De geilste flamingo van de planeet Cream selecteert kunstenaars van de toekomst

Wie zijn de tien beste, origineelste tentoonstellingsmakers van dit moment? Wie mag er meedoen in de tophonderd van hedendaagse kunstenaars?...

HET SPRINGT uit de schappen, het knalt van tafel. Cream is de verleidelijkste zuurbal van de kermis, de geilste flamingo van de planeet. Cream wordt beschermd door een dikke plastic huid: luchtdicht verpakt blijft het altijd vers, geconserveerd voor de toekomst. Maar pak een broodmes en ontdoe het geval van zijn vel, dan zucht het en laat z'n bladzijden wapperen.

Cream is een boek, maar de Engelse uitgeverij Phaidon doet er alles aan die indruk weg te nemen. En dus is de slappe omslag van een kleur roze die een boek maar zelden vertoont. En daarom is het formaat extreem oblong: zo breed als een toetsenbord, maar draai het een kwartslag, en je leest het als een verjaarskalender.

Aan de verschijning van Cream is een uitgebreide publiciteitscampagne in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten voorafgegaan, met symposia, lezingen en een internet-site waarop iedereen z'n zegje mag doen. Want Cream moet tongen, pennen en hoofden in beweging brengen. Cream: Contemporary Art in Culture, zoals de volledige titel luidt, geeft een antwoord, het antwoord als het aan de uitgever ligt, op de vraag welke kunst van vandaag in het nieuwe millennium nog zal meetellen.

Cream is 'nog nooit vertoond', zegt Gilda Williams, de verantwoordelijke redacteur bij Phaidon. Voor deze 'draagbare tentoonstelling in een boek' nodigde zij de tien interessantste tentoonstellingsmakers van dit moment uit - zij selecteerde op 'kennis, onderscheidingsvermogen en visie'. Ze ging naar Spanje voor Rosa Martínez (een van de curatoren van Manifesta I in Rotterdam), naar New York voor Carlos Basualdo, Francesco Bonami, Dan Cameron en Okwui Enwezor (net gekozen tot artistiek directeur van de elfde Documenta), naar Londen voor Matthew Higgs, naar Parijs voor Hans Ulrich Obrist en Hou Hanru, naar Los Angeles voor Susan Kandel en naar Humblebaeck voor de onlangs aan de Amsterdamse curatorenopleiding afgestudeerde Åsa Nacking.

Aan hen vroeg zij een lijst op te stellen van ook weer tien 'opkomende' kunstenaars, die 'de meest vernieuwende kunst van nu maken'. Ook mochten de tentoonstellingsmakers ieder een tekst naar keuze inleveren, van een kunstcriticus, een romanschrijver of een wetenschapper, die de 'belangrijkste' bijdrage in het kunsthistorisch debat levert.

Honderd kunstenaars hebben zodoende een plek gekregen in Cream. Er zijn oude bekenden, die al een jaar of zeven opduiken op bijna alle belangrijke kunstmanifestaties ter wereld, en onbekende 'lokale' vondsten. Het Zwitserse videotalent Pipilotti Rist, die reeds aan haar eigen succes ten onder dreigt te gaan, figureert naast de onbekende Braziliaanse Rosângela Rennó. De over de hele wereld ijlende Japanse Mariko Mori staat naast de Scandinavische kunstenaarsgroep N55, de Canadees Stan Douglas naast de explosieve, vooral in Afrika bekende Pascale Marthine Tayou.

Om de selectie van Okwui Enwezor kun je niet heen. Zijn keuze is immers een kleine opmaat van wat hij in 2002 in Kassel zal tonen. Dus daar zijn ze: Oladélé Ajiboyé Bamgboyé, Kay Hassan, William Kentridge, Shirin Neshat, Olu Oguibe, Gabriel Orozco, Yinka Shonibare, Peter Spaans (Nederlands en zelden van gehoord), Pascale Marthine Tayou en Kara Walker. Tien kunstenaars die in twee, drie, vier en soms zelfs nog meer culturen staan.

Vier bladzijden mag ieder van hen vullen, met plaatjes van 'oud' (maar wat is 'oud' als je 'opkomend' kunstenaar bent?) en nieuw werk. Veel trash-installaties vullen de zalen, de vloeren volgestouwd met huisraad en gevonden voorwerpen, de muren volgehangen met onaffe tekeningen, kattenbelletjes en graffiti. Er zijn ongebreidelde ego-documenten, meestal op foto en video gepresenteerd, analyses van relaties en communicatiestromen, etherische beschouwingen over dode natuur, maar ook schreeuwend blits geschilderde house-landschappen.

Vóór dit omvangrijke, op alfabetische volgorde gerangschikte deel, staan de theoretische bijdragen en de internet-discussie afgedrukt, die Williams in de eerste wintermaanden van dit jaar met de tentoonstellingsmakers voerde.

En wat, moet de lezer zich bij dit alles voortdurend afvragen, is nu precies de meerwaarde van Cream? De vormgeving kan het in elk geval niet wezen. Zij is opvallend, maar wie meer wil dan gedachtenloos door een kostbaar flapboek bladeren, moet bereid zijn z'n ogen aan een marteling bloot de stellen. Ontwerpster Julia Hasting koos voor een piepklein lettertype en drukte dit dwars over de grof gerasterde afbeeldingen af. Het gevolg: slechte kwaliteit foto's, onleesbare, kakelbonte tekst.

B IJ DE geselecteerde tentoonstellingsmakers en kunstenaars is een oordeel minder makkelijk te vellen. Een tophonderd van kunstenaars is een handig naslagwerkje, maar is altijd willekeurig. Onder die honderd zit voor ieder wel wat wils (ja! Fiona Tan, Tacita Dean en Liza May Post), maar de selectie bevat ook leemten (niet de Litouwse filmer Deimantas Narkevicius, het hoogtepunt van de laatste Manifesta, niet het alle normen tartende duo Fischli & Weiss).

Daarom is de belangrijkste rol in Cream weggelegd voor de curatoren. Zij spelen het spel en bepalen wie wel en niet in de eregalerij mag prijken. Tien curatoren op een stokje: dat moet een geweldige polemiek opleveren, een hybride van persoonlijkheden, smaken en stijlen. Zoveel sparring partners van ongeveer gelijke kracht, dat moet wel een botsing van jewelste veroorzaken.

Denk maar eens in het klein, hier in Nederland: Rudi Fuchs die samen met Mark Kremer, Frans Haks, Theo Tegelaers, Sjarel Ex, Alexander van Grevenstein en Wim van Krimpen een tentoonstelling organiseert. Een onmogelijke clustering van vriend en vijand, maar wel een waar de vonken van afspatten.

Polemiek en debat verwacht je dus van Cream, en Gilda Williams moet die hoop ook hebben gehad. Want in de internet-discussie geeft zij voorzetjes. Waarom wordt beeldende kunst niet aan de man gebracht als een rock-cd, vraagt zij. En: wat is de rol van de hedendaagse curator? Maar vooral: wat leveren de verschuivende geografische grenzen op voor de kunst?

Met name die laatste vraag is van belang voor een kunstwereld die steeds 'nomadischer' van karakter wordt. Daarom is het goed dat de Phaidon-redactrice Okwui Enwezor, Hans Ulrich Obrist, Hou Hanru en ook Rosa Martínez uitkoos.

Zij zijn curatoren die zich de laatste jaren het ijverigst hebben gemanifesteerd als de moderne 'kunstnomaden', als hippe 'glocals', of hoe het ook mag heten als je in één week van Shanghai, naar Accra, naar Tijuana en New York vliegt, en dan nog steeds weet wie je bent en waar je loopt.

Antwoord geven of een polemiek op poten zetten, is iets wat geen van de coryfeeën doet. Wat zijn de gevolgen - praktisch en persoonlijk - van het feit dat jonge, succesvolle kunstenaars overal ter wereld voortdurend hun werk tonen. Komt er nog nieuw werk uit hun handen, of volgt op het snelle succes-overal-tegelijk een jammerlijke instorting, zoals de op de vorige Documenta gelanceerde Siobhan Hapaska overkwam?

Artistiek gezien blijft onbeantwoord: welke impuls putten kunstenaars uit al dat verhuis en geschuif van de kunstacademie in Barcelona naar PS1 in New York, van de Rijksakademie in Amsterdam naar een gastatelier in Tokio en een stipendium voor Berlijn? Gaat de kunst zich sterker verhouden tot de samenleving-in-het-groot, wordt ze analytischer van karakter, omdat de kunstenaar zich elke dag bij het wakkerworden moet afvragen: waar ben ik, en wat doe ik in godsnaam hier?

Of is de reactie op al dat gemanoeuvreer juist dit: complete chaos, verlies aan referentie (zoals Job Koelewijn in New York overkwam) en gauw terug naar je eigen hok c.q. je eigen lichaam? Is de intieme, op zichzelf gefixeerde kunst, die de Weense Elke Krystufek (protégée van Hans Ulrich Obrist) op tal van tentoonstellingen laat zien, een reactie op die onveilige en onbekende buitenwereld? Of is die kunst een modieus, en daarom gelukkig voorbijgaand, verschijnsel?

O P DIE vragen krijgt de lezer van Cream geen antwoord. Gilda Williams had het eigenlijk vooraf kunnen weten. Want het clubje curatoren dat zij uitnodigde, is homogeen. Ze zijn - op een uitzondering na - loten aan dezelfde stam.

Ze gedragen zich als een kliek, drukken zich uit in dezelfde woorden en abstracties. Hun ideeën over 'post-nationalisme', over de globalisering van de kunstscene, en over zichzelf als 'floating signifiers', zijn te algemeen om kritisch te pareren - en wie dat probeert, zoals Matthew Higgs, wordt vinnig de les gelezen. Hun uitspraken zijn te vaag om zinnig antwoord op te geven.

Ze zijn het domweg voortdurend met elkaar eens.

En dat is jammer. Want in de vruchtbare onenigheid had de meerwaarde van Cream moeten liggen, in het debat dat uitnodigt tot meer. Nu is Cream niets anders dan het zoveelste jaarboek, dat een overzicht wil geven van interessante jonge kunstenaars. Cream is excentriek vormgegeven, maar doet precies wat de titel zegt. Het voegt melk toe aan de koffie, en die wordt daar alleen maar slap van.

Cream: Contemporary Art in Culture. Onder redactie van Gilda Williams. Uitgeverij Phaidon; 448 pagina's; * 109,80.

ISBN 0 7148 3801 2.

Discussies over Cream zijn te volgens op Internet: www.artnet.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden