De geest van Drees

Het Rijksmuseum heeft het schrijfbureau met toebehoren van Willem Drees verworven. En een schat aan parafernalia, van medailles tot aandoenlijke schenkingen van AOW'ers aan Vadertje Drees....

Een mooiere plek is er niet: pal naast de Nachtwacht in de erezaal.

Hier staat in een vitrine de jongste aanwinst van het Rijksmuseum te pronken. Geen kostbaar schilderij of beeldhouwwerk, maar een eenvoudig schrijfbureautje, compleet met vloeiblad, pennenkoker en scharnierende lamp.

Je ziet de verbazing van de bezoekers, die nog vol van Rembrandt op het meubelstuk stuiten. Wat doet dit in het Rijksmuseum? Het antwoord volgt op het tekstbord, dat uitlegt dat we oog in oog staan met een nationaal symbool: het bijna honderd jaar oude privébureau van dr. Willem Drees (1886-1988), de vader des vaderlands van de 20ste eeuw, die als onkreukbare minister-president vier naoorlogse kabinetten leidde en als architect van de Algemene Ouderdomswet het grondplan schetste van de verzorgingsstaat.

Als staatsman en als sociaal bewogen democraat blijft 'Vadertje Drees' tot de verbeelding spreken, juist ook door zijn soberheid en fatsoen waarmee hij uitgroeide tot een boven de partijen verheven premier. Drees is de enige politicus die een standbeeld kreeg op het Binnenhof. Het Rijksmuseum gunt hem een ereplaats in de collectie recente Nederlandse geschiedenis, een momenteel in halfslaap verkerende afdeling, die na de grootscheepse verbouwing van het Rijksmuseum in 2008 een veel prominentere rol zal spelen. Ook voorwerpen die je niet meteen in een nationale schatkamer verwacht, zullen er een plaats krijgen, zoals een portret van Stalin dat het museum verwierf uit de nalatenschap van CPN-voorman Paul de Groot.

Straks hangt dat wellicht broederlijk naast het bureau van Drees, een behoedzame geest ('niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk') die niets van het communisme moest hebben en een bewonderaar was van het parlementaire socialisme van de Fransman Jean Jaurès. Diens bronzen buste prijkte een halve eeuw lang als lichtend voorbeeld tussen telefoon en pennenbak op Drees' bureau.

Na het overlijden van de hoogbejaarde politicus in 1988 vielen diens bezittingen toe aan zijn inwonende ongetrouwde zoon, Jan Drees. Toen deze vorig jaar op 83-jarige leeftijd overleed, werd het sinds 1945 door de familie Drees bewoonde huurhuis ontruimd. De kleinkinderen besloten het bureau met toebehoren te schenken aan het Rijksmuseum.

Tot begin december zijn op de eerste verdieping van het museum nog andere curiosa te bewonderen uit de collectie-Drees. Die ontstond in 1967 met enkele door Drees persoonlijk in bruikleen gegeven en later in een schenking omgezette eigendommen, en omvatte aanvankelijk vooral papieren documenten en kleinigheden als de speldjes van door Drees trouw bijgewoonde Esperantocongressen.

Curieus zijn vooral de vele dankbetuigingen van 'Dreestrekkers': ouderen die van een schamel inkomen moesten zien rond te komen, tot zij in 1956 dankzij de AOW een fatsoenlijk basispensioen kregen. Een roerend voorbeeld is het schelpenportret van Drees, vervaardigd door W. M. Voois uit Ter Heijde aan Zee. Deze gepensioneerde visser schreef Drees bij diens 80ste verjaardag: 'U zult wel denken, hoe komt iemand er toe om zo een portret van mij te maken, nu dat zit zo: Ik ben 70 jaar en dus al 5 jaar Dreesmannetje en dan moet je voor al die vrije tijd wat te doen hebben.' De maker eindigt met een tip: 'Als er stof op komt, kunt u dat het beste met een plumeau weghalen.'

Drees schreef nog dezelfde dag een hoffelijke bedankbrief, die naast het schelpenportret in de vitrine ligt: 'Mijn vrouw en ik staan verbaasd dat het mogelijk is zulk een werkstuk met dit materiaal zo prachtig af te werken.' In 1967 was het het eerste voorwerp dat hij aan het Rijksmuseum afstond.

Tot de collectie behoren verder een goed gelijkend portret in gevlochten ijzerdraad, een gesneden houten beeldje van een AOW'er ('mij geschonken als symbool van een Dreestrekker, WD'), en, het summum van vertederende onhandigheid: een door een bejaarde bewonderaarster ingestuurde foto van Drees. Ze maakte hem toen hij ter gelegenheid van zijn 96ste verjaardag op tv verscheen.

Met de jaren moet huize Drees langzaam maar zeker in een Dreesmuseum zijn veranderd, vol van de borden, tegels, plaquettes, medailles en navenante geschenken waarmee het dankbare volk zijn gehechtheid aan de oude politicus tot uitdrukking bracht.

'Onze Dank. De Ouden van Dagen, Gouda', staat er op een porseleinen bord – en zo zijn er vele huldeblijken, van een oorkonde bij het vijftigjarig lidmaatschap der Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken tot een gestileerde felicitiatie 'Ter Ere van uw 100ste verjaardag, Wijkvereniging De Kruin.'

Raadselachtig is het cadeau dat Drees werd aangeboden tijdens het bezoek van de bemanning van Apollo 11 aan Amsterdam. Het museum heeft niet kunnen achterhalen waarom de toen 83-jarige socialist door de NASA met een stuk maansteen werd verblijd. Het ligt in de vitrine naast een onderscheiding die hem al even slecht paste: het uit de kluiten gewassen Grootkruis in de Orde van de Heilige Drie-eenheid, dat hem in 1954 werd toegekend door keizer Haile Selassie van Ethiopië.

Het hart van de kleine expositie is natuurlijk het bureau, dat er bij staat alsof de eigenaar er elk moment kan aanschuiven: zijn adresstempel en pennenbakje onder handbereik, de buste van Jaurès op z'n vertrouwde plek, het lidmaatschapsbewijs van de SDAP op het vloeiblad. Een vitrine verderop staat z'n bureaustoel, een sobere Thonet uit omstreeks 1910.

Die destijds moderne stoel getuigde van een onburgerlijke smaak. Als goede socialisten gaven Drees en zijn echtgenote Catharina ('To') Hent de voorkeur aan eerlijk handwerk boven 'bazaarspul'. Die laatste term komt uit een brief van To, die Dreesbiograaf Jelle Gaemers opdiepte uit het Nationaal Archief. De herkomst van het schrijfbureau valt eruit op te maken.

Het bureau werd gemaakt door de firma Jansen en Nusink, 'ontwerpers en vervaardigers van meubelen, betimmeringen en volledige woninginrichtingen' op de Looiersgracht 43 te Amsterdam. In een op 20 mei 1910 gedateerde brief aan Drees bevestigen Jansen en Nusink de volgende bestelling: 'Een zit-en studeerkamer bestaande uit een boekenkast, een bureau-ministre, twee crapauds met moquette, vier stoelen met dito, een tafel (bladmaat 100 x 75) te zamen voor ¿ 449,-.'

In 1910, het jaar van zijn trouwen, had Willem Drees een bescheiden betrekking als stenograaf. Pas drie jaar later zou hij zijn debuut maken in de politiek, als vertegenwoordiger van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in de Haagse gemeenteraad.

Maar dat 'bureau-ministre', waaraan hij zeventig jaar lang zijn dagelijkse schrijfwerk zou verrichten, dat verraadt hem natuurlijk. Net zozeer als het formaat dat doet. Het werkblad van Nederlands grootste minister-president was nauwelijks groter dan een bijzettafel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden