InterviewPeter R. de Vries

De geliefde van Peter R. de Vries: ‘Peter was de hoofdprijs’

‘Het is alsof Peter de aanslag voorvoelde’, zegt zijn geliefde. Beeld Linelle Deunk
‘Het is alsof Peter de aanslag voorvoelde’, zegt zijn geliefde.Beeld Linelle Deunk

Ze was de partner van Peter R. de Vries, maar koos ervoor om in de anonimiteit te blijven. Nu moet haar identiteit geheim blijven om veiligheidsredenen. ‘Ik was erop tegen dat hij vertrouwenspersoon werd van de kroongetuige in het Marengo-proces.’

Rond haar hals draagt ze een lang fluwelen lint met daaraan de roségouden armband die Peter R. de Vries altijd droeg. Haar naam staat erin gegraveerd, en de letters MGL – Mijn Grote Liefde. Rond haar pols draagt ze dezelfde armband maar dan kleiner, met daarin dezelfde afkorting en zijn naam.

‘We hebben die armbanden al ­jaren. In het ziekenhuis hebben ze die bij hem afgedaan, sindsdien draag ik hem. Het is alsof Peter de aanslag voorvoelde; de laatste tijd ­hamerde hij er steeds op dat hij die inscripties erin wilde, dat móést gewoon gebeuren. Begin juni reden we op de motor naar Amsterdam. Hij had helemaal bedacht hoe het moest – onze namen in kapitalen, MGL cursief, het lettertype en de plek waar de datum van onze eerste ontmoeting zou staan.’

Aan de keukentafel in haar huis serveert de partner van Peter R. de Vries thee met biscuits van McVitie’s, ‘Peters ­favoriete koekjes’, en vertelt ze haar verhaal. Hoe ze elkaar zes jaar geleden ontmoetten, hoe ze worstelde met zijn bekendheid, hoe haar omgeving reageerde op het leeftijdsverschil, dat hij ‘totaal niet arrogant’ was, de felle discussies over het ­Marengo-proces en hoe wreed hij uit het leven is weggerukt.

‘Dit is mijn manier om hem publiekelijk te eren’, zegt ze. ‘Eigenlijk wil ik alsnog zeggen: lieve Peter, hier ben ik.’

De vriendin, die om veiligheids­redenen anoniem moet blijven, wilde nooit bekend worden. Ze deed een stap achteruit als De Vries ongevraagd werd gefotografeerd, wilde in publieke ruimten niet hand in hand lopen, boekte vakanties op plekken waar ze geen Nederlanders verwachtte en betrad altijd tien minuten na hem een vliegtuig om vervolgens ‘toevallig’ naast hem te worden geplaatst. Peter vond dat moeilijk, zegt ze, ‘die wilde de relatie van de ­daken schreeuwen’, maar hij gaf haar de ruimte en ging erin mee. ‘Op een gegeven moment zei hij uit zichzelf: zal ik hier een stukje achter je gaan ­lopen? Of: kijk uit, daar heeft iemand een telefoon in zijn hand, die is me aan het filmen.’

Waarom vond je die anonimiteit belangrijk?

‘Zeker in het begin zit je niet op bekendheid te wachten. Je wilt rustig kunnen uitzoeken of je bij elkaar past of niet, zonder dat iedereen daar meteen een mening over heeft. En ik word graag op mijn eigen merites beoordeeld, niet als ‘de vriendin van’. ­Bovendien wil ik geen publiek bezit worden, ik zag wat voor impact dat had op zijn leven. Overal gingen mensen ongevraagd hun problemen met hem bespreken. Soms ergerde ik me daaraan, dan dacht ik: hé hallo, kom op, we zitten te eten, geef die man even rust. Maar hij bleef altijd vriendelijk, nam uitgebreid de tijd voor iedereen. Op tv kwam hij soms dwingend en ongeduldig over, maar als hij iets voor een ander kon betekenen, stapte hij altijd over zijn eigen belangen heen. Hij was ontzettend liefdevol en genereus.’

Het is een emotioneel gesprek, ­zaterdag 17 juli, twee dagen na het overlijden van de bekendste misdaadjournalist van Nederland. ‘Ik heb net weer drie briefjes van hem gevonden’, zegt ze met een hese stem van verdriet. ‘Als ik eerder de deur uit moest dan hij, legde hij altijd een brief op mijn hoofdkussen. Op een gegeven moment ging hij ook briefjes in mijn huis verstoppen. Hij scheurde vellen van zijn notitieblok of uit mijn aantekenboekjes, schreef er lieve teksten op en stopte ze op gekke plekken – achter mijn tandenborstel, in de vriezer, in een pan waar nog eten in zat – de vetvlekken zitten er nog op –, in mijn schoenen, tussen mijn laptop, op de afzuigkap, in de la tussen mijn kleren, mijn moeder heeft er een gevonden onder een stapeltje placemats hier op tafel.’

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Het zijn er meer dan honderd. Ze heeft de brieven op haar woonkamervloer als een tapijt bijeengelegd. ‘Ik weet dat ik nog meer briefjes ga vinden’, zegt ze. ‘Ik vond er ook een toen ik van het ziekenhuis naar huis reed om schone kleren op te halen. Bij elke vondst stort ik even in. Het is alsof ik nu pas besef hoe waardevol ze zijn. Alsof nu pas tot me doordringt hoe bijzonder dat is.’

Peter R. de Vries en zijn partner ontmoetten elkaar ruim zes jaar geleden tijdens hun werk. Zij zat in de ­visagie, hij kwam binnen en keek haar via de spiegel aan. Meteen gebeurde er iets, zegt ze, wat niet te beschrijven is. ‘Je vóélt het. Een enorme spanning. Ik wist meteen: oei, foute boel. Peter beschreef het later als een blikseminslag.’

Ze dronken wat en wisselden mailadressen uit. De volgende dag stuurde hij haar een berichtje. ‘‘Ik wilde niet meteen reageren, dat staat zo wanhopig, maar dat lukte me niet. Ik probeerde even iets anders te doen, maar dacht al snel: fuck it, ik mail terug.’ Direct daarna schreef hij weer, zoals hij altijd alles en iedereen heel snel antwoordde. Hij wilde afspreken, dus ik googelde op ‘Peter R. de Vries’ en ‘relatie’, want ik wist niks van hem. Vroeger keken we thuis naar zijn programma, maar ik dacht nooit: wat een leuke of aantrekkelijke man, helemaal niet. Op internet las ik dat hij gescheiden was, maar ook dat hij een open relatie had. Op onze eerste afspraak heb ik meteen gezegd: er zijn twee dingen die ik met niemand deel: mijn man en mijn schoenen.’

Ze oogstte weinig begrip voor haar relatie. ‘Als ik mijn omgeving over hem vertelde, waren de reacties in de trant van: hoe kan hij op die leeftijd vrijgezel zijn? Of: die man kan iedereen krijgen, jij bent gewoon een speeltje voor hem totdat je wordt ingeruild. Daar had ik ontzettend veel moeite mee, zo was hij helemaal niet, hij liet niet snel iemand dichtbij komen. Het voelt alsof je je moet verantwoorden voor je gevoelens, terwijl die niks met zijn bekendheid te maken hadden. Die bekendheid zat ons juist in de weg, ik wilde dat niet. En nu denk ik: waarom heb ik hem dat niet gegeven? Waarom heb ik zoveel energie verspild, zo mijn best gedaan om ons geheim te houden? Was ik maar onbevangener geweest. Nu wil ik niet die anonieme partner zijn over wie zoveel wordt gespeculeerd, maar nu moet het van de politie.’

Sinds de aanslag wordt ze beveiligd. ‘Pas op’, waarschuwt ze op de trap. Dikke camerakabels die slordig met ducttape in grote haast lijken te zijn aangebracht, bungelen laag ­boven het trapgat. De vraag of ze zich veilig voelt, is niet relevant, antwoordt ze. ‘Ik ben er niet mee bezig. Het interesseert me niet. Ik ben als verdoofd.’

Spraken jullie onderling over zijn veiligheid?

‘Ik heb daarover felle gesprekken met hem gevoerd. Ik was erop tegen dat hij vertrouwenspersoon werd van de kroongetuige in het Marengo-proces. Maar ik begreep ook waarom hij dit wilde doen: als misdaadverslaggever van dat kaliber wil je betrokken zijn bij zo’n mega-strafzaak. Maar nu zit ik wel met de vraag of ik meer had kunnen doen om hem ervan te weerhouden. Die vraag zal mij altijd blijven achtervolgen.’

Dinsdagavond 6 juli zouden De Vries en zijn vriendin een huis gaan bezichtigen. Ze zouden gaan samenwonen, ergens in Utrecht, ‘omdat dat tussen hem en mij in ligt. Peter had deze woning al bekeken en was enthousiast. Hij zei: ik maak een afspraak, dan kunnen we vanavond ­samen gaan kijken. Ik moet eerst even naar Boulevard, maar ik kan er om kwart over acht zijn.’

‘Twaalf over zeven appte ik hem: ik ga nu vertrekken. Hij schreef terug: Ok!

‘Dat was zijn laatste berichtje. Ik was bijna bij dat huis toen Peters zoon Royce belde en zei dat Peter was neergeschoten. Ik begon meteen te schreeuwen. Toen ik Peter belde en hij niet opnam, wist ik: foute boel. Hij nam altijd op als ik belde, ook als hij midden in een bespreking zat. Nadat hij ook niet op mijn appjes had gereageerd, wist ik dat het waar was.’

Ze laat de berichtjes van dinsdag 6 juli op haar telefoon zien.

18.49 Ik vind het wel spannend, die bezichtiging.

18.54: Ja toch?

19.12: Ik vertrek nu

19.18: Ok!

19.51: Waar ben je???

19.51 Peterrrr

19.51 Neem op

19.55 Schat

19.55 Bel me

Ze reed door naar Amsterdam. ‘Ik kan me die hele route niet meer herinneren. Ik weet alleen dat ik constant belde of gebeld werd. Ik probeerde te achterhalen of hij nog leefde. Ik belde zijn familie en zijn vrienden en een collega van RTL Boulevard. Iemand van de politie zocht contact om me te kalmeren. Hij probeerde te achterhalen waar ik reed, zodat hij een politieauto kon sturen om me op te halen. Maar niemand kon mijn vraag beantwoorden. Ik kreeg ook ­telefoontjes en appjes van mensen die ik al heel lang niet heb gesproken: o, wat erg voor je. Ik dacht: hoe durf je mij nu te bellen? Terwijl je helemaal geen vriend van me bent?

‘In het ziekenhuis ving zijn familie me op. Ik heb ontzettend hard gehuild. Peter was gehavend, maar hij was er nog, dat zag je aan alles. Die nacht bleef ik in het ziekenhuis, op een bedje in een familiekamer, maar van slapen kwam natuurlijk niks. Elke dag liet ik hem met mijn telefoon ons liedje horen, wat hij ook afgespeeld wil hebben op zijn uitvaart: The first time ever I saw your face.

‘Het waren vreselijke, slopende dagen. Alsof ik in een nachtmerrie was beland. En de nachtmerrie veranderde in een hel. Ik weet nu precies wat het gezegde tussen hoop en vrees leven, betekent. Ik ben niet gelovig, maar ik heb gebeden, al weet ik niet tot wie ik me richtte. Ik heb iedereen die ik ken, gevraagd te bidden, te ­hopen en te duimen. De eerste klap, toen ik het nieuws hoorde, deed mijn wereld instorten. In die week waarin hij in het ziekenhuis lag, kreeg ik hoop dat het goed zou komen. Toen de kwam de tweede klap.’

Op donderdagmiddag 15 juli overleed De Vries. ‘Peter heeft geknokt tot het einde, maar heeft de strijd niet kunnen winnen’, maakten zijn familie en zijn partner bekend. ‘We zijn onnoemelijk trots op hem en tegelijkertijd ontroostbaar.’

‘Ik heb echt behoorlijk wat meegemaakt in mijn leven’, zegt zijn vriendin, ‘maar dit overtreft alles. Ik dacht dat ik heel sterk was, maar soms denk ik: het is te groot, ik kan dit niet aan. Even, heel even, heb ik gedacht: had ik jou maar nooit ontmoet. Natuurlijk is dat egoïstisch, maar de pijn is zo groot, zo onbeschrijflijk.’

Heeft hij het gevaar onderschat?

‘We hebben daar gesprekken over gevoerd, maar daar kan ik geen details over geven omdat er een onderzoek naar zijn beveiliging loopt. Ik hoop op een dag antwoord te krijgen op de vraag of justitie juist heeft gehandeld. Als je weet dat van de kroongetuige al een broer en een advocaat zijn doodgeschoten, en je weet ook dat Peter elke dag dezelfde route aflegt van en naar RTL Boulevard, en je beveiligt die routes niet, vind ik dat onbegrijpelijk. Want je weet: als ze Peter neerschieten, is de impact nog groter. Dan zegt iemand pas echt: weet met wie je te maken hebt. Dan zaai je de meeste angst. Peter was de hoofdprijs.’

Ze leest sommige briefjes van hem voor. Vaak staat de eerste zin van hun liedje erop, of is het ondertekend met MGL. ‘Nog steeds heb ik het gevoel dat hij elk moment hier binnen kan lopen. Dat de deur open gaat, en dat die lange gestalte de trap op komt, met die mooie lach en die ogen die meelachen. Toen onze relatie door alle obstakels even uit was, zocht hij naar manieren hoe het goed kon komen. Hij was altijd oplossingsgericht bezig – hoe kan het wél? Hij schreef er een brief van acht kantjes over en zei: als jij er niet bent, voel ik me geamputeerd, alsof een deel van mij weg is.

‘Ik voelde me toen ook leeg. Maar dat geamputeerde, dat voel ik nu pas, nu hij er niet meer is. Alsof een deel van mij met hem is meegegaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden