De gevoelige snaar

De Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied wordt maandag voor de 20ste keer uitgereikt. Het kleinkunstlied is in die jaren veranderd: het werd korter en persoonlijker, minder geëngageerd. 'Maar een mooi lied is een mooi lied.'

Een kleinkunstlied is niet zomaar een lied. Het draait in eerste instantie om de tekst. Die bestaat uit fraai geformuleerde zinnen, gaat ergens over, doet iets met de luisteraar; maakt iets los, raakt hem diep in de ziel. De melodie en de uitvoering ondersteunen en versterken het verhaal. Een succesvolle popsong mag een klinkende melodie hebben en een matige of onverstaanbare tekst. Een kleinkunstlied beslist niet.


'Je mag nooit over de tekst heen componeren, zodat de woorden verloren gaan in de muziek. De muziek staat ten dienste van de tekst, waardoor de woorden boven zichzelf uitstijgen. Dat is de essentie van een theaterlied', weet componist en pianist Martin van Dijk. Liedjes van Acda en De Munnik, om maar een voorbeeld te noemen, zijn volgens hem daarom geen kleinkunst. 'Hun teksten zijn ondergeschikt aan de melodie, minder uitgesproken en hebben minder diepgang.'


Het moet hoorbaar en voelbaar zijn dat de tekstschrijver, de componist én de uitvoerder ontzettend hun best hebben gedaan, zegt Jan Boerstoel, die als tekstschrijver de afgelopen 20 jaar twee keer de Annie M.G. Schmidtprijs ontving.


De prijs is belangrijk vindt hij, want het is de enige liedprijs in Nederland. Een onderscheiding die gekoesterd mag worden, omdat de gloriejaren van het kleinkunstlied achter ons lijken te liggen, zegt Boerstoel met spijt in zijn stem.


De huidige juryvoorzitter Jacques Klöters, die maandag de twintigste prijswinnaar mag aanwijzen, deelt die visie. 'Vroeger was cabaret zonder lied ondenkbaar. Er waren veel professionele tekstschrijvers, die hun liedjes verkochten aan cabaretiers. Zij waren ook goed in komische teksten. Cabaret is nu zelfportret geworden, met meer ik-gerichte liedjes over relaties en zo.'


Wat inderdaad opvalt aan de prijswinnende liedjes van de afgelopen jaren, is dat er minder dan voorheen tekstschrijvers aan te pas komen. De cabaretier schrijft en componeert ze vaker zelf, zoals Wende Snijders, Daniël Lohues, Jeroen van Merwijk en Maarten van Roozendaal.


Het bespaart komsten om alles zelf in de hand te houden, maar het past ook bij de tijdgeest; kleinkunstenaars zingen graag liederen die dicht bij hun persoonlijk leven liggen. Het geëngageerde of maatschappijkritische lied lijkt op zijn retour.


Uitzonderingen daargelaten, zegt Jan Boerstoel, zoals Nachtkaravaan, geschreven door Arthur Japin, waarmee Sara Kroos in 2009 in de prijzen viel. Een ode aan eigenheid en onafhankelijkheid is het lied. 'Een lied met een opmerkelijk mooie tekst', vindt hij. Opmerkelijk, omdat het aan de kwaliteit daarvan steeds vaker schort, vindt ook Kick van der Veer, kleinkunstkenner en al sinds het begin van de Annie M.G. Schmidtprijs betrokken bij de voorselectie van de kandidaten.


Van der Veer zit steeds vaker met 'kromme tenen' in de zaal. 'Dan kijk en luister ik naar een Bert Visscher, allemaal even leuk en goed en gek, maar dan denk ik ook: zing nu af en toe eens een móói lied, man! Zing een Boerstoeltje. Laat eens een ander een tekst voor je schrijven, voor meer diepgang, om een andere kant van jezelf te laten zien.' Een onsje minder gekkigheid en ikkerigheid zou Kick van der Veer, Jacques Klöters en Jan Boerstoel welkom zijn.


Boerstoel zegt dat niet alleen omdat zijn telefoon minder vaak gaat voor een tekstopdracht. De unieke en typisch Nederlandse traditie van het literaire theaterlied, die begon rond 1900 met Koos Speenhoff (Daar komen de schutters) en zijn hoogtepunt beleefde met het duo Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink (We zijn op de wereld om mekaar te helpen, niewaar?, Ja zuster nee zuster), is hem dierbaar. 'Het eigentijdse repertoire lijkt met de jaren kleiner te worden, maar ook de liederen zelf worden steeds korter', zegt Boerstoel. 'Het publiek heeft geen geduld meer om naar een langere tekst te luisteren met een clou die na 3 minuten opduikt. Net zoals bij De Wereld Draait Door, mag het nog maar 1,5 minuut duren. Wat niet wegneemt dat ik erin geloof dat er een plek blijft voor het Betere Lied.'


Het Nederlandse cabaret draait steeds meer om tekst en minder om het lied, stellen kleinkunstwatchers vast. Die tendens werd ingezet door Freek de Jonge in de jaren tachtig van de vorige eeuw en nog uitbundig beleden door de jongere generatie, zoals de cabaretiers Hans Teeuwen en Bert Visscher. 'Die tendens naar meer tekst maakt dat iemand als Herman van Veen, in het buitenland een wereldster, het moeilijk heeft in Nederland', zegt componist Martin van Dijk.


Als voorbeeld van de tanende belangstelling voor het Nederlandstalige kwaliteitslied noemt Van Dijk de muziektheatervoorstelling Hera, die hij drie jaar geleden maakte met tekstschrijvers Flip Broekman en Jan Boerstoel. Voor de hoofdrollen waren Marco Bakker en Miranda van Kralingen gecast. Omdat de voorstelling weinig aftrek vond bij schouwburgen en de begroting in gevaar kwam, werd besloten de voorstelling én de cast minder muzikaal en meer tekstueel te maken. Bakker en Van Kralingen werden ingeruild voor de acteurs Arjan Ederveen en Waldemar Torenstra. Vera Mann mocht de liedjes voor haar rekening nemen. Schouwburgen stonden in de rij en de kaartvoorverkoop nam toe met 60 tot 90 procent, vertelt de componist. 'Dit zegt genoeg.'


Ook de jury van de Annie M.G. Schmidtprijs bespeurt deze ontwikkeling. In haar juryrapport van 2009 (winnaar Sara Kroos met Nachtkaravaan) bijvoorbeeld schrijft zij dat het kleinkunstlied steeds verder 'in de marge wordt gedrongen'. Televisie en radio brengen ze minder ten gehore, platenmaatschappijen steken weinig geld in het Nederlandstalige kleinkunstlied.


Zangeres en cabaretière Jenny Arean, die de prijs in 1992 won, is niet zo somber. Arean ziet veel jong talent en heeft geen moeite met het meer persoonlijke lied dat opgeld doet. 'Een mooi lied is een mooi lied. Het is goed als het je raakt in je ziel.' Een van haar favorieten is Koeien van Brigitte Kaandorp. 'Over het geluk dat je kunt ervaren bij het zien van een koe in de wei. Dat gevoel kun je natuurlijk alleen krijgen van zo'n lied als je zelf al gelukkig bent.' Cabaretliedjes, zegt ze, draaien nu meer om vermaak. 'En dat betreur ik niet.'


Kick van der Veer stelt tevreden vast dat de 'oervorm' van de kleinkunst - de man met de gitaar op het podium - volop wordt bedreven. 'En die man is steeds vaker een vrouw, dat is een mooie ontwikkeling. Jonge talenten als Sara Kroos, Katinka Polderman en Yora Rienstra zingen veel en hartstikke goede liedjes.' Ook Maarten van Roozendaal bedrijft volgens hem de pure vorm van kleinkunst: 'spannende, goedgeschreven liedjes zingen en pret maken in een kleine zaal.'


Wat Van Roozendaal zo goed maakt is volgens Van der Veer dat hij boven op de tijdgeest zit. 'Zoals hij het individualisme predikt en afkeer toont van religie in een lied als Red mij niet. Hij houdt ons de spiegel voor dat ieder voor zich op de vierkante millimeter een vorst wil zijn. Hoewel ik zelf iemand ben die best gered wil worden, raakt ook dit lied mij. Het is krachtig gezongen, met een rustig begin en een sterke emotionele lading aan het slot. Het is een lied dat je aan het denken zet, dat iets losmaakt ook als je niet van Maarten van Roozendaal houdt. Het heeft dus alles in zich van een goed kleinkunstlied.'


Een interessante kleinkunstenaar vindt Kick van der Veer ook Jeroen van Merwijk, die in 2005 de Annie M.G. Schmidtprijs won met Dat vinden jongens leuk, een lied over de aantrekkingskracht van geweld op mannen. 'Van Merwijk zette mij in het begin van het lied helemaal op het verkeerde been. Ik moest erg lachen, maar naarmate het lied vordert merk je dat het steeds verschrikkelijker wordt, het begint te schuren, het gaat pijn doen, ik wilde er eigenlijk niet meer naar luisteren, zo erg. Als je dat kan bereiken, ben je een groot kleinkunstenaar.'


Omdat Kick van der Veer al twintig jaar lang de voorselectie doet voor de Annie M.G. Schmidtprijs hoort hij álles wat er in een theaterjaar aan kleinkunst ten gehore wordt gebracht. En dat maakt hem helemaal niet somber. Hij ziet dat met artiesten als Wende Snijders en Maarten van Roozendaal het engagement weer terugkomt.


Van der Veer: 'Alles gaat met golfbewegingen en zo gaat het ook met het kleinkunstlied. Er was ook vóór Annie een tijd dat het geëngageerde theaterlied weinig handen op elkaar kreeg.' Dit gecombineerd met de hang naar het persoonlijke van de cabaretier zelf maakt het kleinkunstlied van nu volgens hem 'authentieker dan ooit'.


1Iemand moet het doen (1992) tekst: Jan Boerstoel, muziek: Martin van Dijk zang: Jenny Arean Mooi, wrang onderwerp: wie knapt de onethische klusjes op in de samenleving, zoals illegalen uitzetten en misda- digers executeren? Agressieve tangomuziek, die daar exact bij past, en de doordringende stem van Jenny. Arean. Perfecte drie-eenheid.


2Red mij niet (2000) tekst, muziek en zang: Maarten van Roozendaal Een organisch lied, dat bijna achteloos begint: laat ieder- een alle malle religieuze rituelen maar lekker doen, zoals briefjes in een muur proppen. En dan dat beklemmende, felle, bijna wanhopige slot, waarin Van Roozendaal het uitschreeuwt dat ze hem met rust moeten laten met die reliwaanzin. IJzersterk. 3Dat vinden jongens leuk (2005) tekst, muziek en zang: Jeroen van Merwijk Diep in hun hart vinden mannen geweld domweg leuk. Een ijzig-grappige tekst die als een baksteen in je gezicht beukt. Simpele, dienende muziek met de cynische stem van Jeroen van Merwijk. 4Streepjescode (1998) tekst, muziek en zang: Kees Torn Een ontroerend lied met gevoelige pianoklanken. Kees


Torn leert zijn vader kennen aan de hand van de potlood- streepjes die zijn vader in een boek heeft gezet bij be- langrijke passages. Briljant idee. 5Kaal (1995) tekst en muziek: Theo Nijland gezongen door: The Shooting Party Treffend lied over een relatie die op zijn laatste benen loopt. Alles wat vroeger zo mooi was - haar neus, haar kookkunst - wordt in een ander licht geplaatst. De scher- pe, intellectuele ironie van Nijland.


Annie M.G. Schmidtprijs

Kleinkunstrecensent Patrick van den Hanenberg


geeft zijn persoonlijke top 5


van de winnaars van de afgelopen twintig jaar.


1Iemand moet het doen (1992)


tekst: Jan Boerstoel,


muziek: Martin van Dijk


zang: Jenny Arean


Mooi, wrang onderwerp: wie knapt de onethische klusjes


op in de samenleving, zoals illegalen uitzetten en misda-


digers executeren? Agressieve tangomuziek, die daar


exact bij past, en de doordringende stem van Jenny.


Arean. Perfecte drie-eenheid.


Iemand moet het doen (fragment)


De televisie toont een groepje mannen en in het midden staat de delinquent


Die oogt een beetje minder zelfverzekerd toevallig ook een beetje meer pigment


Hij staat op zijn verdiende loon te wachten zoals dat is geregeld in de wet


Zo aanstonds moet hij in een stoel gaan zitten


En daarna wordt hij onder stroom gezet


Door iemand die geen dure tijd verspilt met domme vragen


Door iemand die alleen maar doet wat hem wordt opgedragen


Iemand moet het doen, iemand moet een hendel overhalen


En dat scheelt de maatschappij dan weer een moordenaar


Niemand moet het doen, niemand moet het volksgevoel vertalen


In een resoluut gebaar en daar gaat-ie dan en klaar


Iemand moet het doen, iemand moet het willen


De hele binnenstad is in beroering er wordt geplunderd en ook brand gesticht


En boze demonstranten schreeuwen leuzen die tegen de regering zijn gericht


Achter gesloten ministeriedeuren vergadert een gesloten kabinet


En hoort steeds dichter bij het oproer kraaien


Gelukkig dat de straat is afgezet


Door een cordon politiemannen met getrokken ­wapen


En voor hen staat een officier nerveus zijn keel te schrapen


2Red mij niet (2000)


tekst, muziek en zang: Maarten van Roozendaal


Een organisch lied, dat bijna achteloos begint: laat ieder-


een alle malle religieuze rituelen maar lekker doen, zoals


briefjes in een muur proppen. En dan dat beklemmende,


felle, bijna wanhopige slot, waarin Van Roozendaal het


uitschreeuwt dat ze hem met rust moeten laten met die


reliwaanzin. IJzersterk.


3Dat vinden jongens leuk (2005)


tekst, muziek en zang: Jeroen van Merwijk


Diep in hun hart vinden mannen geweld domweg leuk.


Een ijzig-grappige tekst die als een baksteen in je gezicht


beukt. Simpele, dienende muziek met de cynische stem


van Jeroen van Merwijk.


4Streepjescode (1998)


tekst, muziek en zang: Kees Torn


Een ontroerend lied met gevoelige pianoklanken. Kees


Torn leert zijn vader kennen aan de hand van de potlood-


streepjes die zijn vader in een boek heeft gezet bij be-


langrijke passages. Briljant idee.


5Kaal (1995)


tekst en muziek: Theo Nijland


gezongen door: The Shooting Party


Treffend lied over een relatie die op zijn laatste benen


loopt. Alles wat vroeger zo mooi was - haar neus, haar


kookkunst - wordt in een ander licht geplaatst. De scher-


pe, intellectuele ironie van Nijland.


Kleinkunstgala 2012

De Annie M.G. Schmidtprijs wordt sinds 1991 uitgereikt door de stichting Buma Cultuur en het Amsterdams Kleinkunstfestival. Op maandag 16 april, wanneer het festival zijn 25-jarig bestaan viert, wordt voor de twintigste keer de onderscheiding voor het beste theaterlied van het afgelopen jaar in theater DeLaMar in Amsterdam uitgereikt. De jury staat onder voorzitterschap van Jacques Klöters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden