De geschiedenis piekert er niet over hem vrij te pleiten

Toen hij nog een jonge revolutionair was - een mooie man met een baard die zijn vaderland van een dictator trachtte te ontdoen - oogstte Fidel Castro bewondering onder zijn aanhangers met zijn verzekering: 'De geschiedenis zal mij vrijpleiten.'

Fidel Castro in 2006. Beeld epa

Dat de geschiedenis er niet over zou piekeren hem vrij te pleiten, werd al snel duidelijk, toen de vuurpelotons, de buitengerechtelijke executies, de verdwijningen, de opsluitingen, de repressie, de vervolging van homoseksuelen ('gedegenereerden', zei de grote leider), de vluchtelingenstromen en de verruïneerde economie kwamen. Zoals ze overal in Latijns-Amerika kwamen waar mooie mannen met baarden en wapens en revolutionair vuur in de ogen de macht grepen.

Fidel Castro werd gewoon een van de velen in de lange stoet dictators die het Caribisch gebied en Latijns-Amerika in de vorige eeuw hebben gekend. Soms heetten ze 'links', soms heetten ze 'rechts'; voor de hoeveelheden bloed die vloeiden maakte dat weinig uit, want vrijwel altijd waren ze sadistisch en meer dan eens waren ze krankzinnig: Pinochet, Videla, vader en zoon Duvalier, Stroessner, Trujillo, et cetera, et cetera. Gabriel García Márquez, net als Harry Mulisch een vriend van Castro en ook alweer twee jaar dood, baseerde een heel oeuvre op de tiran in operette-uniform.

De laatste jaren ontving hij in zijn woonkamer. Hij was een oude, schuifelende man geworden, weg uit het hart van de macht, 'een levend museumstuk' schreef The Miami Herald dit weekend wreed. Politiek irrelevant, maar kennelijk nog steeds een geliefd onderwerp voor een foto. De trefwoorden 'woonkamer' en 'Fidel' leveren een geestige rij foto's op van Fidel Castro die, gezeten in een stoel in een kamer bomvol prullaria, een bonte verzameling hoogwaardigheidsbekleders de hand schudt. Van Paus Franciscus en François Hollande tot verschoppelingen op het internationale diplomatieke toneel als Hugo Chávez en Desi Bouterse. In de Unasur, de unie van Zuid-Amerikaanse landen, geldt Fidel Castro officieel nog altijd als 'de grootste Latijns-Amerikaanse leider van de 20ste eeuw'.

Fidel Castro met de Paus in zijn woonkamer in 2015. Beeld ap

Op 14ymedio, de nieuwssite waarvan de Cubaanse blogster Yoani Sánchez - die van de mooie, dromerige blogs over het dagelijkse leven onder de repressie - een van de grondleggers is, las ik een mooi verhaal van Miriam Celaya. Haar hele leven heeft ze onder Fidel Castro gewoond. Hij was overal en overal tegelijk: op tv, aan de muur, in de gedachten van de mensen. 'Fidel was een van de eerste woorden die duizenden kinderen in duizenden gezinnen leerden zeggen.' Met het verstrijken der jaren brokkelde haar kinderlijke ontzag voor hem af. Vanwege de families die uit elkaar zijn gerukt, door migratie en door onoverbrugbare politieke meningsverschillen. Vanwege 'de bezoedeling van begrippen als vaderland en vrijheid'. Vanwege de grote gevangenis waarin ze leefde en 'waaraan de Cubanen in de loop der jaren zelf hebben gebouwd'.

Vergis je niet in het verdriet dat nu wordt opgetekend uit de monden van de Cubanen, waarschuwt zij. Zij ziet geen liefde van een volk voor de man die het generaties lang klein heeft gehouden, maar angst voor de grilligheid en de kwaadaardigheid van het regime dat zo lang zijn naam heeft gedragen.

Soms is loyaliteit een overlevingsmechanisme. Ook dat kennen we uit andere dictaturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden