De generatiekloof valt reuze mee

'VROEGER WAS het Nederlandse volk verdeeld in zuilen, tegenwoordig in generaties. Aan iedere leeftijdsgroep hangt een labeltje. Wie na de mythische protestgeneratie is geboren, wordt gerangschikt onder 'verloren', 'pragmatisch', of gewoon onder 'nix'....

Maar bestaan generaties eigenlijk wel, vragen sociologen, historici, literatuur- en muziekwetenschappers zich in deze bundel af. Of is generatie slechts een constructie van wetenschappers en, vooral, journalisten op zoek naar een handig etiketje in deze verwarrende, postmoderne tijden? Vooral jongeren reageren vaak geïrriteerd als zij voor de zoveelste keer worden beschreven als 'hapsnap-' of 'laconieke' generatie. Zij voelen zich immers vooral individu, en niet onderdeel van een anonieme massa leeftijdgenoten.

Ook uit sociologische hoek is kritiek gekomen op de gedachte dat elke generatie wezenlijk anders in het leven staat, omdat zij in haar jeugd specifieke gebeurtenissen heeft meegemaakt, die zij tot op hoge leeftijd met zich mee blijft dragen. Uit onderzoek blijkt telkens weer dat jongeren zich vooral onderscheiden door hun smaak op het gebied van mode en muziek. Over politiek, economie, arbeid en tal van andere maatschappelijke kwesties denken zij niet wezenlijk anders dan hun ouders.

Het idee dat generaties sterk van elkaar verschillen, berust vaak op de vergelijking van jongeren van nu met het, doorgaans nogal geïdealiseerde, beeld van de jeugd uit 1958 of 1968. In die constructie komen de tieners en twintigers van nu plots naar voren als materialistisch, hedonistisch of weinig idealistisch. Als 'de jeugd van tegenwoordig' echter wordt vergeleken met de dertigers, veertigers en vijftigers van nu verdwijnen de meeste verschillen. Ook veel leden van de protestgeneratie hebben hun linkse idealisme onderweg verloren en een materialistische levensstijl geadopteerd. Andere verschillen tussen de generaties worden eveneens afgevlakt.

Het onlangs verschenen Sociaal en Cultureel Rapport laat bijvoorbeeld zien dat ook vijftigplussers tegenwoordig door het leven zappen. Net als jongeren hebben zij een hedonistische lifestyle ontwikkeld. Met de twintigers vormen zij zelfs de meest uithuizige groep van de bevolking. 'Bestaan er nog wel generaties in de jaren negentig of is iedereen tegenwoordig even oud?', vragen de samenstellers van Generatie Mix zich af.

Toch berust het generatiedenken niet uitsluitend op een hersenspinsel van journalisten en wetenschappers, blijkt uit het eerder dit jaar verschenen boek Mijn generatie van de Tilburgse sociologen Isabelle Diepstraten, Peter Ester en Henk Vinken. Zij hebben niet alleen naar de objectieve verschillen tussen leeftijdsgroepen gekeken, maar ook naar de subjectieve beleving. Bijna driekwart van de Nederlanders blijkt zichzelf tot een generatie te rekenen, concluderen zij op basis van een enquête die zij voor de Geassocieerde Persdiensten hielden. Hoeveel bezwaren men ook tegen het generatiedenken moge hebben, kennelijk herkennen veel mensen zich in het beeld van 'mijn generatie'.

Het generatiebesef is het meest aanwezig bij de oudste generaties. In hun jeugd hebben zij indringende gebeurtenissen meegemaakt, zoals de crisis van de jaren dertig, de Tweede Wereldoorlog en de beroering van de jaren zestig. Waarschijnlijk hebben zulke ervaringen een zeker generatiegevoel gesmeed, denken Diepstraten, Ester en Vinken. De collectieve ervaringen van de jongste generaties, zoals de recessie van de jaren zeventig of de val van de Muur, steken hierbij nogal bleekjes af.

Overigens vinden ook de Tilburgse sociologen veel overeenkomsten tussen de generaties. Jongeren zijn even links of rechts als ouderen en denken hetzelfde over economie. Ook hebben alle generaties een zeer gering vertrouwen in de overheid. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Sociaal en Cultureel Planbureau vinden Diepstraten, Ester en Vinken geen grote verschillen in culturele belangstelling. Volgens hun onderzoek lezen jongeren gemiddeld even veel boeken als ouderen.

Wel zijn jongeren minder geïnteresseerd in politiek en minder vaak lid van een partij of een belangenorganisatie. Zij zijn wat minder geneigd tot sparen en beleggen en wat meer tot hedonisme en consumentisme. Over seksualiteit en moraal denken zij wat gemakkelijker dan ouderen. De verschillen zijn echter betrekkelijk klein en van een harde generatiekloof is dan ook geen sprak, concluderen de Tilburgse sociologen.

Het begrip 'generatiekloof' maakte opgang in de jaren zestig. Volgens een gangbaar beeld legde de jonge generatie destijds de ouderen het vuur aan de schenen. In Generatie Mix wordt dit beeld enigszins gerelativeerd. Jongeren werden geholpen, en vaak geleid, door hervormingsgezinde ouderen. De invloedrijke feministische actiegroep Man-Vrouw-Maatschappij werd aangevoerd door vertegenwoordigers van de 'stille' generatie, geboren tussen 1930 en 1940. Ook andere 'stillen', zoals Renate Rubinstein, Henk Hofland, Harry Mulisch en Simon Vinkenoog, speelden een belangrijke rol in deze periode. Zelfs de antirookmagiër Robert Jasper Grootveld, het symbool van de Nederlandse jaren zestig, was de dertig al ruimschoots gepasseerd toen hij zijn brandoffers bij het Amsterdamse Lieverdje bracht.

Wel vormden jongeren de motor van de 'culturele revolutie', menen Righart en Luykx, alleen al vanwege de massale omvang van hun leeftijdsgroep. Zij gaven de doorslag in een scherp maatschappelijk conflict, waarin traditionele soberheid en matigheid, voortkomend uit armoede, botsten met het nieuwe hedonisme van de welvaartstaat. De lonen explodeerden, de pil was uitgevonden, de toekomst leek zonniger dan ooit. Kortom: het werd tijd om van het leven te genieten.

De vernieuwers hebben gewonnen en sindsdien hebben alle leeftijdsgroepen in meer of mindere mate een levensstijl die draait om genot, vrijheid en persoonlijke autonomie. Jongeren delen de waarden van ouderen - gezin, werk, huis - terwijl ouderen proberen zo lang mogelijk jong te blijven. Als er al sprake is van spanning tussen de generaties, schrijft de sociologe Christien Brinkgreve in Generatie Mix, dan lijkt die eerder uit te gaan van ouderen dan van jongeren.

Zij citeert een artikel van Anil Ramdas in NRC Handelsblad: 'De ouders zijn boos, omdat de kinderen zo gehoorzaam zijn. Zoals die gehoorzame slungelige jongen die met zijn moeder bij een patatkraam staat. De moeder is in de veertig, en ze vertoont duidelijk sporen van een recalcitrant verleden, met haar iets te zware oogschaduw en slonzig truitje. 'Waarom moet je weer patat', zegt ze venijnig, 'waarom neem je geen gevulde taco?'

Deze spanning is echter van alle tijden. Al sinds Sokrates staan jongeren immers te boek als ongeïnteresseerd, materialistisch en wars van het idealisme van hun ouders.

Van de twee boeken geeft Mijn generatie het beste overzicht van de geschiedenis van de generaties en de theorievorming daarover. De essays in Generatie Mix zijn een uitwerking van een geschiedkundig congres uit 1996 en vormen een bij tijd en wijle boeiend, maar nogal disparaat geheel.

Peter Giesen

Hans Righart & Paul Luykx: Generatie Mix.

De Arbeiderspers, 168 pagina's; * 34,90.

ISBN 90 295 3508 3.

Isabelle Diepstraten, Peter Ester & Henk Vinken: Mijn generatie.

Syntax Publishers, Tilburg; 263 pagina's; * 39,95.

ISBN 90 361 9888 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden