De geest van de oude Peel

Ik heb zijn vader nog gekend. Hoog te paard reed hij door het dorp, in het zwart, rijlaarzen aan, een astrakan mutsje op het hoofd Als een vorst keek hij voor zich uit....

Hij kwam binnen, gevolgd door een non. Hij had een schitterende kop, donkere ogen, in mijn herinnering, een baardje en een kleine geleerde bril op. Rusland vulde even het zaaltje. Hij moest mij alleen maar controleren, Dat deed hij vlug. Ik was een te verwaarlozen geval. `Vanavond hebben we een mooie avond`, zei hij een keer tegen de non. `Mijn zwager komt.` Later hoorde ik dat die zwager de geleerde Dominicaan L.M.F. Daniëls was. Hij moet van zware geleerde en ook zware artistieke gesprekken hebben gehouden. Hij omringde zich trouwens met kunstenaars. Zadkine kwam helemaal uit Parijs naar dat afgelegen dorp. Hijzelf schilderde even krachtig als zijn persoonlijkheid was. Ik ben dat werk, met veel Vlaamse invloed, ook in zijn houtsneden, steeds mooier want sterker gaan vinden. Voor mij zijn de kleur en geest van de oude Peel, dat oerlandschap, er steeds meer ingetrokken. In 1945, in de kracht van zijn jaren, was hij al een mythe. Hij reed zelfs koninklijk op een motorfiets. In de oorlog zag ik hem rijden op een landweg, een groot roggebrood achterop. Dat moet een ziekte boer hem hebben gegeven. Voor ik Deurne weer verliet, ben ik naar zijn huis gaan kijken. Het was omringd door hoge bomen; daardoor heen werden de omtrekken van een renaissancehuis zichtbaar. Hij moet zich daar graag hebben teruggetrokken. In de paar ontmoetingen heeft hij mij met diep ontzag vervuld, met een lichte angst ook.

Hij was al dood toen ik, de enige keer, zijn zoon Friso ontmoette, in de foyer van de Stadsschouwburg; hij had met zijn geraffineerde smaak de decors voor een stuk van Noel Coward gemaakt. Hij was een tengere man, enigszins breekbaar, leek het, hij had een heel mooie zachte stem, die Brabants gekleurd was. Even zag ik die Russische grootvorst achter hem oprijzen. Hij schilderde ook, met de zachte krachten van een lyrische man. De kunst van zijn vader lieflijk nagefluisterd, lijkt mij. Hij was opgegroeid in dat oude Deurne, met veel arme huizen, een reusachtige kerk, een over het hele dorp hangende geur - brandgeur en mestgeur samen - van de Peel, boerderijen op schrale grond. Het dorp gehoorzaamde in alles aan het werk van Antoon Coolen. Ik heb van dat oude dorp en de eindeloze gronden erom heen veel gehouden, van het geluid van karrenwielen op keien, van de poffers waarmee de vrouwen op zondag naar de kerk gingen, van de stilte rond het stationnetje, van de eindeloze rails die van Helmond naar Venlo liep, door een verlaten landschap. En van mijn tante die zich in een klooster daar steeds dieper in heiligheid inspon.

Toen ik voor het eerst Wim Sonneveld het lied Het dorp hoorde zingen, wist ik meteen dat het hier om Deurne ging. Dat het door Friso Wiegersma was geschreven, wist ik toen niet. Ik zag de lange straat die van het station naar de kerk liep, de huisjes, de slagerij zelfs. En de hoge bomen die van het huis een kasteel maakten, herkende ik ook. Oude liefde kwam in misschien net iets te zachte gestalte terug.

Mijn Deurne bestaat niet meer. Ik ben er nog eens teruggeweest. Ik leek in een lege droom te lopen. Hoor ik Sonneveld weer zingen, dan ben ik in mijn werkelijkheid terug. En dat is ook die van de arts en schilder Hendrik Wiegersma. De zoon heeft ook de vader voor mij onsterfelijk gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden