De geest schreeuwt om rust

Nog vier maanden en dan zit zijn levenswerk er bij de Nederlandse hockeysters op. Aanbiedingen kreeg Marc Lammers genoeg, maar hij kiest straks voor een jaartje rust....

Marije Randewijk

Of hij al met verlangen uitkijkt naar de maand september? De zucht die Marc Lammers slaakt, is veelzeggend. Domme vraag. Daarvoor is de bewijsdrang nog véél te groot. Hij gaat zo op in zijn werk dat de gedachten aan een lege agenda, een wit strand of een dag in een tuinstoel niet eens in hem opkomen.

Op adem komen is er nu nog niet bij. De bondscoach van de Nederlandse hockeysters trappelt zelfs van ongeduld om te beginnen aan de Champions Trophy, volgend weekeinde in het Duitse Mönchengladbach. Hij mist een belangrijk deel van zijn olympische selectie in verband met de finale van de play-offs, alleen noemt hij dat gegeven juist zijn grootste uitdaging. Het prikkelt hem als coach. Een derde plaats mag het hoogst haalbare lijken, de beloning voor zijn ploeg ligt op andere plekken dan het erepodium.

Het toernooi is onderdeel van het proces dat in augustus in het Olympic Green Hockey Stadium van Peking zijn besluit krijgt en acht jaar duurde. Lammers verrichtte daarbij als coach baanbrekend werk, en niet alleen in het hockey.

Het bleef niet onopgemerkt. Sinds de wereldtitel in 2006 lopen coaches uit tal van andere sporten en managers uit het bedrijfsleven de deur bij hem plat. Topclubs uit het Nederlandse voetbal klopten bij hem aan voor advies. Iedereen wilde bij hem stage lopen en in de keuken kijken. ‘Alsof ik na dat succes de waarheid kende, opeens wilde iedereen het horen’, constateert de 39-jarige Brabander een beetje zuur.

‘We zijn al acht jaar niet meer buiten het podium gevallen. We horen altijd bij de beste drie, maar nooit was er vraag naar, want tweede telt in Nederland al niet meer. Pas als je eerste wordt, moet iedereen het waarom weten. Terwijl je van verliezen ook veel kunt leren.’

Lammers schreef een boek, Coachen doe je samen, waar meer dan 15 duizend exemplaren van zijn verkocht. Hij vloog zelfs naar Engeland om er bij clubs uit de Premier League zijn verhaal te doen. Welk verhaal doet in zijn ogen niet ter zake. ‘Mensen horen heel snel dat je in een uur een leuke presentatie kunt houden die mensen aan het denken zet.’

Hij heeft er ook wel een visie over. Voetbalclubs zijn in zijn ogen te veel bezig met de dag van vandaag. Er is geen plan op basis waarvan de besluiten worden genomen. Lammers begrijpt het wel. Er moet gewonnen geworden, er liggen nog contracten zonder een handtekening.

‘Aan de vraag hoe het voetbal er over vijf jaar uitziet, komen ze niet toe. Zelfs niet aan hoe hun eigen ploeg er over twee, drie jaar voor staat. In Engeland zie je dat de performance manager een rol krijgt toebedeeld in de organisatie. Ik ben ervan overtuigd dat die er ook in Nederland gaat komen. Ik ambieer die functie in de toekomst best. Voetbal vind ik interessant.

‘Zo’n manager kan de coach op allerlei manier helpen. Hij kijkt naar het totale proces en probeert dat te verbeteren. Het moet iemand zijn die innovaties ondersteunt. Innovatie wordt in de sport nog heel weinig toegepast. Veel mensen denken daarbij meteen aan apparaten of technische snufjes, maar de winst zit gewoon in mensen. Een mens kan veel makkelijker grenzen verleggen.’

Coaches of managers die bij hem stage wilden lopen, daagde hij daarom ook altijd eerst uit in een uitgebreid gesprek. Ze werden als het ware sparringpartners. Zij leerden van hem, en andersom. De complimenten voor zijn eigen werk lacht Lammers daarom weg. Hij is niet de enige coach die grensoverschrijdend denkt en werkt. Of die zijn sporters steeds meer verantwoordelijkheid durft te geven.

De coach verandert ook langzaam. Dat moet in de huidige maatschappij in zijn ogen ook wel. De coach die zijn eigen doelstelling maakt, vertelt wat zijn normen en waarden zijn en in zijn eentje de regels bepaalt, heeft het moeilijk. Hij kan zijn eigen ambitie niet aan de groep opdringen.

Mensen worden mondiger. Logisch dat een manager of een coach daar op inspeelt. ‘Je kunt die mondigheid afkappen of je kunt het gebruiken: laat maar zien wat jij met je grote mond dacht. Ik geef ze die kans. Voor je eigen plan ren je het hardst.

‘Ik ben trots als ik die meiden op televisie zie of als ik Minke Booij hoor spreken bij de Rabobank. Daaruit blijkt dat wat wij doen interessant is voor anderen. Dat hebben we met z’n allen gedaan. We hebben kennelijk meer gemaakt dan alleen goede hockeyers. Daar doe je het niet voor, ik heb er ook nooit bij stilgestaan, maar als ik zie dat ze zich ook op het persoonlijke vlak ontwikkelen, vind ik dat gaaf. Maar ik ben geen goeroe. Er zijn veel coaches die werken zoals ik.

‘Er zijn ook verschillende wegen naar Rome. Dit is niet de enige manier. Het is niet zo dat ik zeg: ik weet het allemaal en jullie doen het fout. Ton Boot heeft een andere weg naar Rome, maar hij komt er ook. Op de weg naar Rome kun je heel veel dingen van elkaar gebruiken, om het proces te versnellen.’

In de woestijn van Oman, ver weg van het leven van alledag, vroeg hij de hockeysters acht maanden voor de Spelen hoe zij dachten in Peking de kroon op het werk te zetten. Zelfs na acht jaar samenwerking vindt Lammers het belangrijk naar elkaar toe uit te spreken wat het doel is, hoe het bereikt kan worden, wat de normen van een tophockeyster zijn en welke regels er gehanteerd zullen worden.

Met de antwoorden die hij van de vijf aparte groepjes kreeg, zijn ze aan de slag gegaan. Het leidde tot een A4-tje met 10 à 15 afspraken (zie kader) en tot een landkaart, de zogenoemde Road of F(l)ame, die bij een ieder thuis een prominente plek aan de muur heeft gekregen. ‘Het is een grafische weergave van wat we met z’n allen overeen zijn gekomen. We hebben in beeld gebracht waar we sterk in zijn en wat onze valkuilen zijn.’

De sessies in Oman waren hard nodig, vond Lammers. Hij zegt dat zijn ploeg nog een stap moest maken. De professionalisering – niet in geld maar in beleving – moest verder worden doorgevoerd. Het was de belangrijkste les van het EK, waar Nederland in de finale van Duitsland verloor.

Onderlinge irritaties hadden het resultaat beïnvloed. ‘Je hebt verschillende mensen in je team, dus is het belangrijk dat je binnen dat team aangeeft: waar wil je naartoe, hoe ga je er naartoe en waar liggen de grenzen? Teams die onervaren zijn en niets afspreken, gaan er dadelijk aan.’

De duidelijkheid die er voor het gewonnen WK in Madrid was geweest, bleek een jaar later te zijn verdwenen. ‘Voor het EK dacht ik: het gaat allemaal goed. Maar de groep gaf na afloop aan dat er te veel onduidelijkheid was geweest. Als de grens vaag is, kijken ze allemaal naar mij. Waarom traint zij niet mee? Waarom slaapt zij thuis terwijl wij hier overnachten?’

Professioneel gedrag is minder vanzelfsprekend dan het lijkt, vindt Lammers. ‘Waarom gaan er in een bedrijf of in een team dan zo vaak dingen fout? Omdat er geen afspraken zijn gemaakt. Of de baas heeft ze gemaakt en aan de muur gehangen. Niemand wordt er op aangesproken. Iedereen probeert ze te ontwijken en als het fout gaat geven ze de baas de schuld omdat die stomme regels heeft gemaakt. Discipline is niet vanzelfsprekend voor een mens. Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus, zeg ik altijd. Na het EK hoorde ik ook niets anders dan: ‘ja, maar’. We hadden in Manchester geen plan.

‘In deze groep is dat belangrijk, die drijft op commitment. Maar dat krijg je pas als je dingen met elkaar hebt afgesproken. Dit is wat wij verwachten dat we moeten doen om goud te kunnen winnen. En daarbinnen heeft nog iedereen zijn eigen vrijheid. Er mogen uitzonderingen zijn, als die maar worden uitgesproken en niet stiekem gebeuren.’

Nog vier maanden en zijn eerste levenswerk is voltooid, met of zonder olympische gouden medaille. Eigenlijk doet dat er niet meer toe, vindt Lammers. ‘Natuurlijk willen we die titel graag halen, maar ik merk dat daar ook bij de speelsters niet de focus op ligt. De focus ligt op het proces.’

Die verandering heeft veel van hem gevergd. De geest schreeuwt om rust. Met uitzondering van hockeyclub Den Bosch, waar hij volgend seizoen performance manager wordt, legt hij alle aanbiedingen naast zich neer.

Veel mensen weten niet wat coaching inhoudt, zegt hij. Het is niet leuk als je een selectie van 23 naar 18 speelsters moet terugbrengen. ‘Dan worden mensen weer boos, of gaan ze zich ermee bemoeien. Je moet je daarvoor afsluiten en je niet druk maken over wat andere mensen vinden. Maar geen coach vindt kritiek leuk, neem dat maar van mij aan.

‘Er komt veel bij kijken. Er zijn nachten dat ik niet slaap, dan blijft het malen in mijn hoofd. Dat is zo slopend, ook voor je familie. Misschien is het ook mijn zwakte, maar ik kan het moeilijk scheiden. Ik vind het niet erg om me kwetsbaar op te stellen. Het is een kracht als je kunt toegeven dat je met bepaalde zaken moeite hebt.

‘Ik durf ook risico’s te nemen. Ik heb geleerd dat je je eigen keuzes moet maken, dat is niet gemakkelijk. Ik blijf onzeker. Dat gevoel zit diepgeworteld en gaat ook nooit meer weg.’

Daarom is het verstandig om na de Spelen afstand te nemen. ‘Ik moet mezelf een beetje in bescherming nemen. Ik wil mijn eigen agenda maken, tijd voor mezelf krijgen, nieuwe dingen zien, nieuwe dingen leren. Ik wil óók eens met mijn kinderen op vakantie. Ik wil me breder gaan ontwikkelen, zelf stage lopen bij Gerard Kemkers of Jacco Verhaeren. Maar ik wil vooral even op adem komen. De hockeykriebels komen daarna heus wel weer terug.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden