Column

De gemeenten moeten zich eerst bewijzen

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financien verlaat het ministerie van Financien na afloop van een gesprek met het kabinet over de hervorming van de belastingen. Beeld anp

Het kabinet presenteerde deze week aan geïnteresseerde Kamerfracties een belastingplan in drie pakketten, waarbij de echt belangrijke dingen (bijvoorbeeld: zzp'ers, ondernemingen klein en groot) buiten beschouwing bleven. Economisch jammer, maar politiek handig gedaan. De minste aandacht ging uit naar het interessantste voorstel: landelijke belastingen op arbeid omlaag, gemeentebelastingen voor eenzelfde bedrag omhoog. Is dat een goed idee?

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is voor. Naarmate gemeenten meer te doen krijgen, vindt men, moeten ze ook meer mogelijkheden hebben voor plannen en het betalen hiervan. Meer financiële ruimte voor gemeenten is dan ook het adagium van de commissie-Rinnooy Kan die het rapport Bepalen betekent betalen maakte, in opdracht van de VNG.

Er zijn goede argumenten vóór, maar ik heb sterke twijfels.

Dit is het idee. Gemeenten zouden twee soorten belastingen gaan heffen. Ten eerste: een ingezetenenbelasting, voor iedere (volwassen) inwoner een gelijk bedrag. Ten tweede: een huurdersheffing op de waarde van de woning (een eigenarenheffing, de onroerendezaakbelasting, bestaat al en blijft gehandhaafd). Het kabinetsvoorstel: 4 miljard extra. Het Rijk betaalt de gemeenten navenant minder uit, en verlaagt de belasting op arbeid. Als de belasting in de eerste en tweede schijf van de inkomstenbelasting omlaag zou gaan, is er, volgens het Centraal Planbureau, een beetje werkgelegenheidswinst te boeken.

Er zijn meer voordelen. Eén: er ontstaat een directere band tussen genieten en betalen. Een hoge ozb-waarde van een huis is deels toe te schrijven aan de (fijne) omgeving, en de bewoner die hiervan profiteert, betaalt een hogere belasting dan de huurder van een overigens identiek huis in een slechtere buurt. Meer gemeentebelastingen, een ander argument vóór, verhogen de inzet van de gemeenteraadsverkiezingen. Ten derde, de lokale voorkeuren (goede voorzieningen betekenen hoge belastingen, en vice versa) kunnen via die lokale verkiezingen gerealiseerd worden. Ten vierde, deze belastingen hebben een stevige grondslag en zijn lastig te ontwijken.

Vanwaar dan mijn twijfel?

Rinnooy Kan heeft gelijk als hij zegt: naarmate we in Nederland gemeenten belangrijker maken, ligt een grotere rol bij de belastingheffing in de rede. En ja, dat doet dit kabinet door de drie grote decentralisaties (werk en inkomen, ouderenzorg, jeugd). Mijn probleem hiermee is dat ik er niet van overtuigd ben dat dit in praktische zin een briljante oplossing is. Ik moet nog maar zien of (alle) gemeenten echt in staat zijn tot een betere uitvoering dan het Rijk of nationale uitvoerders. Het moet nog blijken. Maar als we de gemeenten nu een stevige rol als belastingheffer toekennen, kunnen we nooit meer terug.

Ten tweede speelt de lokale democratie een grote rol in de argumentatie voor. Is die dan kwalitatief zo goed dat we daar met een gerust hart de verstandige besluitvorming rond 4 miljard euro aan overlaten? Eerlijk gezegd heb ik het altijd een geruststellende gedachte gevonden dat er bij die lokale democratie niet zo gek veel op het spel stond. Nu kun je zeggen: die gemeenteraden worden vanzelf beter als er meer op het spel staat - ik vind het een gok.

Ten derde: inkomenspolitiek. Het rapport van Rinnooy Kan oogt op dit punt inconsistent. Enerzijds schrijft hij: gemeenten mogen vooral geen inkomens-politiek voeren. Daar is het Rijk voor. Zo is dat. Maar even verderop heet het dat gemeenten 'vrij dienen te zijn in het kiezen van de mix van belastingen'. Bovendien moeten ze 'vrij zijn in het inzetten van vrijstellingen (van het betalen van belastingen, FK)'. Aanwending van deze vrijheden heeft uiteraard gevolgen voor de inkomensverdeling, en is dus inkomenspolitiek.

Kortom, er is het nodige tegen. Dat komt erop neer dat ik weliswaar waarneem dat het beleidsmode is om gemeenten belangrijker te maken - dicht op de burger and all that - maar dat de vraag of dat verstandig is nog niet is beantwoord.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden