De gelovige

Wat u nog zou moeten zien, lezen en luisteren volgens (inter)nationale grootheden. Aflevering 5: Wouter van Oorschot, hij trad als zoon van een roemrucht uitgever in diens voetsporen.

Wouter van Oorschot houdt een pleidooi voor de Kunst. De reden: 'Je merkt de laatste jaren dat de tegenstelling tussen kunst voor het volk en zogenaamde elitekunst vooral door mensen uit het volk scherper wordt aangezet. En de populisten die afgeven op de grachtengordel, doen eraan mee.'


In het Algemeen Dagblad las hij hoe een nieuwe vertaling van James Joyce werd afgedaan als: jammer van onze belastingcenten. Anderzijds is het volgens hem bon ton om André Hazes een groot kunstenaar te vinden. 'Terwijl hij op zijn best een zanger was met een goede galmkast die het levenslied niet zozeer heeft vernieuwd als wel heeft voortgezet.'


Voor Van Oorschot is het simpel: er is geen hogere en lagere kunst, er is kunst en er is kitsch. Kunst is vernieuwend, origineel en authentiek; gemaakt door mensen die al behoorlijk geleefd danwel geleden hebben, zodat ze iets te vertellen hebben. Kitsch, dat zijn mensen als André Hazes en André Rieu, die de gebaande paden bewandelen en hun publiek geven wat ze willen. Maar iedereen, en dus niet alleen de elite, kan van kunst leren houden. 'Het gaat er bij mij niet in dat mensen uit een lagere klasse of een lager milieu niet ontvankelijk zouden kunnen zijn voor Mozart of Bach.'


Goed onderwijs is onontbeerlijk, maar hij ziet dat vooral het alfaonderwijs al jarenlang wordt afgebroken. 'Er zijn heel veel jonge, intelligente mensen die bij een beter onderwijssysteem beter ontwikkeld zouden zijn geweest.' Daarnaast hebben ouders een taak. Zijn eigen ouders richtten in 1945 Uitgeverij Van Oorschot op, die hij in 1987 heeft voortgezet. Zijn vader Geert had een passie voor literatuur en politiek, zijn moeder Hillie Munneke hield daarnaast ook van beeldende kunst en muziek. 'Daar gingen bij ons thuis dagelijks de gesprekken over.'


A. Schilder Melle (1908-1976)

'Toen ik 4 was, in 1956, verscheen plotseling een schilderij van Melle bij ons aan de muur, Het Krokodillengevecht. Mijn ouders kenden Melle van de club rondom Het Parool, waarin ook Simon Carmiggelt zat. Het was een vrijgevochten, anarchistische, bohemienachtige kring die regelmatig bij ons over de vloer kwam, aan de Herengracht, waar we woonden boven de uitgeverij. Melle kon van zijn werk niet leven en mijn ouders hadden geen geld om in één keer iets van hem te kopen. Het schilderij kostte 600 gulden; mijn ouders brachten hem elke maand 50 gulden.


'Melle is vaak bij de surrealisten geplaatst, maar hij noemde zichzelf een visionair. De enige vergelijking die hij kan doorstaan, is die met Jeroen Bosch. Hij roept tegengestelde reacties op. Je houdt van zijn werk of je vindt het afschuwelijk. Dat haten heeft meestal te maken met al die reuzeprecies geschilderde kutten, tieten en fallussen die hij in enorme hoeveelheden afbeeldde. Veel mensen vinden dat afstotelijk, ze willen zijn werk niet aan de muur hebben. Ik heb daar geen last van, Melles geslachtsdelen prikkelen niet zoals in de meeste erotisch bedoelde kunst, ze prijken alleen maar.


'Toen ik 7 was, in 1961, heeft mijn moeder een ander schilderijtje van hem gekocht, De Slag bij Waterloo. Melle vroeg weleens aan mij, als hij bij ons was: 'Heb je al iets nieuws ontdekt?' Want er valt van alles in die schilderijen te ontdekken: een meisje, een baby'tje, vogels, een aapje, een platbodem met een mannetje erop dat een fallus voortpraamt, het is een constant veranderend verhaal. Er zit ook humor in en wat meesterlijk is aan die man: zijn kleur, zijn coloriet. Hij zet alle kleuren tegen elkaar in en het vloekt nooit.


'De vraag is: wat betekent zijn werk? Hij heeft er zelf nooit iets over willen zeggen. Maar ik denk: alles wat te maken heeft met kinderen, met flora en fauna is ongelooflijk mooi en liefdevol geschilderd. Alles wat te maken heeft met de volwassen mens is gruwelijk en afstotelijk. Al die geslachtsdelen staan voor de destructiedrift, maar ook de creativiteit van de mens, die onderworpen is aan zijn geslachtsdrift.


'Melle is een belangrijke figuur in onze familiegeschiedenis. Mijn oudere broer Guido pleegde zelfmoord in 1963, hij was 19 en ik was 11, en Melle was een van de eersten die bij ons thuiskwamen om mij op te vangen. Hij zei: 'Zo jongen', en aaide me over de bol. Melles eerste vrouw Marth Bruijn en haar tweede geliefde, de bekende kinderrechter Clovis Cnoop Koopmans, waren mijn peetouders. Eigenlijk waren ze dat ook van André, mijn partner, die onder hen woonde. André is dus zoiets als mijn plastic broer en we delen onze passie voor Melle.'


B. Sonates voor klavier van Domenico Scarlatti (1685-1757)

'Tegenover de twee Germaanse, protestantse reuzen Bach en Händel staat de Italiaanse, van huis uit katholieke tijdgenoot Scarlatti. Mijn moeder liet me zijn muziek al in de box horen. Het corpus van zijn werk bestaat uit zo'n 560 sonates voor klavier. Elke sonate duurt gemiddeld een minuut of vijf, maar het gekke is: soms duren ze in je verbeelding een half uur, je raakt volkomen het besef van tijd kwijt, fascinerend. Hij heeft met Mozart gemeen wat door kenners wordt omschreven als le ton juste: je hebt altijd het gevoel dat alles klopt. In zijn beste werk steekt hij Bach, Händel, Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert naar de kroon.


'Maar het rare is: Scarlatti is de enige van wie het klavierwerk niet volledig op plaat is gezet, een groot cultureel schandaal. Chopin kun je in dertig versies krijgen, net als Mozart, Beethoven, Schubert, noem maar op, maar Scarlatti niet. Het is me een raadsel waarom het niet gebeurt. Als pianisten al bereid zijn een plaat op te nemen met Scarlatti-sonates, kiezen ze de bekende nummers. Van Sonate nummer 9 heb ik tien versies. Dat zijn er negen te veel. Als je naar zijn sonates wilt luisteren, moet je Michail Pletnev hebben, een Rus, onbetwist de beste interpreet.'


C. Fagotconcerten van Antonio Vivaldi (1678-1741), uitgevoerd door Sergio Azzolini

'Een tijdgenoot van Vivaldi heeft gezegd dat Vivaldi niet 600 concerten heeft geschreven maar 600 keer hetzelfde concert. Als je wat van Vivaldi weet, begrijp je wat daarmee wordt bedoeld. De grote heren en kardinalen hadden vermaak nodig. Het was een heuse muziekindustrie in Italië: elke week nieuwe concerten. Daardoor kon hij niet anders dan variëren op zijn thema. Er zijn drie cd's verschenen van deze Sergio Azzolini, met in totaal vijftien fagotconcerten. Je kunt zeggen: wie zit erop te wachten? Maar deze man, hoe hij ze speelt... Alsof hij de noten eruit hakt, het heeft iets grofs, ruws en dat maakt het práchtig. Hij verzoent me met de voorspelbaarheid van Vivaldi. Zo zie je maar hoe alles afhangt van de interpretatie. Ik heb nog een doos met Vivaldi-concerten van mijn moeder, maar die draai ik nooit en de fagotconcerten van Azzolini wel. Wat een intensiteit, wat een hartstocht, dit is Vivaldi zoals ik hem wil horen.'


D. Bob Dylan

'Elke keer als Dylan in Nederland optreedt, ga ik naar hem toe. Hij komt weer in oktober. Hij is nu 72, dit zou weleens de laatste keer kunnen zijn. Hoe verder de tijd voortschrijdt, hoe meer Dylan kans maakt te worden gezien als een van de grootste kunstenaars van de 20ste eeuw. Als geen ander heeft hij het individu helpen bevrijden van zijn verstikkende gezin, familie, zogenaamde vrienden, volk, autoriteit en vaderland.


'Ik maakte kennis met hem op een late decemberavond in 1964, op de zolderkamer van mijn neef Yonti, die de hele avond één plaat draaide: Another Side of Bob Dylan, zijn vierde lp. In het eerste liedje zingt hij: 'All I really want to do, is, baby, be friends with you.' Ik was 12 en zat in het eerste jaar van de middelbare school. Ik had vier, vijf maanden Engelse les gehad en begreep nog weinig van die taal. Maar dat zinnetje begreep ik wel, het paste mij als een handschoen.


'Vier jaar daarvoor, in 1960, waren we verhuisd naar Loenersloot. Mijn broer Guido ging niet mee, hij was 16 en had vrienden in Amsterdam. Op mijn nieuwe school was ik zoekende, ik wilde vriendjes maken, maar dat ging niet van een leien dakje. Op 7 oktober 1963 raakte ik mijn broer voorgoed kwijt door zijn zelfmoord en een jaar later zat ik op die zolderkamer van mijn neef.


'In 1965 kwam Like a Rolling Stone uit, dat sloeg wereldwijd aan. Hij zingt tegen een Miss Lonely genaamd meisje: 'You've gone to the finest school allright, Miss Lonely, but you know you only used to get juiced in it.' Tegen die tijd was ik al wel zo ver dat ik het met een woordenboek ging zitten vertalen. Het stoorde mij niet dat het om een Miss Lonely ging, het had net zo goed een Boy Lonely kunnen zijn en dat was ik.


'Anderen uit mijn klas draaiden Zachtjes tikt de regen tegen het zolderraam van Rob de Nijs, ik draaide Bob Dylan. Ze vonden me hartstikke gek. Maar wat er gebeurde was dit: Dylan en mijn broer scheelden maar een paar jaar. Ik heb Dylan als mijn plastic broer omarmd. Ik had dat vriendje uit All I really want to do verdomde hard nodig.'


E. Vasalis

'Vasalis heeft zulke mooie, diep ware gedichten geschreven.


'Ik lees er eentje voor, Paard gezien bij circus Straszburger, omdat het op zo'n verstilde manier over passie spreekt.


Paard, dat bereden door een droom


zonder teugel, zonder toom


gestort kwam als een voorjaarswind,


de eerste, door de kale lanen,


regen en duister uit zijn manen,


warm van zichzelf, koud van de nacht.


Zwart paard, op bliksemende benen,


ogen gebald, neusvleugels open,


-¿ o waarvandaan, waarheen gelopen ¿-


de hoeven kloppend als een hart,


tot barstens toe, zo rap, zo zwart,


en dat zich plots omhoog verhief


met hoeven, die de hemel raakten,


verblindend in zijn duisternis...


en even plotseling verdwenen


als hartstocht en zijn luister is.


'Juist bij dit fenomenaal mooie gedicht zie ik Vasalis voor me als de geweldige en voorname vrouw die zij was. Na mijn broers dood is zij een paar dagen bij ons in huis geweest. Ik ging niet naar school en mijn ouders waren bezig met de begrafenis. Er was een vriendelijke, oudere mevrouw bij ons die ik niet kende. Later ben ik erachter gekomen wie zij was. Vasalis was kinderpsychiater en het kan bijna niet anders dan dat zij mij over Guido's zelfmoord heeft ingelicht. Binnenkort is het vijftig jaar geleden en het grootste deel van de tijd denk ik: het ligt achter me. Ik heb erover geschreven in mijn boek Verkleed als mens - niet zo'n héél erg goed boek, maar wel een noodzakelijk boek. En ik moet zeggen: toch hebben mijn emoties altijd met die zelfmoord te maken.'


F. Simon Carmiggelt

'Carmiggelt wordt nog maar weinig gelezen en daar moet een eind aan komen. Hij is afgeschreven omdat hij de loser beschrijft, de kleine man die zijn levensverdriet verdrinkt in het café. Er wordt gezegd dat hij passé is. Maar hij heeft meer dan achtduizend verhalen geschreven, die De Arbeiderspers uitgeeft in twintig delen. Hij heeft de PC Hooftprijs gekregen, hij is de aartsvader van het korte verhaal.


'Ik bewonder zijn taalgebruik, zijn verfijning, zijn humor, zijn observatievermogen. Dan gaat hij op bezoek bij een vrouw voor wie hij roze anjers heeft meegenomen 'om de vriendschap niet al te lang aan haar lot over te laten'. De twee praten volkomen langs elkaar heen en dan zegt hij aan het slot: 'Ik had eigenlijk wel trek in een hapje prikkeldraad.' Met dat soort vondsten zit zijn werk vol.


'Dit najaar geef ik honderd van zijn mooiste verhalen uit in een bloemlezing, met toestemming van De Arbeiderspers. Ik verlangde er allang naar, omdat mijn vader en Carmiggelt elkaar kenden en er ooit sprake van is geweest dat mijn vader hem zou uitgeven. Het is er nooit van gekomen.


'Ik houd het voor mogelijk dat Carmiggelt dacht: Geert is zó'n man, maar ik ga zakelijk niet met hem in zee. Mijn vader was nogal vulkanisch, hij hield van jenever en grote gebaren.


'Maar in de jaren vijftig schreef Carmiggelt een gedicht, De Minor Poet, waarin een dichter erover fantaseert te worden 'gedundrukt door Van Oorschot'. Mijn vader gaf in de jaren vijftig en zestig wel vier of vijf delen dundruk per jaar uit - dat was wat in die tijd. Ik ben het gedicht van Carmiggelt nooit vergeten. De bloemlezing heet dan ook Gedundrukt.


G. Gerard Reve

Reve heeft ooit tegen Carmiggelt gezegd, voordat hij hem schoffeerde: 'Kijk, dit is wat ik heb gedaan met het vak dat ik van jou geleerd heb.' Het is waar, ze zaten vlak na de oorlog samen bij Het Parool. Maar Reve heeft zijn leermeester op de lange baan overtroffen, hij is de diepte in gegaan, met zijn megalomanie en idiotie. En als het gaat om de taalkunst, de taalvernieuwing, ging hij ook een stap verder.


'Mijn vader is een poos de uitgever geweest van Reve, maar na Nader tot U kwam het tot een breuk. Ondanks hun conflicten bleven ze elkaar altijd schrijven en die briefwisseling heb ik uitgegeven. Daar zitten zulke fantastische gedeelten tussen. Er ligt een aanbod van mij bij Joop Schafthuizen om opnieuw een paar mooie brievenboeken uit te geven, maar die heeft hij afgewezen. Je weet, ik heb een rechtszaak over de Reve-biografie gevoerd en die heb ik gewonnen. Dat heeft hem natuurlijk niet milder gestemd.


'Ook Reve moet herboren worden. Op de middelbare school laten ze de kinderen De avonden lezen - dat boek is een mijlpaal, maar een verkeerd begin. Begin nou met De ondergang van de familie Boslowits, je hebt het in drie kwartier uit en je begrijpt meteen waarom dit wereldliteratuur is.


Zo'n Reve kan zonder het woord 'Jood' te noemen, volstrekt duidelijk maken hoe de ontmenselijking van de Joden zich tijdens de oorlog heeft voltrokken. Het is zo ongelooflijk knap en prachtig, elke keer als ik het lees, ben ik tot tranen toe geroerd. Het is Tsjechoviaans.'


H. Mediterranea van La Scala Ballet olv Bigonzetti

'Dans, daar begrijp ik niks van. Maar dit voorjaar zat ik voor het eerst van mijn leven twee uur op het puntje van mijn stoel. André en ik vielen er toevallig in op tv: Mediterranea van choreograaf Bigonzetti. Ik hou niet van gepolijste kunst en traditioneel ballet is niks voor mij. Bij zo'n stervende zwaan denk ik altijd aan de komiek Tommy Cooper. Maar in dit stuk wordt ruw en hoekig gedanst. En er is een volstrekte gelijkwaardigheid tussen hetero- en homo- erotiek. Mediterranea heeft niets van een stervende zwaan.'


I. De idioot van Dostojevski (1868-1869)

'Mijn vader Geert is begonnen met de Russische Bibliotheek en ik zie het als mijn taak er verder mee te gaan. Er zijn 52 delen verschenen en dat worden er minder, anders is het economisch gezien niet meer te doen.


'Er blijft een romp over met de hoofdzaak van Tsjechov, Gogol, Tolstoj, Toergenjev en Dostojevski. En ik ben bezig de vertalingen te herzien, want het Nederlands veroudert. Sommige delen zijn nog fris, maar Tsjechov en Gogol zijn opnieuw gedaan en we hebben nu Dostojevski onder handen.


'Meestervertaler Arthur Langeveld heeft De gebroeders Karamazov al veranderd in De broers Karamazov, en hij is nu bezig met De idioot, die in oktober opnieuw verschijnt. Tijdens mijn vakantie in juli heb ik het script gelezen. Langeveld had me al gezegd: De idioot is eigenlijk een opera en dat vind ik ook, er gebeurt zo veel heftigs in.


'Het is een dubbelportret van twee ziektegevallen, dat van een epilepticus die 'de idioot' wordt genoemd, en dat van een vrouw die femme fatale is geworden door seksueel misbruik. Als een voorloper van Freud probeerde Dostojevski zich te verdiepen in de drijfveren van de mens en dat heeft hij fantastisch gedaan.'


J. Joni Mitchell, Hejira (1976)

'Joni Mitchell heeft mij voor het eerst doen begrijpen wat er zoal in het diepst van vrouwen omgaat. Het antwoord zit voor een groot deel in Hejira, haar lp uit 1976, toen ik 24 was. De plaat hoort tot de top, ze kan zich erin meten met het beste van Bob Dylan. Hejira gaat over liefdesrelaties, vooral Song for Sharon, ook zo'n Dylanachtig ding, bestaand uit tien coupletten waarin heel veel wordt verteld. Ze zingt een vriendin toe die gaat trouwen, Sharon, en legt haar uit: 'You've got a husband and a family and a farm, I've got the apple of temptation and a diamond snake around my arm.' En zo blijft het ook, want die gebondenheid kan zij niet aan. Het zou betekenen dat ze zich moet schikken naar wat het lot van de vrouw schijnt te zijn, zoals Vasalis dicht in Appelboompjes: 'wortelen, rijpen en vrucht dragen'. Maar Mitchell begrijpt waarom haar vriendin gaat trouwen: ze houdt van die man en wil kinderen. Er zit dus ook een zeker verdriet in dat het haar niet gegeven is, omdat zij anders wil leven. Het was voor mij een openbaring. En dan die stem, o hemel die stem!'


K. Werner Herzog, Fitzcarraldo (1982)

'Ik ben geen filmliefhebber meer, dat is geweest. Als kind heb ik alle films gezien die er waren, van Disney, Charlie Chaplin, De Dikke en de Dunne, en ik ben altijd blijven kijken. Op een dag ging ik naar Que la fête commence, uit 1975 van Bertrand Tavernier, waarin de beeldschone Christine Pascal haar debuut maakte. Ik wist maar één ding: die Christine Pascal, die wil ik wel. Toen ik na afloop de bioscoop uitliep, regende het. Ik voelde me belazerd. Vanaf dat moment heb ik een hekel gekregen aan film. Ik dacht: dit wil ik niet meer, kijken naar celluloid, ik wil het echte leven.


'Maar goed, er verschijnen soms films waarvan zelfs ik moet toegeven: dit is grote kunst. Fitzcarraldo is er een van. Het is het historische verhaal van Brian Sweeney Fitzgerald, gespeeld door Klaus Kinski, een avonturier die één droom heeft: hij wil een fortuin vergaren met de rubberexploitatie en dan midden in de jungle een operahuis bouwen waar de beroemde tenor Caruso komt zingen.


'Het gaat mij om één scène, daar begint de film pas echt. Hij koopt een concessie om zijn droom te verwezenlijken, ergens in de jungle, op een plek waarvan niemand ooit is teruggekeerd. Dan haalt hij het in zijn bolle hoofd ernaartoe te varen. Op de voorplecht staat een koffergrammofoon en in de doodse stilte zet hij Caruso op. Het schalt door de jungle, terwijl je het gevoel hebt dat het overal in de bush wemelt van de indianenogen. Daarna vindt de ontmoeting plaats.


'De kern van de zaak is de botsing tussen twee culturen, het onbegrip. Het is het never the twain shall meet-thema, waarin iets zit van de vergeefsheid van alle menselijk streven. Dat wekt mijn ontroering. In deze film staat die blanke man met dat rossigblonde haar en zijn enge blauwe ogen tegenover de indianen. Ze denken dat ze elkaar begrijpen, maar aan het slot van de film blijkt er sprake te zijn van één groot misverstand. De manier waarop dat is verbeeld, is humoristisch, héél erg inlevend en buitengewoon kunstzinnig. Het is een film die met grote moed en vakmanschap is gemaakt.'


L. Georges Brassens

'Brassens heb ik leren kennen door mijn moeder, die iets had met Frankrijk, zoals zovelen in de jaren vijftig. Dat was hét land en Parijs was dé stad. Brassens staat voor een bohemienachtig leven, de avant-garde, de anti-autoritaire opstelling. In zijn teksten vind ik hem rijk en poëtisch, maar ik herken mij ook in zijn mentaliteit. Het is het recht van het individu om te schrijven, te denken, te zeggen wat het wil, en alles en iedereen die poogt dat aan banden te leggen, kan rekenen op verzet.


'Het was het credo van mijn ouders en het kwam tot uiting in hun uitgeverij, het proces tegen W.F. Hermans over zijn roman Ik heb altijd gelijk, in 1952, en het Reve-proces in 1966-1968 over de passage waarin hij gemeenschap heeft met God die een ezel is. De intellectuele elite dacht destijds: we moeten voorkomen dat de Colijnen van voor de oorlog het weer voor het zeggen krijgen, we moeten verder. Brassens vertolkte die gedachte. Hij lijkt timide, maar toen hem werd gevraagd wat zijn eerste daad zou zijn als hij morgen president werd van Frankrijk, zei hij: 'Aftreden.' Zo'n man was het.


'La non-demande en marriage vind ik een mooi liedje. Ik ben met een Française getrouwd geweest. Ik heb haar ontmoet in Frankrijk, we zijn à coup de foudre verliefd geworden. We zouden niet trouwen, want dat was burgerlijk. Maar toen we in verwachting waren van ons oudste kind, begrepen we dat we meer belasting moesten betalen dan mensen die wel trouwden - en dus zijn we meteen getrouwd. Maar het idee was: La non-demande en marriage.'


M. Pantominespeler Marcel Marceau (1923-2007)

'Marceau is de pierrot in de film Les Enfants du Paradis, dan is hij nog jong. Later, toen hij al veel ouder was, heb ik hem met mijn vrouw en kinderen gezien in Carré. Hij had nog niets van zijn betovering verloren. Mijn toenmalige vrouw had tegen onze jongste gezegd: 'Als je het mooi vindt, mag je hem na afloop een bloemetje brengen.' Hij vond het mooi en liep na afloop naar het podium, waar Marceau hem over het hoofd zag. Maar ineens had hij door dat er een jongetje voor hem stond en hij sprong in zijn witte tenue op als een fontein en daarna boog hij zich voorover om de bloemen aan te nemen. Ooooh, het was heel mooi. Het ontroert me nog steeds, omdat het een verhaal is uit de tijd van ons gezin.'


CV WOUTER VAN OORSCHOT

Wouter van Oorschot werd geboren op 2 maart 1952 en nam in 1987 de leiding op zich van Uitgeverij Van Oorschot in Amsterdam. Zijn vader Geert en moeder Hillie richtten de uitgeverij in 1945 op en maakten er een illuster bedrijf van dat schrijvers uitgaf als Multatuli, Menno ter Braak, E. du Perron en W.F. Hermans. Bovendien stelde Van Oorschot de beroemde Russische Bibliotheek samen, waarin tot dusver 52 delen verschenen.


Tegenwoordig geeft Van Oorschot rond de twintig titels per jaar uit. Een van de rijzende sterren is Stephan Enter, die vorig jaar de Gouden Uil Publieksprijs won en meerdere keren werd genomineerd voor andere prijzen.


Bij Van Oorschot werken, inclusief hijzelf, zeven mensen. De omzet bedraagt jaarlijks 2 à 3 miljoen euro.


Wouter van Oorschot heeft twee zoons met zijn ex. Tegenwoordig deelt hij zijn leven met André Voskuijl. In 2004 verscheen van zijn hand Verkleed als mens, een vertelling over hoe het gezinsleven met zijn ouders werd beïnvloed door de zelfmoord van zijn oudere broer Guido in 1963.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden