De gemoedelijke ernst van Koos Breukel

Zijn portretten zijn vaak ernstig en gestyleerd.Wie voor de lens van Koos Breukel stond, roemt juist de familiaire en rommelige sfeer waarin de foto ontstond.

Monumentaal mag het boek Me We van Koos Breukel (51) zonder terughoudendheid worden genoemd. Bijna vierhonderd pagina's dik, met honderden portretten in zwart-wit en kleur, die de Amsterdamse fotograaf sinds de jaren tachtig heeft gemaakt.

Niet alleen omvang en artistieke en druktechnische kwaliteit geven Me We zijn monumentale karakter, ook de opbouw draagt daaraan bij. Voorin portretten van vrouwen in verschillende stadia van hun zwangerschap. Zij worden gevolgd door de foto's van barende moeders, van baby's die hun ogen voor het eerst aan het licht laten wennen, brullend zoals het pasgeborenen betaamt de longen vol lucht zuigen, of zich, mokkend lijkt het wel, laten troosten aan moeders borst.

Het boek eindigt met portretten van oude mensen - van mensen die inmiddels zijn gestorven, veelal. Jan Wolkers, Gerard Fieret, Lucian Freud, Jan Blokker, Rijk de Gooijer, Bernlef, Komrij, Louise Bourgeois, aan het einde van hun leven poseerden ze nog één keer voor Breukel. Op de allerlaatste bladzijden staan de doodsportretten van Breukels vader en moeder. Van nabij, confronterend en toch niet ongemakkelijk. Tussen deze twee uitersten doorloopt Breukel alle stadia van het leven. Van kinderen naar pubers en adolescenten, naar jongvolwassenen, naar de getekende karakterkoppen van de zestigers tot het gekreukelde perkamenten gezicht van hoogbejaarden.

Die ordening, die categorisering naar levensstadium, is, hoezeer ze in eerste instantie ook opvalt, niet zo vreselijk belangrijk. Want meer dan in die stadia lijkt Breukel geïnteresseerd in wat er plaatsvindt in het leven van degenen die zich door hem laten portretteren - wat hen tekent ánders dan de jaren.

Na zijn studie aan de mts voor fotografie en fotonica in Den Haag begon Breukel zijn loopbaan als portretfotograaf voor glossy maandbladen. Dat duurde niet lang. Zijn leven nam een dramatische wending in 1992, toen hij, als passagier in zijn eigen auto, in de Schipholtunnel een ongeluk meemaakte waarbij een dode viel. Sindsdien hebben mensen - hun karakter, hun eigenaardigheden, en in het bijzonder de beschadigingen die zij in hun leven oplopen - zijn intense belangstelling.

Breukel fotografeerde passagiers die de vliegramp met een Martinairtoestel bij Faro, Portugal, in 1992 hadden overleefd. Hij portretteerde een uitgemergelde aidspatiënt, in de tijd dat die ziekte nog onverbiddelijk tot de dood leidde. Een vriend wiens lichaam reusachtig opzwol door de tumor in zijn hoofd. Een meisje met een fijn, glamoureus gezicht, met littekens van brandwonden op armen en schouders. Ouders van omgekomen jongeren. Mensen bij wie het leed littekens heeft achtergelaten, af te lezen aan kerven in de huid of een zwaarmoedige blik.

Breukel bezit het vermogen deze mensen voor de lens te doen uitgroeien boven het leed dat hun treurigheid, hun littekens en misschien hun dood veroorzaakte. Het lijkt soms of de fotograaf aldus zijn eigen doodsangst probeert te bezweren, of liever gezegd bevestiging zoekt voor de levenslust waarmee bijna al zijn modellen, hoe oud en ziek soms ook, zijn behept.

Ernstig op het melancholieke af zijn de portretten die Breukel al die jaren maakte, met hier en daar een visueel grapje maar nooit een klaterende lach. Met bijna altijd die donkere achtergrond van de huisstudio in de Amsterdamse Schinkelbuurt, waar het model voor het moment van een 125ste seconde op zichzelf en zijn eigen staat-van-zijn wordt teruggeworpen. Hartelijk ontvangen in het huis waar het privéleven van het gezin-Breukel en de fotografiepraktijk prettig chaotisch met elkaar zijn versmolten. Maar op het moment suprême toch even angstwekkend eenzaam, aldus een offer brengend aan de fotograaf.

Voorafgaand aan het boek en de tentoonstelling, die morgen in Den Haag wordt geopend, vertellen vijf door Breukel geportretteerden V hoe de foto waarop ze zijn vereeuwigd tot stand kwam en wat ze van het resultaat vinden (op deze en de vorige pagina's).

Me We

Het Fotomuseum Den Haag toont vanaf morgen onder de noemer Me We, The Circle of Life een retrospectief van Koos Breukel, met maar liefst 120 afdrukken, t/m 12/1.

Eerder had Breukel solo-exposities in Pori (Finland) en het Musée Européenne de la Photographie in Parijs. Het San Francisco Museum of Modern Art en het Stedelijk Museum in Amsterdam hebben werk van hem.

'Koos' studio geeft een warme sfeer'

Mike Roelofs (fotograaf, 32) bezocht Breukel in januari 2012 om iets met hem te bespreken.

'Ik werk al jaren aan een project dat te maken heeft met de buitenkant van het lijf van mensen - een onderwerp waar Breukel ook vaak mee bezig is. Ik was vastgelopen en heb toen uren met hem zitten praten, in die studio/huiskamer. Op het einde van de avond, we hadden al wat bruine biertjes gedronken, zei Koos: 'Ik wil jou wel fotograferen.'

'Kijk me maar indringend aan', zei hij. Het hielp dat we een vrij zwaar onderwerp hadden besproken. Hij vond dat ik een mooie schrale, winterse kop had. Klopt: als ik hard werk en weinig slaap, teken ik snel. Toen ik de foto zag, moest ik lachen. Hij heeft het voor elkaar gekregen, dacht ik: ik ben met hem meegegaan. Breukel is bij zo'n sessie ontregelend. Hij geeft weinig instructies, staart van boven in de camera en jij staart naar zijn hoofd. Dan is hij opeens heel snel en is de eerste flits al geweest. Een leuke, leerzame ervaring. De sfeer bij hem in de kamer helpt enorm. Aan een kant staat een versleten houten tafel met boeken en rommeltjes. Aan de andere kant een achtergrondrol, met lage, diepe kleurtinten - een warme uitstraling. Zijn flitssysteem hangt aan het plafond. Als je gaat poseren is er dus geen transitie nodig van een gezellige kamer naar een lichte, kille studio; je blijft in de ruimte waar je eerst samen een biertje dronk. Drie meter verderop, voor de camera, voel je je hetzelfde. En hij is daar als een vis in het water.'

'Breukel heeft een facet van me gefotografeerd'

Antoine Bodar (priester, schrijver, radiopresentator, 70) werd in 2006 door Breukel geportretteerd.

'Ik heb er geen herinnering meer aan. Misschien zou ik het kunnen terughalen als ik mijn agenda van toen zou raadplegen, maar die heb ik hier in Rome niet binnen bereik. Ik kan natuurlijk zien dat hij in de studio is gemaakt. Het is een geposeerde foto, waarvan ik de klassieke waarde onderken. De handen in een klassieke houding, de mooie stofuitdrukking van het jasje - het is een artistiek verantwoord geheel.

'Tegelijk herken ik mezelf niet in de foto. Dat sombere, dat non-communicatieve ben ik niet. Ongetwijfeld heeft Breukel een facet van me gefotografeerd, het is een kijkje in mijn ziel, waarbij het erop lijkt dat ik over de dood nadenk, het leven ernstig neem. Maar dat is wel een heel klein facet van mijn karakter, want in het algemeen probeer ik, met veel zelfrelativering, de mensen juist op te vrolijken. Het is waar dat ik ook ernstig kan zijn, dat heeft de fotograaf gezien, en ik heb ook geen behoefte dat te verbergen. Maar dit is te veel buitenkant, een memento mori.

'Misschien ben ik wat eigenwijs, maar als hij een hoger camerastandpunt had genomen, had je me meer in de ogen kunnen kijken. Nu lijken het spleetogen. En tsja, die blik omhoog, dat zal wel verwijzen naar mijn religiositeit. Een in zichzelf gekeerd mens zie ik, introvert. Dat was ik allang niet meer toen die foto is gemaakt. Ik kijk liever naar foto's van mezelf waar ik vriendelijker, lachend op sta, zoals die op de achterkant van mijn boeken.'

'koos appelleert aan persoonlijkheid'

Rineke Dijkstra (fotograaf, 54) kent Koos Breukel sinds haar studietijd. Breukel portretteerde haar voor fotovakblad PF in 1983.

'Sindsdien zijn we bevriend. Toen zocht hij nogal eens de confrontatie met extreme types, maar dat is veranderd. Door het ongeluk in de Schipholtunnel is hij de kwetsbaarheid van het leven gaan ervaren. Wij delen de fascinatie voor ons onderwerp. Alletwee werken we in een studio, met een technische camera en groot statief. De sfeer die dan ontstaat, is geconcentreerd en zo lukt het intensiteit in iemands blik te krijgen. Als fotograaf zoek je naar een tussenmoment, het ogenblik waarop het model zich wel en niet bewust lijkt van wat er gebeurt. 'Deze foto met mij is uit 2012. Een Duits blad, Monopol, had een portret van me nodig. Koos is de enige die me mag portretteren, want ik vind het verschrikkelijk. Bij hem is het zo ontspannen, met die studio in de huiskamer. 'Hou je jas maar aan', zei hij toen ik binnenkwam. Hij stelt je op je gemak, en dat is goed want geportretteerd worden is spannend. Het portret is heel mooi geworden, vind ik. Ik sta er knapper op dan ik echt ben. Tegelijk zit er een mysterie in de blik, je komt daar niet echt bij. Het vreselijke van gefotografeerd worden vind ik dat je, tot je het beeld ziet, niet weet hoe je eruit ziet. Leeftijd speelt mee, ik ben geen 20 meer. Maar zijn kwaliteit is dat hij niet meteen aan schoonheid appelleert, maar aan persoonlijkheid. Daarin schuilt een andere schoonheid dan in het uiterlijk.'

'Koos heeft me goed aangevoeld'

Loes Luca (actrice, 59) zat in 2008 voor de lens van Breukel toen die in opdracht van Jeanine van den Ende portretten maakte voor het DeLaMar Theater in Amsterdam.

'Breukel wordt ook wel Koos Kreukel genoemd. Toen ik in zijn studio kwam, begreep ik waarom. Er hing een portret van Joost Prinsen, met al zijn poriën, van mijn vriendin Tjitske Reidinga met haar zwangere buik - goeie koppen. Het was een gezellige boel, een mengeling van fotostudio en huiskamer, net zo'n Jan Steenhuishouden als bij mij. Niet vies, wel rommelig. Er was een baby, de oppas was er nog niet, dus moest Koos die tussen de bedrijven een beetje in de gaten houden. Voor zo'n fotosessie trek je altijd je beste smoel aan, je moet als actrice een product verkopen. Nou, daar ging het nu dus niet om. Het moest echt een portret worden. 'We gaan niet lachen', zei Koos. 'Oké', zei ik. In een half uurtje was het klaar.

'Ik kijk niet graag naar de foto, het is een verdrietig portret. Het hangt thuis niet in het zicht, staat achter andere dierbare dingen. Een weemoedig beeld, de sfeer van oude mensen en dingen die voorbij gaan. Het kwam denk ik door die familiesfeer, die riep dit gevoel bij me op. Ik ben kleurrijk gekleed, dat doe je vaker als je je niet zo best voelt. Het is de opname van een moment, er was niets vervelends aan. Ik voelde me erna ook niet treurig. Dat is zijn verdienste: hij kon niet weten dat ik het leuk zou vinden in zo'n familierommeltje, niet iedereen waardeert dat. Hij heeft me goed aangevoeld.'

Vervolg van pagina V13

'Koos loert, zonder gevaar is het niet'

Charlotte Dumas (fotograaf in New York en Amsterdam, 36).

'De eerste keer dat Koos me fotografeerde was ik 18, 19 jaar. Hij was docent op de Rietveld Academie, ik was er net als leerling begonnen. Hij fotografeerde me met mijn hond in het park. Het was de tijd van de donkere portretten, beetje depri, een mooi tijdsdocument.

Sindsdien heb ik een connectie met Koos. In 2004, toen deze foto is gemaakt, was de tweede keer, en nu denk ik: volgend jaar is 2014, misschien wordt het weer eens tijd. Zowel de foto in het park als dit portret duikt steeds weer op in Koos' selecties. Blijkbaar zijn ze belangrijk voor hem. Het portret is een icoon geworden, in de zin dat ik het niet meer ben. Wie ernaar kijkt, kan zijn eigen gedachten en gevoelens op die persoon loslaten.

'Het is altijd bijzonder als fotografen elkaar portretteren, je begrijpt elkaar. Want je weet wat en hoeveel je geeft. Het is vergelijkbaar met de chirurg die zelf moet worden geopereerd: het is spannend, want je weet niet wat je kunt verwachten. Ik voelde me niet ongemakkelijk. Maar Koos weet je wel uit je comfortzone te halen. Alleen dan gebeurt er iets bijzonders. Hij werkt met de technische camera, en dat betekent dat je als model lang moet stilzitten en wachten, zodat de fotograaf kan scherpstellen. Aan de ene kant wil hij dat je een pose vasthoudt, en tegelijk wil hij dat je ontspant. Dan komt er altijd een moment waarop je iets loslaat en jezelf een beetje blootgeeft. Koos praat veel, stelt je op je gemak en is tegelijk onrustig. Hij loert, helemaal zonder gevaar is het niet.

'Op de foto zie ik iemand die behoedzaam is, niet zozeer achterdochtig maar gereserveerd en aftastend. Dat klopt wel bij die periode van mijn leven. Ik ben nu meer ervaren. Als ik nu voor hem zou poseren, zou ik minder op mijn hoede zijn. Ik ken mezelf beter, ik zou guller naar Koos zijn.

'Breukel zoekt de kwetsbare momenten van mensen. Hij fotografeert ook vaak mensen die iets ergs hebben meegemaakt. Hij bekijkt hen nooit als slachtoffer, maar als mensen die intact zijn gebleven ondanks hun ongeluk. Daarin zie ik een overeenkomst met mijn eigen werk. Ik fotografeer dieren, zoals bijvoorbeeld de straathonden van Palermo of tijgers in een reservaat.

'Mensen hebben altijd de neiging hun eigen gevoelens op zulke dieren te projecteren: dat ze zielig zijn, omdat ze gelukkiger waren in het wild. Terwijl je ook kunt zien dat die tijgers zich allang hebben aangepast aan hun nieuwe omstandigheden. Die nuance zoek ik graag, net zoals Koos Breukel dat bij zijn modellen doet.'

Koos Breukel: Me We, 396 pagina's in full colour en duotone. Samenstelling Hedy van Erp, ontwerp Sabine Verschueren. YdocPublishing en Hannibal Publishing. 55 euro.

Koninklijk portret

Koos Breukel portretteerde Willem-Alexander voor zijn inhuldiging tot Koning der Nederlanden op 30 april van dit jaar. Het was een van de laatste keren dat Willem-Alexander, op dat moment nog prins van Oranje, het uniform van commandeur der Koninklijke Marine droeg. Hij legde immers zijn militaire functies neer voordat hij koning werd.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden