De geschiedenis gaat niet enkel uit van feiten

ERG GELUKKIG waren de geschiedenisleraren niet met de historische kennis-quiz van onze parlementsleden die twee maanden geleden flink wat stof deed opwaaien....

Dit beeld is allang achterhaald. Geschiedenisonderwijs gaat tegenwoordig, volgens critici, zelfs nog maar bedroevend weinig over feiten. De nadruk ligt veel meer op vaardigheden om historische kennis te verwerven - zoals bronnenstudie - en op de toepasbaarheid van deze kennis. Een aanpak die van hogerhand wordt bevorderd.

'Het verwerven van inzicht in het verleden is geen doel op zichzelf, maar moet bijdragen aan de verheldering van het eigen bestaan en op deze wijze ook aan het sociale verkeer in de samenleving', luidt het ministeriële uitgangspunt voor het curriculum dat voor de bovenbouw van havo/vwo (de zogenoemde tweede fase), wordt ontwikkeld.

En dus staat het rapport met kerndoelen voor het vernieuwde geschiedenisonderwijs vol aansporingen om aandacht te besteden aan 'bestaansdimensies', 'identiteitsdimensies' en - vanzelfsprekend - hun onderlinge samenhang. Geen vastomlijnd chronologisch historisch programma, wel een verplicht rijtje 'subdomeinen', als daar zijn staats- en natievorming, vrede en veiligheid, en zingeving en cultuur. De thema's die aan bod komen dienen 'probleemgericht' te zijn: lekker breeduit vertellen is er voor de geschiedenisleraar niet meer bij.

Alsof het geschreven is door een dronken agoog, hoonde de Leidse hoogleraar geschiedenis H. Wesseling over de formulering van de eindtermen. Een begrijpelijke verzuchting van een buitenstaander, die - zoals de meeste critici - een tamelijk traditioneel, zo niet ouderwets standpunt inneemt over wat leerlingen op geschiedenisles moeten leren. 'Eerst de feiten, dan de thema's', aldus VVD-leider Frits Bolkestein in NRC Handelsblad.

Wat de critici missen, zijn het chronologisch feitenoverzicht en een degelijke kennis van de vaderlandse historie. Zonder dit verwordt bronnenstudie als snel tot 'kunstjes met bronnen', waarschuwde prof. dr J. Blom, de nieuwe directeur van het RIOD, vorige week tijdens een debat over deze kwestie. Weten hoe je een cartoon uit de Tweede Wereldoorlog moet analyseren heeft immers weinig zin als je niet eens weet hoe deze oorlog ontstond, laat staan wanneer. Blom: 'Waarom het leren van feiten niet aanvaardbaar zou zijn, terwijl niemand bezwaar maakt tegen het stampen van woordjes, ontgaat mij volkomen.'

'Geschiedenis is een bewerkelijk vak. Het is niet vergelijkbaar met het simpelweg aanleren van woordjes', meent historica Maria Grever, voorzitster van de werkgroep die de eindtermen opstelde. 'En omdat het zo identiteitsgevoelig is, zal er altijd dicussie over blijven bestaan.

'De vraag is natuurlijk wat je onder historische kennis verstaat. Je kunt uitgaan van een strikt chronologisch overzicht, of, zoals wij hebben gedaan, besluiten om - uit didactisch oogpunt - een aantal thema's en gebeurtenissen als houvast aan te bieden. Maar hét historisch overzicht bestaat niet. Historici debatteren voortdurend met elkaar over de ''relevante feiten''. Je kunt niet zeggen: zó zit de geschiedenis in elkaar. Dat is juist het leuke van dit vak.'

Wat de critici vergeten is dat leerlingen al een globaal overzicht van de geschiedenis krijgen tijdens de basisvorming. De tweede fase biedt juist de mogelijkheid dieper op zaken in te gaan. 'Je moet leerlingen de kans geven om in een totaal andere cultuur te duiken: dat maakt het voor hen heel aantrekkelijk', aldus Grever. 'Belangrijk is ook dat de niet-nuttige kanten van het vak aan bod komen. Daar kan je leerlingen ontzettend mee boeien. Geschiedenis heeft niet altijd direct nut, maar is wel van belang om je horizon te verbreden.'

Bovendien, stelt Grever, streeft het vernieuwde geschiedenisonderwijs niet alleen naar kennisoverdracht, maar met name ook naar het aanleren van een kritische houding. 'Als je de grote lijn doceert, doceer je dat er één waarheid is, wat het kritische vermogen van de leerlingen aantast', constateerde een leraar afgelopen week tijdens het debat over het historisch overzicht. Laten zien dat er verschillende invalshoeken bij een historische gebeurtenis zijn is dan zinvoller dan het dicteren van een nationale canon van de Nederlandse geschiedenis. Zonder dit inzicht zijn historische feiten niets waard.

Of zoals W. van der Dussen, hoogleraar cultuurgeschiedenis en filosofie, tijdens het debat opmerkte: 'Dat geschiedenis enkel over feiten gaat, is een onzinnige uitspraak. Ik kan een verhaal vertellen op basis van alleen maar ware feiten, dat geheel onwaar is.'

Mirjam Prenger

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden