De getijden van het milieu

Uiteindelijk wordt de Oosterschelde toch een bak water De afsluitbare pijlerdam in de Oosterschelde gold ooit als triomf van de milieubeweging, maar blijkt toch ook niet alles....

De Zeeuwse zeegaten zijn een speeltuin voor ecologen geworden. In de delta is dan ook heel wat geëxperimenteerd: van afgedamde zoete meren (Zoommeer, Volkerak, Haringvliet), zoute meren (Grevelingen, Veerse Meer) tot geheel zoute getijdengebieden (Oosterschelde).

En nu is er weer een beweging terug naar af. Eigenlijk moeten de estuaria, die rijke overgangszones tussen rivieren en zee waar honderden soorten planten en dieren leven, in oude glorie worden hersteld. Zoet én zout water moeten elkaar weer treffen, zeggen de drie betrokken provincies Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant in hun Integrale Visie Deltawerken.

Ir. Leo Adriaanse van Rijkswaterstaat in Zeeland is het daar van harte mee eens. 'Na 1953 was er maar één gedachte: Zeeland moet veilig achter dammen komen te liggen, zodat de zee ons niet meer kan verrassen. Nu dat gevaar is geweken, worden we door een ander gevaar in de rug aangevallen.'

De toenemende afvoer van rivierwater van Rijn en Maas, die vroeger via de delta de Noordzee in kon, kan bij tegelijkertijd optredende springvloed en storm niet weg omdat alle zeegaten met dammen en stormvloedkeringen zijn afgesloten. Bij hele hoge rivierafvoeren geeft dat problemen.

'Het lijkt reëel om de deltawateren in de toekomst te gebruiken als opvang voor rivierwater ', zegt Adriaanse.

'Van belang is dan wel dat onder normale omstandigheden ook zoet-zout overgangen aanwezig zijn, zodat de wateren en de daarin levende planten en dieren bij extreem hoge rivierafvoeren beter bestand zijn tegen de berging van grote hoeveelheden zoet water.'

Een goed idee, maar om een heel andere reden, vindt dr. Aad Smaal van het RIVO, het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek. In de Oosterschelde kaapt de wilde Japanse oester een groot deel van de algen weg van de mosselen.

Als er weer voedselrijk rivierwater de Oosterschelde instroomt, kunnen wellicht alle schelpdieren een royale portie bemachtigen. Mosselen vormen de kurk waarop de economie van Yerseke drijft. Daar liggen de verwaterplaatsen voor de mosselen, dus zitten daar ook de kwekers en de handel.

Oostelijk in de Oosterschelde liggen de zoete wateren als het Zoommeer en het Volkerak. De landbouw bedong destijds dat deze wateren zoet bleven. Die inperking van de Oosterschelde maakte het bekken kleiner. Dat was juist gunstig omdat daardoor de Oosterschelde sneller volloopt. Zo kon 90 procent van de getijdebeweging gehandhaafd blijven. Door de pijlerdam werd de instroom van zeewater minder. Door verkleining van de bak water werd dit gecompenseerd.

Ook in het Zoommeer, Volkerak en Krammer zijn problemen opgedoken. In deze met zoet water gevulde meren stromen Brabantse rivieren als de de Mark en de Dintel uit, rijkelijk gevuld met fosfaat en stikstof van de landbouw en veehouderij. Afgelopen zomer kwam er zoveel nutriëntenrijk rivierwater in het Zoommeer dat de giftige blauwalgen niet meer onder controle waren te houden en massale vogelsterfte veroorzaakten. De stank was ook voor watersporters niet te harden.

Het kan dus geen kwaad om de stilstaande zoete Zeeuwse wateren van Zoommeer, Krammer en Volkerak weer wat in beweging te brengen door er water van elders doorheen te spoelen: denkbaar is zout water uit de Oosterschelde en zoet water uit het Hollandsch Diep.

De wisselende inzichten rond zoet en zout in de delta zijn verklaarbaar tegen de achtergrond van de watersnood. Gaandeweg verschoof de opvatting dat de veiligheid alleen te waarborgen viel achter gesloten zeearmen, naar het idee dat ook de ecologie een rol moest spelen.

Toen in Zeeland begin jaren zeventig de laatste zeearm, de Oosterschelde, zou worden afgesloten van de Noordzee om de inwoners te beschermen tegen nieuwe overstromingen, brak het milieubesef door. Van zoete meren waren er al dertien in een dozijn. Het zou beter zijn de Oosterschelde zout te houden en er geen vuil Rijnwater in te laten uitmonden.

De stormvloedkering in de monding van de Oosterschelde was het antwoord. Daarmee was één van de eerste overwinningen van de milieubeweging geboekt, zegt dr. Wim Wolff, destijds onderzoeker bij het Delta Instituut voor Hydrologisch Onderzoek in Yerseke. Daar brachten acht biologen de ecologische toestand in kaart van de Oosterschelde voor en na de afdamming, toen van de pijlerdam dus nog geen sprake was.

Zonder eb en vloed zou er een ecologisch kerkhof ontstaan in de Oosterschelde. Zeegrassen, wieren, krabben, mosselen, zeesterren, kokkels, wormen, kleine kreeftjes en de algen zouden in één klap worden uitgeroeid. Iets dergelijks had zich namelijk al afgespeeld in 1971, toen in de Grevelingen van de ene op de andere dag de getijdebeweging wegviel.

'De pijlerdam spaarde kool en geit', zegt Wolff nu op zijn werkkamer bij de Rijksuniversiteit Groningen waar hij als marien ecoloog werkt. 'Wie tegen was kon zeggen de Oosterschelde gaat dicht want er komt een dam. Wie voor open houden was, kon zeggen er blijft getij. Iedereen was blij met het compromis.'

Belangrijk bij het besluit in 1976 was dat 90 procent van de getijdebeweging in de Oosterschelde gehandhaafd bleef, omdat het water rond de pijlers vrijelijk kon stromen. Alleen bij zeer heftige storm zouden de schuiven van de stormvloedkering dichtgaan. Zo kon aan veiligheid én milieu tegemoet gekomen worden.

Is de Oosterscheldekering, aangelegd voor 8 miljard gulden, het waard geweest? 'Als bioloog zeg ik dat het volkomen gelukt is', zegt Wolff. 'Maar we hebben niet voorzien dat de zandplaten kleiner worden. Uiteindelijk zal de Oosterschelde een bak water worden zonder platen. En zonder die platen valt er ook voor vogels niets te halen. Juist die zandplaten geven de Oosterschelde haar Waddenkarakter met strandlopers en zeehonden. Over een eeuw ziet het er heel anders uit.'

Het afkalven van de platen, slikken en schorren baart ook Adriaanse zorgen. Door het kleinere getij zijn de geulen te groot geworden voor de Oosterschelde: daardoor ontstaat de zogeheten zandhonger. De geulen zuigen zand weg van de platen en schorren, zo'n 70 hectare per jaar gaat aldus verloren.

Bij Rijkswaterstaat zijn ideeën geopperd om de teloorgang te stuiten. Zo wordt er gedacht aan het vergroten van de doorstroomopening in de stormvloedkering. De hoekige pijlers zouden gestroomlijnd kunnen worden waardoor er meer water en zand de Oostereschelde instroomt.

Een ander idee is om in het eiland Neeltje Jans in de monding van de Oosterschelde een doorstroomgat te maken, eventueel voorzien van een getijdecentrale om stroom op te wekken. Daarmee zou tenminste nog iets van de gigantische kosten worden gerugverdiend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden