De gekste van Bruckner

Bruckner RCA. 5 olv Harnoncourt (2 cd's incl. repetitie)...

Roland de Beer

'Wu n d e r b a r , maar het tremolo is niet ideaal.' 'Het pizzicato markanter, graag.' 'Te luid.'

Nikolaus Harnoncourt lijkt wel een echt klassieke dirigent, als je hem op een bonus-cd Bruckners Vijfde Symfonie hoort repeteren met de Wiener Philharmoniker. Zijn repertoire begint ook steeds meer, zeg maar, Eugen Jochumachtige trekjes te vertonen, al zie je Bartóks Mu -ziek voor snaren, slagwerk en celesta (een recente liefde van Harnoncourt) niet zo gauw in de catalogus staan onder Jochum.

Maar Harnoncourt zou Harnoncourt niet zijn als hij de Philharmoniker niet viele kleine Sach e n inpeperde omtrent Bruckners raadselachtige Vi j f d e . Harnoncourt is vermoedelijk de eerste die het stuk uitvoert met inachtneming van allerlei aanwijzingen en correcties die Bruckner aanbracht in een half vergeten kopie, die kennelijk in de Weense Nationalbibliothek te vinden is. Dat Brucknervorsers verbanden zien tussen de spirit en thematiek van Bruckner 5 en die van het R equiem van Mozart, biedt Harnoncourt ook stof voor allerlei verrassende conclusies, vooral over tempo en cadans.

Je kunt ook op een andere manier luisteren naar Bruckners gedurfde 'Vi j f d e met de fuga'. De delen hebben onderling verwantschap, maar wat de dynamiek betreft, lijkt Bruckner 5 te bestaan uit twee rauw door elkaar heen gesneden composities. Een extreem zachte en een geëxalteerd schallende. In de ene sluipt Bruckner met bijna onhoorbare pizzicati het podium op en af. In de andere maakt Bruckner misbaar met mateloze fanfares.

Ook die tegenstelling kan rustig worden toevertrouwd aan Harnoncourt, die dol is op extremen. Chailly en het Concertgebouworkest hebben een dwingender Vijfde op hun naam staan. Maar deze, de 'Gekste van Bruckner' is bij Harnoncourt vooral ook een 'Weense'. Want nog eerder dan oude-muziekman was een Weense orkestman, als cellist ner Symphoniker. Dat hoor je.

Harnoncourt van de WieSjostakovitsj 11 olv Rostropovich. LSO Live.

Beoordeling: 8

Zachter dan zacht en in lengte uitgroeiend tot een symfoniedeel van twintig minuten, is ook de aanhef van de belangwekkende Elfde Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. Het stuk wordt betrekkelijk zelden gespeeld. Dirigenten en programmeurs weten niet precies wat ze ermee aanmoeten. Het wekt niet alleen de indruk een botsing te presenteren van verschillende composities, maar ook van verschillende genres. Filmmuziek en concertzaalmuziek.

Sjostakovitsj schreef het in 1957 bij een jubileum van de Oktoberrevolutie, en werd er prompt voor bekroond met een Leninprijs, wat het vertrouwen in deze Elfde in het Westen er niet groter op heeft gemaakt. Onderwerp is overigens niet de revolutie zelf, maar, zoals de ondertitel zegt, Het jaar 1905, het jaar van de bloedig neergeslagen demonstratie bij het Winterpaleis in Sint Petersburg, toen het vuur werd geopend op een berooide menigte die over het plein sjouwde met ikonen en portretten van de tsaar.

Mstislav Rostropovich weet ze fraai te treffen, de beklemmende adagio-pianissimo-sferen van het besneeuwde plein, en van het in memoriam van na de schietpartij. Met het London Symphony Orchestra, broeierig in de strijkers maar ook soeverein glanzend, laat hij het meesterschap horen waarmee Sjostakovitsj concrete klankbeelden tot absolute muziek transformeert en sublimeert.

Daarmee raakt hij de essentie van Sjostakovitsj' kunstenaarschap. Jammer dat Slava's slagtechniek in turbulenter delen tekortschiet. Daar vliegen projectielen soms al te ongeleid in het rond .

Orff, Carmina Burana, olv Rattle. EMI.

Beoordeling: 8

Rattle, Berliner Philharmoniker en het Rundfunkchor Berlin zetten vaart achter Orff. Luidruchtig en soms een tikje swingend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden