De gele trui van de bakkerszoon

Het Bretonse Saint-Méen-le-Grand houdt nog steeds de herinnering aan zijn beroemdste dorpsgenoot levend in het Louison Bobet-museum. Een bezoek aan de vooravond van de jubilerende Tour de France....

Het is voor Christiane Rastel altijd weer wennen wanneer het zomerseizoen op gang komt. In de winter vinden maar weinig bezoekers de weg naar Saint-Méen-le-Grand, verscholen in het Bretonse land. Vandaar dat ze in dat jaargetijde na de lunch meestal een kwartier, twintig minuten op zich laat wachten alvorens - gewapend met sleutel en geldkistje - haar opwachting te maken.

En dan opeens is er het voorjaar, zijn er zomerse dagen, ligt de zoveelste Ronde van Frankrijk in het verschiet en gaan tal van wielerliefhebbers weer op zoek naar nieuwe uitdagingen of bedevaartsoorden, zoals Saint-Méen. Christiane Rastel heeft even nodig voor de omschakeling. Die houdt nog enige tijd vast aan dat extra kwartiertje lunchtijd alvorens de blauwe deur van het Museum Louison Bobet te openen.

Hoeveel (ex-)wielrenners hebben een eigen museum? Geen idee, maar veel zullen het er niet zijn. Italianen zijn er nogal gek op. In april dit jaar ging in Novi Liguri het Museum van de Kampioenen open, gewijd aan Binda, Coppi en Girardengo. En dat terwijl Coppi al een eigen museum had in zijn geboortehuis in Castellanía en Varese de herinnering aan Binda eveneens met een museum levend houdt. Gino Bartali moet het nog steeds stellen met een museum on-line. Voor Ocana is een museum in zijn (Spaanse) geboorteplaats Priego in de maak.

Negen jaar oud is het museum van Bobet, een aandoenlijk gedenkteken omdat de inrichting zowel amateurisme als een onvoorwaardelijke liefde verraadt. Sinds april 2000 is het ondergebracht in het voorste deel van een villa. In het verbouwde achterhuis zetelt de sociale dienst van Saint-Méen; dat verklaart het goed bezette parkeerterrein. Over de volle breedte van de Rue de Gaël hangt een groot geel spandoek als ultieme wegwijzer.

Christiane Rastel beheert namens de Vrienden van Bobet het museum en prijst tegelijkertijd onvermoeibaar haar dorpsgenoot aan alsof die nog op superlatieven zit te wachten. Ze is vroeger vast stiekem verliefd geweest op de zoon van de bakker ('het was een mooie, charmante jongen en hij is altijd eenvoudig gebleven') en kan nu temidden van de Bobet-relikwiën mijmeren over een nooit gerealiseerde droom.

De dromen van Bobet (1925) kwamen wél uit. Drie keer achtereen won hij de Ronde van Frankrijk, in 1953, 1954 en 1955. Uiteraard hangt in het museum een gele trui. Wereldkampioen werd hij in 1954 in Solingen en ook dat regenboogtricot is te aanschouwen. Hij zegevierde in Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije 1951, in Parijs-Nice 1952, in de Ronde van Vlaanderen en de Dauphiné Libéré 1955, in Parijs-Roubaix 1956 en in Bordeaux-Parijs 1959. Foto's, krantenknipsels, tijdschriften, bekers, medailles, truien en video-opnamen getuigen van die erelijst, als professional bijeengefietst tussen 1947 en 1960.

Bobets eerste baanfiets staat er, teruggevonden bij een Parijse bandenfabrikant. Er ligt zijn eerste trainingsboekje, bijgehouden in 1948. Jarenlang legde een supporter uitgebreid plakboeken aan die hij vervolgens aan het museum schonk. Bewonderaars kwamen de afgelopen jaren aanzetten met schilderijen of tekeningen, weer anderen stuurden vergeelde tijdschriften of kranten op. Het merendeel van de foto's - zeker waar het om het privé-leven van Bobet gaat en zijn innige vriendschap met Coppi - zijn afkomstig van zijn dochter of van zijn broer Jean.

Jean was eveneens professioneel wielrenner, maar miste het talent van zijn oudere broer. Toen de twee Bobets in het najaar van 1960 per auto terugkeerden van een criterium, raakten ze bij Parijs van de weg en reden tegen een gevel. Louison liep een gecompliceerde beenbreuk op wat het einde van zijn wielerloopbaan betekende. Maar een nieuwe, succesvolle carrière wachtte: hij introduceerde in Bretagne de thallasotherapie (kuren met zeewater en algen) hetgeen hem tot een geslaagd zakenman maakte. Op 13 maart 1983 overleed hij aan kanker. Hij ligt begraven op het kerkhof bij de eeuwenoude abdijkerk, op loopafstand van het museum, net als zijn geboortehuis, Rue de Monfort 3 (geen bakkerij meer).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden