Achtergrond Interview

De Gids van deze week: Father Fraser, beter bekend als Occupy-priester

Giles Fraser werd bekend als de ‘Occupy-priester’, ontdekte zijn Joodse komaf en leidt een veelkleurige kerk in Zuid-Londen. Inspiratie haalt hij uit Jesaja, David Foster Wallace, Ghana, Nietzsche en Jaws.

Beeld Els Zweerink

De sms’jes stromen tijdens het gesprek binnen op het mobieltje van Giles Fraser. Newsnight. Today. Elke actualiteitenrubriek wil de ‘Occupy-priester’ in de studio hebben om te reageren op de toespraak van zijn baas, Justin Welby, de aartsbisschop van Canterbury. Tijdens een vakbondscongres in Manchester opende die de aanval op belastingontwijkende internetgiganten, en het ‘kwaad’ van een economie die volop werkt met tijdelijke en nulurencontracten. ‘Natuurlijk ben ik het met hem eens’, zegt Fraser, zittend in de bankjes van St Mary Newington, zijn kerk in Zuid-Londen, ‘maar toch moet een kerk oppassen geen politieke partij te worden. Dan wordt de boodschap te beperkt. Wij zijn een brede kerk, wat progressiever in de grote steden en conservatiever op het platteland.’

Zelf behoort Fraser, die nooit een priesterboord draagt, tot de progressieve vleugel van de staatskerk. Als deken van St Paul’s, in welke hoedanigheid hij in 2010 de uitvaart van de jong gestorven modeontwerper Alexander McQueen organiseerde, verwierf Fraser zeven jaar geleden echt bekendheid tijdens Occupy. Hij kon niet leven met het besluit van de kathedraal het tentenkamp van de linkse demonstranten te laten ontruimen en stapte op. ‘Ik zou het nu weer doen’, kijkt hij terug, ‘de aartsbisschop van toen, mijn oude leraar ­Rowan Williams, toonde begrip. Makkelijk was het niet, temeer daar ik ook huwelijksproblemen had en depressief was. Het verlies aan status krenkte mijn ego, maar dat was achteraf gezien jolly good.’

Een bezoek aan Liverpool, waar hij solliciteerde bij de plaatselijke kathedraal, bracht een grote verandering. ‘In mijn achterhoofd wist ik dat een voorvader van me hier rabbijn was geweest, en op goed geluk klopte ik aan bij de schitterende synagoge. Ik werd binnengelaten en ontdekte zijn foto. Daar stond Samuel Friedeberg, een nazaat van Joden die in het gevolg van de Hanovers naar Engeland waren gekomen. Mijn voorouders hebben Engelse namen aangenomen, Frampton en Fraser. Ze werden Engelser dan Engels. Als seculiere Joden moest ze niets van zionisten hebben. Mijn vader werd als kind tijdens de oorlog naar het platteland gestuurd, belandde op een christelijke school en werd anglicaans.

‘Over onze Joodse komaf werd thuis nooit gesproken en op die mistige ochtend in Liverpool dook het op als een spook. Ik verliet de synagoge en barstte in tranen uit. Mijn volgende boek gaat hierover. Chosen.’

Fraser werd uiteindelijk priester in een, tijdens de Blitzkrieg vernietigde en later herbouwde, kerk op zuidoever, onder een bisdom dat bekend staat als een progressief bolwerk. In zijn woorden: ‘A pain in the ass’. In de pastorie woont hij met zijn tweede vrouw, de Joodse Lynn, en hun twee jaar oude zoon, Louie. Aan de muur van de woonkamer hangen een zelfportret, foto’s van zijn inwijding in St Paul’s, een foto van Lenin en een Laatste Avondmaal waarop Damien Hirst de discipelen heeft vervangen door naties met kernwapens.

In de goed onderhouden tuin loopt Lumpy, een herder die door een journaliste van The Guardian is meegenomen uit Kabul. ‘Hij werd daar Lumpen genoemd, wat afgeleid bleek te zijn van Lumpenproletariat. Het kostte hem moeite te wennen aan het leven in Londen. In het begin ving-ie vossen, maar dat heeft hij afgeleerd. Over inbrekers hoeven we ons geen zorgen te maken, een opluchting in deze buurt.’

De studiekamer van Fraser is bezaaid met boeken over judaïsme en christendom; de muren zijn behangen met teksten van liedjes die hij in modern Hebreeuws voor zijn zoontje zingt. ‘Ik voorzie dat ik mijn oude dag ga doorbrengen in Israël. Tel Aviv, waarschijnlijk. Internationaler en minder gespannen dan Jeruzalem.’

Zijn bewondering voor Jeremy Corbyn is bekoeld door de antisemitisme­affaire bij Labour. Diens sociale idealen probeert hij wel in de praktijk te brengen. Op de plek waar nu de vervallen kerkhal staat wil Fraser betaalbare ­woningen bouwen, hij zamelt eten in voor de voedselbank en helpt mensen bij immigratieprocedures.

Staat deze vrijzinnige houding jegens immigratie niet op gespannen voet met zijn steun aan de Brexit? ‘Nee’, lacht hij, ‘dat heeft met soevereiniteit te maken en met mijn afkeer van grote rijken. Dit is de tweede Brexit. De eerste was vijfhonderd jaar geleden toen Hendrik VIII ons losmaakte van Rome. We bleven katholiek, maar op onze eigen wijze. We zijn koppig in onze onafhankelijkheidsdrang.’

Elephant & Castle: ‘Van alles loopt hier door elkaar’ Beeld Shaul Schwarz / Getty

1. Plek: de Elephant & Castle in Zuid-Londen

‘Zuid-Londen is het deel van de hoofdstad dat nog steeds een beetje groezelig is, en relatief hipstervrij. Dat geldt zeker voor deze buurt, de Elephant & Castle. Soms schuif ik daar aan bij twee oude mannen, Dave en Luigi, die de hele dag op een bankje zitten, rokend en kijkend hoe de wereld voorbijgaat.

‘Het doet denken aan Waiting for Godot. Van alles leeft hier door elkaar, wat wordt weerspiegeld in mijn congregatie. Nigeriaanse gezinnen zitten naast een legerofficier die naar Eton is geweest, Corbynista’s naast Trump-adepten, brexiteers naast eurogezinden. Wat ze bindt, is het geloof, een verlangen naar samenzijn.

‘Zuid-Londen is een van de meest gelovige delen van West-Europa. Alleen al langs Old Kent Road vind je tientallen evangelische kerken, om de hoek heb je een anglicaanse kerk met Spaanstalige diensten en aan de Elephant staat ’s werelds eerste megakerk. Mijn St Mary was een typische Guinness-kerk: een zwarte congregatie met een witte priester. Dat gaat niet meer op nu mijn baas een Brit van Nigeriaanse komaf is.’

‘Met Ghana heb ik een bijzondere band omdat ik deken ben van de Hemelvaartskathedraal in Sefwi-Wiawso’ Beeld Getty

2. Land: Ghana

‘Met Ghana heb ik een bijzondere band omdat ik deken ben van de Hemelvaarts­kathedraal in Sefwi-Wiawso, op een heuvel in een ontbost landschap aan de grens met Ivoorkust. Het is een achthoekige, grijze kathedraal zonder dak, zonder deuren, zonder ramen. Als er geen diensten zijn, gebruiken de kinderen haar als voetbalstadion. Er nestelen adelaars. Op de weg erheen kom je langs de slavenmijnen van de Goudkust, de donkerste plek waar ik ooit ben geweest. En dan op de heuvels de plekken waar de kolonisten zich tot God wendden. Kwaadaardigheid van de hoogste orde. De band met Ghana geeft me krediet bij de West-Afrikanen in mijn kerk. Fantastische mensen, actief, ruimhartig en strikt. Als ik die vaas bloemen daar voor de mis op een andere plaats zet, dreigt de wereld te vergaan. Dan komt een van de parochianen naar me toe. ­‘Wahala, Father’, klinkt het dan zacht. ‘Er is iets goed mis.’’

Isaiah (Jesaja) fresco in de Sixtijnse Kapel.

3. Bijbelboek: Jesaja

‘Ik ben van het Oude Testament en zie ­Jezus als een joodse profeet die verchristelijkt is. Jesaja vormt de basis van mijn geloof, een boek waarin staat dat God niemand uitsluit. Hier, pak de Bijbel en lees mee onder het kopje Redding ook voor Buitenstaanders: ‘De eunuch die mijn sabbat in acht neemt, die keuzes maakt naar mijn wil, die vasthoudt aan mijn verbond, hem geef ik iets beters dan zonen en dochters, een gedenk­teken en een naam in mijn tempel en binnen de muren van mijn stad.’

‘Briljant! Het gaat er niet om wie je bent, maar wat je doet. Een zeer inclusieve visie. Dat staat haaks op een passage uit het behoudende Deuteronomium, dat bestaat uit toespraken van Mozes aan het volk van Israël. Daar lees ik, en het zijn niet echt woorden die je tijdens een mis citeert: ‘Als de zaadballen van een man zijn beschadigd of als zijn mannelijk lid is afgesneden, mag hij de eredienst van de Heer niet bijwonen. Een bastaard mag eveneens de eredienst niet bijwonen en gedurende tien generaties mogen zijn nakomelingen dat ook niet.’

‘Het laat zien dat de Bijbel met zichzelf in debat is en dat mensen die het boek, vers voor vers, letterlijk nemen niet begrijpen hoe het werkt.’

Portret van Friederich Nietzsche, 1899-1900. Beeld Getty Images

4. Filosoof: Friedrich Nietzsche

‘Het hedendaagse debat tussen gelovigen en ongelovigen is saai en oninteressant. Atheïsten als Richard Dawkins blijven steken op een ‘Het is allemaal flauwekul’-niveau.

‘Meer stof tot denken biedt de kritiek die de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche eind negentiende eeuw leverde. Ik heb er mijn proefschrift over geschreven. Nietzsche nam de moeite om het geloof serieus te nemen, alvorens het aan te vallen: hij zei dat de kerk, de priester, mensen ziek maakt door ze vervolgens genezing te bieden. Het is naar zijn idee verdorven.

‘Nietzsche beperkt zich bij deze redenatie niet tot het geloof: hij breidt haar uit naar politieke systemen die verlossing ­beloven. Ik ben het er niet mee eens, maar het heeft me aan het denken gezet. Als ik zondagochtend om me heen kijk, zie ik mensen die hulp zoeken, mensen met pijn, pijn die ze verborgen proberen te houden. Mensen met wie ik verwantschap voel.’

Tony Benn was de enige persoon die mocht roken in de kerk van Fraser Beeld HH

5. Persoon: Tony Benn

‘Voordat ik naar St Paul’s vertrok, was ik rector in de kerk van de Heilige Maagd in Putney. Dit is de kerk waar de Putney Debates begonnen in 1647, de discussies over een nieuwe Engelse grondwet. Het was voor het eerst dat iedereen kon meepraten over democratie. We wilden die debatten nieuw leven inblazen.

‘Vaste gast bij de nieuwe Putney-debatten was de socialist Tony Benn. Hij was niet gelovig, maar theologie boeide hem en hij zag in het Oude Testament een strijd tussen de koningen en de profeten, tussen de gevestigde orde en de rebellen die opkwamen voor sociale rechtvaardigheid. De geschiedenis, zeker de Engelse, stond voor hem in het teken van strijd. Het verwerven van religieuze vrijheid was naar zijn idee een opmaat naar politieke vrijheid.

‘Benn was iemand die aandacht had voor mensen en niet over je schouder zocht naar een interessanter persoon. Hij heeft me geïnspireerd. En hij was de enige persoon die ik liet roken in mijn kerk.’

6. Esthetiek: de kathedraal van Durham

‘De kathedraal van Durham vind ik een van de mooiste gebouwen ter wereld. ­Alleen al die hoge zuilen. Ken je dat gevoel dat sommige plekken wat atmosfeer betreft zwaarder lijken? Het gebouw is zo rijk en oud. Ik kan er uren zitten en de aanwezigheid van God voelen. Als ik hier alleen zit, hoor ik vooral de Northern Line die om de minuut onder de grond voorbij dondert.’

Een jongenskoor repeteert voor het kerstconcert in de St Paul's kathedraal Beeld ANP

7. Muziek: Felix Mendelssohn

‘Het enige dat ik mis van St Paul’s is de avondmis. Heb je weleens in St Paul’s gezeten om te luisteren naar een jongenskoor dat Mendelssohns Hear My Prayer zingt? Ondraaglijk mooi. Ik zeg weleens dat musici de beste theologen zijn en dat het christendom beter klinkt als het wordt gezongen in plaats van gesproken. De manier waarop Mendelssohn Psalm 55 op muziek heeft gezet… Het is een roep vanuit de ziel, een roep om verlangen, om plezier, om hoop… Een roep om rechtvaardigheid ook. Luisteren naar de avondmis was altijd een emotioneel anker in een rusteloos bestaan. Zelfs mensen die geen waarde hechten aan God brengen waardering op voor koormuziek.’

8. Schrijver: David Foster Wallace

‘Het is tien jaar geleden dat David Foster Wallace zelfmoord pleegde, twee dagen voor dat grote symbolische moment van de financiële crisis: de ondergang van Lehmann Brothers. Voor mij was deze Amerikaanse schrijver half Springsteen, half Wittgenstein, een man die met elk woord dat hij schreef zocht naar verlossing, een gepijnigde man die moeite had met relaties maar een liefde had voor zwerfhonden.

‘Aan de gemakkelijke, postmoderne ironie die Amerika en de Amerikaanse literatuur was gaan overheersen, had hij geen boodschap. Daarvoor zijn de problemen waarmee we te maken hebben te ernstig. Hij zocht naar morele eerlijkheid, naar antwoorden op grote morele vraagstukken, vandaar dat hij Fjodor Dostojevski bewonderde.

‘Zoals een vis omringd is door water en dat niet eens meer in de gaten heeft, zijn wij omringd door dingen waarin we geloven. De ene keuze die we hebben is waar we in willen geloven.

‘Een goede reden om een soort god te aanbidden, zei hij, is dat vrijwel al het andere je op zal eten, of het nu macht is, ­intellect, geld of je lichaam. Zelf heeft hij een paar keer geprobeerd katholiek te worden, maar dat was hem toch een stap te ver.’

Fraser vindt Jaws (1975) een ‘heerlijk moralistische film met fantastische muziek’ Beeld Universal

9. Film: Jaws

‘Een heerlijk moralistische film met fantastische muziek. Het gaat over het belang van moed, de noodzaak om soms ­zaken aan de kaak te stellen ook al denkt iedereen dat je het fout ziet.’

CV GILES FRASER

1964 27 november, geboren in Aldershot
1986 Studie filosofie aan de universiteit van Newcastle
1993 Studie theologie, ­Oxford
1999 Publiceert proefschrift Holy Nietzsche – Experiments in Redemption
1997 Kapelaan en filosofie­docent op Wadham College, Oxford
2000 Rector in St Mary’s, ­Putney
2001 Publicatie Christianity and Violence
2003 Columnist bij The Church Times
2007 Publicatie Christianity with Attitude
2009 Deken bij St Paul’s
2012 Priester bij St Mary’s ­Newington
2012 Panellid bij The Moral Maze op BBC Radio 4
2012 Columnist bij The Guardian
2012 Stonewall Hero of the Year wegens strijd voor homorechten
2015 Gastdocent theologie op Universiteit van Winchester

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden