De geldautomaat als laatste strohalm tegen digitalisering

Het gat.

Het gat heeft een centrale plaats in het dorp. Klein maar onmiddellijk zichtbaar, alsof het een organisme is dat energie opzuigt. Door bevoegde autoriteiten is het afgedekt met een plaat hout - dat legt nog meer nadruk. Ter verduidelijking is voor het gat een perkje gemaakt met onvolgroeide struiken. Zo komt niemand meer dichtbij.

'Het bewuste gat' noemt Jos Schuybroek het. Twee jaar strijdt hij al voor de terugkeer van de geldautomaat naar Knegsel, maar schot zit er niet in. Het gat zit in het dorpshuis, door de bevoegde autoriteiten 'multifunctionele accommodatie' gedoopt. Dat heeft een school, een sporthal en een theaterzaal. Kerkdorp Knegsel heeft cafés met forse terrassen, een fanfare, een jeugdorkest, R.K.V.V. Knegselse Boys en K.V. Fortuna '68. Niet mis voor een bosdorp dat langzaam verdwijnt in de tanden van de tijd.

De oude geldmachine is opgeblazen, twee jaar terug. Dat gaf de bank een goed argument. Overal verdwijnen geldautomaten, omdat ze supergevaarlijk zijn maar vooral omdat de banken er genoeg van hebben. Die willen geen echt geld meer. Echt geld is duur en tegen het bedrijfsbelang. Digitaal geld geeft macht.

Nou ja, de zoon van Jos woont in Chicago en betaalt alles met z'n telefoon. Dat is handig. Heeft-ie zelf gezien. Maar hier in Knegsel blijven alleen de senioren wonen, 'ons doel als dorpsraad is: houden wat we hebben'. De supermarkt is weg. De bakker is weg. 'Als ze straks de brievenbus weghalen, is er niks over. Ja, gezelligheid.'

Hier gaat meer verloren dan een pinautomaat alleen.

Jos woont in het bos, 's avonds hoor je uilen loeien, wiewieuw. Je moet er oppassen voor de buizerds die met hun klauwen over je kop scheren. Iedereen in Knegsel woont in het bos. Bij Jos aan tafel zit namens de dorpsraad ook Wienand Beerens, die is ver in de tachtig en moet voor zijn geld naar Oerle. Dat is vierenhalve kilometer. De bank vindt vijf kilometer te doen. 'Ze zeggen: het went. Maar het went niet.'

(Wienand gebruikt nog overschrijvingskaarten, die hij in een portvrije envelop naar het hoofdkantoor in Utrecht stuurt.)

Wienand Beerens

(Van de week was de automaat in Oerle stuk en moest hij naar Wintelre rijden; ben je achttien kilometer onderweg.)

Twee jaar strijd, maar de Rabobank is niet te vermurwen. Die interesseert het niks, zegt Jos. Dus de dorpsraad onderzoekt of ze zelf een instore geldmachine kunnen regelen bij de Regiobank. Dat kost zesduizend euro per jaar. Het budget van de dorpsraad is 1.955 euro. 'Wij zien ook wel in dat alles verandert', zegt Jos. 'Alleen: we zijn nog niet zo ver.'

Het einde van de geldautomaat komt snel: een paar decennia en hopla alweer weg. De omloopsnelheid van de dingen. Ik herinner me de eerste keer, bij de eerste giromaat van de stad. In de muur van het hoofdpostkantoor, een gebouw dat nog gezag uitstraalde, hoog als een kerk, waar je kalm een halfuur in de rij stond voor een nieuw setje overschrijvingskaarten. Ik was 17. De pinpas die geluidloos in de gleuf verdween. Het biljet dat geluidloos verscheen. De code als ongekend privégeheim. Daar ging de wereld sneller draaien.

De Postbank verdween en werd ING. De laatste keer dat ik in een ING-filiaal was, vond de baliemedewerker het normaal mijn bezit uitgebreid te bestuderen, en te concluderen dat ik beter een andere spaarrekening kon nemen. Ze draaide haar beeldscherm naar me toe, zodat iedereen in de winkel mijn spaargeld kon zien. Alles voor de klantvriendelijkheid natuurlijk; dat ze niets te zoeken had in mijn privébezit begreep ze niet: het is toch allemaal service, meneer. Onderwijl ben ik een paar getallen geworden in de big data van de bank, die alles van mij weet.

Geld verdwijnt in het binaire heelal. Dat stuit op meer dan alleen de praktische bezwaren van Jos en Wienand en de dorpsraad van Knegsel. Het geld uit de geldautomaat is tastbaar en van ons allemaal: er staat een Europese vlag op en een handtekening van de baas, Mario Draghi. Die is in dienst van ons en niet van een bedrijf.

Jos Schuybroek

Digitaal geld is van de bank. Over dat belangrijke verschil schreef Maxim Februari een stuk in de NRC. 'Ons oude geld was publiek geld (...). Je kon alles en iedereen ermee betalen. Het nieuwe geld is privaat. Het maakt je bij iedere aankoop afhankelijk van toestemming door bedrijven. Dat die bedrijven een oorlog zijn begonnen tegen publiek geld is dus niet zo verrassend.'

Waarom, zegt Wienand, maken ze de biljetten uit een geplofte automaat niet onbruikbaar? 'Dat kan toch ook met plofkoffers? Ik begrijp het niet.'

Digitaal geld geeft macht, en de mogelijkheid het menselijk gedrag, mijn gedrag, te sturen. Het maakt me afhankelijk van particuliere bedrijven met een winstoogmerk. Dat is nog eens een plofkraak op niveau.

t.heijmans@ volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.