de geest van Richard Nixon

door Paul Brill..

De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1960 zijn de geschiedenis ingegaan als de eerste race naar het Witte Huis waarin de televisie een hoofdrol speelde. Voor het eerst kruisten de Republikeinse en de Democratische kandidaat – in casu Richard Nixon en John Kennedy – de degens voor een televisiecamera.

Kennedy staat te boek als de winnaar van de vier debatten, met name van het historische openingsdebat. Hij oogde vitaler en meer ontspannen. Nixon, die niet helemaal fit was, maar weigerde make-up te laten aanbrengen, begon op een gegeven moment zichtbaar te transpireren. Kennedy’s betere performance zou hem net dat extra zetje hebben gegeven dat nodig was om zijn Republikeinse rivaal voorbij te streven.

Ogenschijnlijk is weinig af te dingen op die lezing. Tijdens de campagne gingen Kennedy en Nixon vrijwel gelijk op, de Democraat maakte in het eerste tv-debat inderdaad een betere indruk, en hij won uiteindelijk met miniem verschil. Van alle uitgebrachte stemmen vergaarde hij er slechts 0,2 procent meer dan Nixon. Vanwege de opsplitsing per staat was zijn voorsprong in het kiescollege evenwel ruimer: 303 tegen 219 stemmen (plus 15 voor een onafhankelijke zuidelijke kandidaat).

Case closed? Nee, want er is altijd de sterke verdenking blijven bestaan dat Kennedy deze overwinning niet helemaal op eigen kracht heeft behaald. Met name in de staten Illinois en Texas zou aanzienlijke stemfraude zijn gepleegd in zijn voordeel. In Texas vermoedelijk door toedoen van running-mate Lyndon Johnson, terwijl in Illinois (verschil: negenduizend stemmen) de hand werd ontwaard van de corrupte burgemeester van Chicago, Richard Daley, die naar verluidt zelfs duizenden kiezers had weten op te trommelen uit kerkhoven. Zouden beide staten aan Nixon zijn toegevallen, dan had hij de overhand gekregen in het kiescollege en het presidentschap veroverd.

Berichten over fraude deden al op verkiezingsdag de ronde, en in het Republikeinse kamp drongen sommigen er bij Nixon op aan om de uitslag niet te aanvaarden en een diepgaand onderzoek te eisen. Hoewel hij partijgenoten de ruimte liet om dat in hun eigen staat wel te doen, besloot hij er zelf van af te zien en zijn nederlaag te erkennen. Met een argument dat onkarakteristiek klinkt voor de man aan wie gedurende bijna zijn gehele politieke carrière de bijnaam Tricky Dick heeft gekleefd. Namelijk dat het pontificaal aanvechten van de verkiezingsuitslag de stabiliteit van het land te zeer op de proef zou stellen.

Hier dringt zich een vergelijking op met de Mexicaanse verkiezingen van afgelopen zondag. Na langdurige tellingen en hertellingen is de conservatieve kandidaat Felipe Calderón uitgeroepen tot winnaar. Maar het verschil met zijn linkse tegenstander Andrés Manuel López Obrador is uiterst klein: zo'n 200 duizend stemmen op een totaal van 41 miljoen. López Obrador, wie enig messianisme niet vreemd is, legt zich er niet bij neer. Er zou op diverse plekken zijn geknoeid met de stemmen. Hij eist een volledige hertelling van alle uitgebrachte stemmen. Om de druk op te voeren heeft hij zijn aanhangers opgeroepen vandaag in Mexico-Stad een grote protestdemonstratie te houden. De manifestatie kan de opmaat worden naar een lange periode van onrust en agitatie.

Zal de Mexicaanse democratie hiertegen bestand zijn? Het antwoord op deze vraag hangt nauw samen met het antwoord op een andere vraag, namelijk of de uitslag bovenal moet worden gezien als een optelsom van verdeeldheid en stembusfraude of veeleer als een teken van politieke emancipatie.

Vanuit een traditionele kijk op Latijns Amerika kan een conservatieve kandidaat haast niet winnen zonder omvangrijke fraude. Want er heerst nog altijd grote armoede, en arme mensen stemmen natuurlijk links. Middengroepen bestaan in deze visie nauwelijks. Dat beeld blijkt in Mexico niet helemaal te kloppen. Want er wordt getwist over tienden van procenten, niet over hele procenten. En al is het zeer wel mogelijk dat de zege in feite toekomt aan López Obrador, dan nog blijft staan dat de verkiezingen een gemengd beeld hebben opgeleverd, waarbij links en rechts elkaar min of meer in evenwicht houden.

Het patroon van een verdeeld of gefragmenteerd electoraat hebben we de afgelopen jaren vaker gezien, juist ook in gevestigde democratieën. Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2000 won Al Gore de popular vote en moest het Hooggerechtshof eraan te pas komen om George Bush aan het beslissende aantal kiesmannen uit Florida te helpen. Vier jaar later was Bush’ eindzege slechts een beetje overtuigender. In Duitsland wist rood-groen noch geel-zwart vorig jaar een meerderheid van de kiezers achter zich te krijgen en bleek een Grote Coalitie de enige speelbare kaart. In Italië won de centrum-linkse coalitie van Romano Prodi drie maanden geleden met hangen en wurgen. De Israëlische verkiezingen leverden niet de herschikking van het politieke landschap op die zich kort tevoren nog aftekende. De jongste peilingen in Nederland wekken ook niet de indruk dat het electoraat sterk naar één kant overhelt.

Mexico zette zes jaar geleden een grote stap vooruit door in betrekkelijk eerlijke verkiezingen de ‘eeuwige’ regeringspartij PRI te onttronen. Er mag enige hoop zijn dat het land stabiel genoeg is om nu de controverse over de verkiezingsuitslag te doorstaan. Het zou wel enorm helpen als Calderón en López Obrador zouden beseffen dat ze met een kleine 36 procent van de stemmen geen van beiden een kolossaal mandaat kunnen claimen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden