De gelovigen hebben zelf het geloof ondergraven

Het is een fabeltje dat de wetenschap zich in de Verlichting heeft ontworsteld aan de religie, stelt Joppe van Driel in zijn prijswinnende masterscriptie over de 18de-eeuwse wiskundige en natuurfilosoof Jean de Castillon. 'Juist de atheïstische materialisten waren intolerant en dogmatisch.'

Je moet het maar aandurven: in je masterscriptie tot de conclusie komen dat de befaamde historicus Jonathan Israel er volkomen naast zit met zijn onderscheid tussen de radicale en de conservatieve Verlichting. Israels helden zijn de radicalen die met God braken, terwijl conservatieven lafhartig de kerk te vriend hielden.


Dat beeld is veel te simpel, zegt natuurkundige en wetenschapshistoricus Joppe van Driel in zijn scriptie over de 18de-eeuwse wetenschapper Jean de Castillon. Gelovige wetenschappers, onder wie Castillon, ontwikkelden een strenge wetenschappelijke methodologie waarmee zij de atheïsten aanvielen maar waarmee zij uiteindelijk ook het religieuze gezag ondermijnden.


Joppe van Driel won vorige week de jaarlijkse scriptieprijs van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en de Volkskrant met een studie over Jean de Castillon (1709-1791), een van oorsprong Italiaanse wiskundige, natuurkundige en filosoof. Hij schreef zijn studie ter afronding van een interdisciplinaire master wetenschapsfilosofie en -geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.


Jonathan Israel wijst de zogeheten Radicale Verlichting aan als bron van ideeën als tolerantie, vrijheid van meningsuiting en atheïsme. Hetzelfde doet Philipp Blom in zijn boek Een Verdorven Genootschap, over de kring rond de Franse filosoof baron d'Holbach. Alleen atheïstische filosofen als d'Holbach en Diderot waren moedig genoeg om de logische consequentie van de nieuwe natuurwetenschap te trekken: het afwijzen van God. Tegenover deze radicalen stellen Israel en Blom de conservatieve Verlichters, halfslachtige figuren die krampachtig probeerden geloof en wetenschap met elkaar te verzoenen.


Eén principe

De tegenstelling tussen geloof en wetenschap is echter een hedendaagse opvatting, zegt Van Driel. 'Atheïsten als d'Holbach waren zeldzaam in de 18de eeuw. Zijn ideeën waren zeer omstreden. Hij geloofde dat de wereld uitsluitend uit materie bestond, deeltjes. Met één principe probeerde hij de hele natuur te vangen. Dat achtten veel natuurfilosofen onjuist: er werken meer krachten in de natuur. Bovendien had hij niet goed nagedacht over de methode van de wetenschap', aldus Van Driel. Materialisten als d'Holbach werden gezien als dogmatisch en intolerant. Ze kenden slechts één waarheid, het materialisme.


Juist religieus geïnspireerde wetenschappers lieten ruimte voor twijfel en pluralisme, aldus Van Driel. 'Het is een fabeltje dat de wetenschap zich aan de religie heeft ontworsteld. Aanvankelijk had het onderzoek naar de natuur een sterk religieus karakter. Wetenschappers wilden God beter begrijpen', aldus Van Driel. Sommigen wilden tonen hoe mooi Gods schepping was: zoiets simpels als het oog van een vlieg bleek onder de microscoop een wonderlijk complexe constructie. Anderen, zoals Castillon, probeerden traditionele theologische ideeën wetenschappelijk te toetsen. 'Ze baseerden zich niet meer op de Bijbel, maar gebruikten de rede, deden experimenten of trokken voor onderzoek de natuur in, juist om dichter bij God te komen', zegt Van Driel.


Ongewild ondergroeven ze zo het gezag van religie. 'In die tijd deed de kerk nog feitelijke claims op basis van de Bijbel, bijvoorbeeld over de leeftijd van de aarde. Zulke claims werden ontkracht door wetenschappelijk onderzoek', zegt Van Driel. 'In Frankrijk werden niet alleen atheïstische boeken verbrand, maar ook de boeken van auteurs die het atheïsme met wetenschappelijke argumenten probeerden te weerleggen. Onderzoeksmethoden die niet gebaseerd waren op de Bijbel of op autoritaire theologen werden als bedreigend gezien', aldus Van Driel. Zo kun je achteraf zeggen dat de wetenschap uiteindelijk de secularisatie heeft bevorderd. Alleen niet via een rechte lijn van de Verlichting naar het heden, maar langs een dialectisch kronkelpad.


Inquisitie

Ook in biografisch opzicht is het onderscheid tussen radicale en conservatieve Verlichters moeilijk te handhaven. zegt Van Driel. Castillon was in zijn jonge jaren een atheïst die in Florence werkte en studeerde. Op de vlucht voor de inquisitie belandde hij in Zwitserland. 'Daar kwam hij in aanraking met de rationele theologie. Hij ontdekte dat je geen atheïst hoeft te zijn om de wereld rationeel te onderzoeken en bekeerde zich tot het protestantisme', aldus Van Driel.


Maar als hoogleraar aan de universiteit van Utrecht kwam Castillon later in conflict met traditionele theologen en natuurfilosofen. Hij vertrok naar Pruisen, waar hij lid werd van de Pruisische Academie van Frederik de Grote. Ook daar bleek het onderscheid tussen radicaal en conservatief niet zo scherp. Toen Toussaint, een medewerker van Diderot, in Frankrijk vervolgd werd wegens atheïsme, hielp Castillon hem aan een post bij de Pruisische Academie.


Joppe van Driel werkt nu aan een proefschrift over scheikunde en educatie in het 18de-eeuwse Nederland. Daarnaast is hij cabaretier. Met zijn groep Poolvogel won hij onlangs de tweede prijs op het Amsterdams Kleinkunstfestival. Cabaret en onderzoek hebben overeenkomsten, zegt hij. 'In beide gevallen doe je kritisch onderzoek. Je stimuleert mensen om zelf na te denken. We laten we het publiek meezingen met de tekst 'Ik zwicht alleen voor sociale druk als iedereen dat doet'. Het is grappig, omdat veel mensen pas heel laat doorhebben dat ze erin getrapt zijn.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden