De geluksmachine: Dure reïntegratie Martin Sommer Hulp voor werklozen helpt hen vaak niet

De staat is geen geluksmachine, vindt premier Mark Rutte. Zijn kabinet zet het mes in de subsidies, de bureaucratie en de uitkeringen. Hoe terecht is dat? Martin Sommer onderzoekt nut en noodzaak van Ruttes bespaardrift.

Commerciële reïntegratiebureaus voor werklozen zijn ongeveer net zo populair als spruitjes op een kinderbord. Laatstelijk werd de slechte roep van deze branche weer eens eer aangedaan. Op internetsite GeenStijl viel in een paar sappige afleveringen te lezen hoe de stad Utrecht een masterscriptie achter slot en grendel had laten plaatsen, in verband met een vernietigend verhaal over de gemeentelijke avonturen met het reïntegratiebureau FourstaR.


In de GeenStijl-bewoordingen: 'Jongerenloket moest jongeren aan werk helpen via reïntegratiebureau, jongeren kregen uitkering, reïntegratiebureau bleek organisatorische poep, gratis geld voor jongeren, heel veel jongeren wilden ineens ook gratis geld, inclusief criminele jongeren, intimidatie en geweld op werkvloeren, ellende, dure grap op uw kosten.' Voeg daarbij dat de betrokkenen bestuurders, zowel bij de gemeente als bij FourstaR, lid waren van de PvdA, onder wie Ella Vogelaar, eneen klassieke Utrechtse rel was geboren.


Het beeld is overbekend. De vrije jongens van de reïntegratie maken niet uw tuin winterklaar, maar helpen u in uw zoektocht naar een baan van de wal in de sloot, en dat op staatskosten. De SP maakt zich er al jaren druk over, het begrip parlementaire enquête was nooit ver. Het laatste socialistische rapportje dateert van april 2008 - 'het zwarte gat van de reïntegratie - wanprestaties en de verdwenen miljarden'. Tros Radar gaat op het zelfde thema door tot december vorig jaar. Telkens is de thematiek dezelfde, ontevredenheid over de bejegening, men is door eigen toedoen aan een baan gekomen, het reïntegratiebureau heeft niet geholpen of zelfs tegengewerkt. Samengevat door de SP: 'Een puinhoop.'


Wie probeert een idee te krijgen van de reïntegratie waar Rutte nu het mes in wil zetten, is nog niet jarig. Het is onduidelijk hoeveel er omgaat, het is tamelijk raadselachtig welke resultaten worden geboekt. Gemeentes staan niet te dringen om antwoord te geven op vragen hoe de reïntegratiebureaus scoren. De gemeente Nieuwegein schreef in een raadsstuk dat over het jaar 2009 niet meer dan 25 procent van de jongeren die een reïntegratie-traject bij FourstaR volgden, werk heeft gevonden. Dit jaar gaat het iets beter: 40 procent vond regulier werk. Dat percentage schijnt overigens niet als slecht te worden gezien. Nieuwegein beslist volgend voorjaar over voortzetting van het contract met FourstaR.


Niemand houdt van die reïntegratiebureaus, zegt een betrokkene. 'Er is altijd wel een gemeente waar het slecht gaat, het is een favoriete Haagse schietschijf', zegt wethouder Marco Florijn (PvdA) uit Leeuwarden. Dat komt niet alleen doordat werkloosheid tegenwoordig een weinig sexy onderwerp is. Maar ook en vooral doordat die reïntegratie een verrassend hoog ideologisch profiel heeft. De SP moet niets van die bureaus hebben, omdat de markt zich bemoeit met wat in de ogen van de socialisten een overheidstaak is. Daar komt bij dat de VVD van Mark Rutte er ook al weinig van wil weten, want wat moeten we met dat gepamper van die werklozen - laat ze zelf een baan zoeken. Dat is de trampoline uit de regeringsverklaring: Mark Rutte wil graag helpen springen en daarna moet je het zelf doen.


Dan helpt het niet bepaald als het razend moeilijk is om harde cijfers of resultaten te vinden. 'Niemand', schrijft het blad Binnenlands Bestuur dat wat lokale rekenkamers afliep, 'heeft een goede methode gevonden om de opbrengst van reïntegratie van werklozen te meten'. De Algemene Rekenkamer in Den Haag stelde dit jaar voor de zoveelste keer vast dat er weliswaar werkzoekenden zijn die na een reïntegratietraject werk hebben gevonden. Maar dat 'het nog niet bekend (is) in hoeverre de werkhervatting te danken is aan de reïntegratie-ondersteuning, of de eigen inspanning van de werkzoekende.'


In de 'brede heroverwegingen' van april vorig jaar, opgesteld om te inventariseren waar allemaal gekort kan worden, valt te lezen dat meedoen aan reïntegratie-trajecten zelfs 'vertragend kan werken', omdat men zich dan minder inspant om een baan te vinden.


Volgens de Rekenkamer ging er in 2009 ongeveer 2 miljard euro om in de reïntegratie. Een mooi bedrag, en op grond van het voorafgaande zou je zeggen, mooi verdiend voor Rutte. Zo simpel is het uiteraard niet. De aandacht gaat uit naar anekdotes over de cowboys van de commerciële bureaus, maar de bulk van het geld gaat naar een wirwar van regelingen 'aan de onderkant van de arbeidsmarkt'- in de praktijk de jonggehandicapten van de Wajong, bijstandsgerechtigden en sociale werkplaatsen.


Deze groep komt veel moeilijker aan werk dan de relatief makkelijk te bemiddelen kortdurende werklozen. Ook hier gaat veel geld om. De Amsterdamse wethouder Andrée van Es vertelde onlangs dat ze 220 miljoen uitgeeft aan reïntegratie. Van de veertigduizend Amsterdammers in de bijstand zitten er 27 duizend in een reïntegratietraject. 'Veel reïntegratietrajecten waren er op gericht om mensen uit hun isolement te halen', zei Van Es. 'Denk aan programma's die mensen stimuleren te gaan zwemmen of een rondje te rennen. Heel zinvol, maar het leidt niet tot betaald werk.'


Ooit waren er de gesubsidieerde Melkert-banen die moesten leiden naar gewoon werk maar dat niet deden. Daarna de zogeheten ID-banen (in- en doorstroom), met het idee dat moeilijk plaatsbare werkzoekenden zo werkervaring zouden opdoen. Nu heten ze participatiebanen en is er 900 miljoen mee gemoeid. De betrokkenen zijn blij, want ze krijgen wat meer dan het minimumloon en hebben het idee wat nuttigs te doen. De statistiek is minder opgewekt. Volgens de zogeheten ID-monitor was het onmogelijk een inschatting te maken van de verrichte werkzaamheden, zodat men deze banen behandelde als 'inkomensoverdracht'- bijstand dus, alleen dan duurder. En volgens de 'brede heroverweging' was het zeer de vraag of men dankzij deze gesubsidieerde banen aan regulier werk kwam. Het effect is 'beperkt tot negatief', aangezien een gewone baan op minimumloonniveau vaak minder aantrekkelijk is dan een Melkert-achtige functie. Wat alle reïntegratie-activiteiten gemeen hebben: ze doen in zeer beperkte mate wat ze moeten doen: mensen aan werk helpen.


Rutte wil alle regelingen 'aan de onderkant' bij elkaar vegen. Wajong, bijstand, sociale werkplaats samen onder één dak. Dat zat er overigens al aan te komen. Nieuw is dat er nu 900 miljoen bezuinigd moet worden. Dat levert op lokaal niveau een tweedeling op: gaan we ons richten op de makkelijk te bemiddelen werklozen, of juist op de moeilijke gevallen. Een oude strijd, die steeds een nieuwe vorm aanneemt. Ooit ging het tussen arbeidsbureaus en uitzendbureaus, later tussen UWV en reïntegratie-bureaus.


Nu zegt bijvoorbeeld Andrée van Es in Amsterdam: 'Je moet eerlijk zijn, reïntegratie moet leiden tot werk.' Amsterdam moet volgend jaar 60 miljoen bezuinigen. Van Es kiest, volgens de nieuwe GroenLinkse liberale leer, voor de kansrijke werklozen. Daartegenover staat de Dordtse directeur van de sociale werkplaats Drechtwerk, Marco Wilke, oud SER-lid. Hij zegt: 'De meest logische vorm van reïntegratie is die voor mensen die nooit het productieniveau kunnen halen om gewoon aan de slag te kunnen.' Het blijft reïntegratiegeld dat niet wordt gebruikt voor reïntegratie - onwaarschijnlijk dat dat de bedoeling van Rutte is.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden