.

Dat weerhield De Valera er niet van de invloed van de bisschoppen in zijn deel van het eiland alleen maar te laten toenemen. Hij kan er dan ook niet van worden beschuldigd iets te hebben gedaan of gezegd dat de Ierse cultuur verrijkte, laat staan dat hij zijn eiland achter 'het groene gordijn' vandaan heeft gehaald en het in contact bracht met wat we maar gemakshalve even als de Verlichting aanduiden.

WAT MOET het beeld zijn dat we van deze man overhouden? Coogan velt een hard oordeel: De Valera deed weinig dat nuttig was en veel dat schadelijk bleek. Een aantal kernproblemen van de Ierse samenleving is vrijwel onoplosbaar gemaakt door de institutionalisering van schizofreen optreden. Op dit moment bijvoorbeeld blijkt uit opinieonderzoek dat de IRA bij slechts 2 procent van de bevolking van de Ierse Republiek op steun kan rekenen. Tegelijkertijd zitten op ditzelfde moment drie grote bioscoopcomplexen in Dublin vol - drie voorstellingen per dag, reeds weken uitverkocht - bij de vertoning van de ellendefilm In the Name of the Father, die weer borg staat voor de gedachte dat alle problemen in Ierland de schuld zijn van de Engelsen.

Vooral deze onuitroeibare romantiek is de giftige erfenis van De Valera, een man die door de dichter Yeats al eens beschreven is als 'a living argument rather than a living man'. Kenmerkend is de volgende anekdote. Op latere leeftijd verhaalde De Valera eens uitvoerig over zijn arme en harde jeugd; hoe hij eens zo moe was dat hij op weg naar huis staand in slaap viel. Zijn gesprekspartner werd overvallen door een wilde woede, omdat zijn familie nog steeds in dergelijke omstandigheden moest leven. De Valera was na de uitbarsting even stil en zei toen: 'De generatie die niet lijdt voor zijn land, drukt geen stempel op de geschiedenis.'

Tim Pat Coogan: De Valera - Long Fellow, Long Shadow.

Hutchinson, import Nilsson & Lamm; Fl. 67,-.

ISBN 0 09 175030 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden