De geloofwaardigheid van de groene zaak

Terwijl het land zichzelf in de zon oplaadt, schaven werkgevers, werknemers en de milieubeweging aan een Nationaal Energieakkoord. De handen gingen in juli al op elkaar voor de hoofdlijnen. Bernard Wientjes, voorzitter van de werkgevers, roemde het nakende akkoord: 'Waar ter wereld lukt het om milieuclubs als Greenpeace en Natuur&Milieu samen met het bedrijfsleven en de vakbonden een akkoord te laten sluiten over de duurzame groei?' De duurzame energiesector zag 'nieuwe kansen en ruimte voor groene groei'. Het doorgaans kritische Milieudefensie sprak van 'een unieke gebeurtenis die hoop geeft voor de toekomst'.


Het is precies deze eensgezindheid van bedrijven en maatschappelijke organisaties die twee Vlaamse wetenschappers, Anneleen Kenis en Matthias Lievens, in hun boek De mythe van de groene economie bekritiseren. Zij constateren dat maatschappelijke organisaties steeds vaker genoegen nemen met een lichtgroene waas over de economie, waar een diepe vergroening noodzakelijk is. Hun boek bevat tal van voorbeelden waarbij onder het mom van een groene economie prachtige maar loze beloften zijn gedaan. Kenis en Lievens bekritiseren vooral de op marktwerking gebaseerde mechanismen om CO2-uitstoot van een prijs te voorzien. Daardoor worden in Australië omwille van het klimaat kamelen afgeschoten terwijl bedrijven overschakelen op steeds vervuilender manieren om fossiele energie te winnen als teerzand en schaliegas. Ondertussen sterven naar schatting jaarlijks al 300 duizend mensen door het veranderende klimaat, vooral op het zuidelijk halfrond.


Ontwikkelingslanden zaten echter niet aan de Haagse onderhandelingstafel. Ontwikkelingsorganisatie Hivos bestempelde het conceptakkoord dan ook als 'volstrekt onvoldoende' en voorziet 'alleen maar grotere ellende voor mensen in ontwikkelingslanden'. Een mondiaal probleem los je dan ook niet op met een nationaal akkoord.


Dat de nationale milieuclubs deze kans op succes in hun strijd voor windmolens grijpen, kun je ze niet kwalijk nemen. Er zijn nationale successen te vieren: het sluiten van kolencentrales, meer windmolens en isolatie van huurwoningen. Een gemis is wel dat er niets in het akkoord staat over de vergroening van het belastingstelsel. De werkgevers wilden vooral de lasten beperkt houden. Want, zoals Wientjes stelt: 'Verduurzaming is noodzakelijk, maar mag niet betekenen dat we ons eigen bedrijfsleven erdoor weg laten concurreren.'


Een terechte overweging want het mondiale klimaat heeft er niets aan als bedrijven elders simpelweg 'onze' uitstoot overnemen. Zo hebben tussen 1990 en 2008 de ontwikkelde landen hun eigen uitstoot met 2 procent verminderd. Tel je daar echter de uitstoot bij op van de westerse import (en trek je de export ervan af), dan resteert een stijging van 7 procent.


Daarom is het belangrijkste zinnetje in het conceptakkoord misschien wel dat de partijen zich in Brussel gezamenlijk gaan inzetten voor een 'structurele versterking van het Europese Systeem van Emissiehandel (ETS)'. Het ETS had het boegbeeld moeten zijn van de wereldwijde aanpak van de CO2-uitstoot. De bedoeling was een markt voor uitstootrechten te creëren waarop bedrijven die zuinig met energie omspringen geld konden verdienen. Helaas zijn er zoveel emissierechten in omloop dat de prijs vrijwel nul is en daarmee de prikkel tot energiebesparing voor de industrie nihil.


Kostbare jaren zijn verloren gegaan met door de industrie uitgeholde marktinstrumenten. Een effectieve bijdrage vanuit de EU aan een beter mondiaal klimaat vereist schaarste in emissierechten zodat een gevoelige prijs komt te staan op vervuiling. Om 'export' van de uitstoot te voorkomen, is een CO2-heffing op geïmporteerde goederen van een vergelijkbare hoogte nodig.


De inzet van Wientjes voor het nieuwe Europese klimaatbeleid is echter om ook hier 'de lasten voor burgers en bedrijven' te beperken. Dit staat haaks op wat nodig is. Gratis klimaatbeleid is geen klimaatbeleid. Ergens moet de rekening worden neergelegd. Gegeven de internationale verhoudingen is het Europees niveau de enige mogelijkheid om dit te realiseren.


Veel werkgevers en ondernemers dragen de groene economie een warm hart toe. Daaronder sommige van de grootste Nederlandse bedrijven. Er is zelfs een groene werkgeversvereniging, de 'Groene Zaak'. Juist deze groene koplopers weten dat om snel en op grote schaal te vergroenen de vervuiling een prijs moet krijgen. Die ondernemerswijsheid moet doorklinken in het standpunt van hun voorman. Alleen dan is de groene zaak geloofwaardig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden