De Gaulle schreef zoals hij liep

In de prestigieuze Pléiade-reeks van Gallimard is een fraaie heruitgave verschenen van de memoires van Charles de Gaulle, de generaal die tussen 1958 en 1969 president van Frankrijk was....

door Martin Sommer

TUSSEN 1946 EN 1958 leefde Charles de Gaulle in 'bittere kalmte', zoals hij het zelf noemde, op zijn landgoed La Boisserie. Op de grens van Lotharingen en de Champagne, tweehonderd kilometer van het mondaine Parijs, keek de generaal vanuit zijn torenkamer over het Franse platteland waarmee hij een mystieke band onderhield. 'Doortrokken van kalme, wijde, trieste verten; melancholieke bossen, velden en akkers.'

De Gaulle had de eer van het land gered tijdens de beschamende collaboratie van maarschalk Pétain. Sindsdien had de Franse politiek haar slechte vooroorlogse gewoonten van 'illusies en cliëntelisme' hernomen. En, belangrijker, de generaal raakte vergeten. De Gaulle liep zijn dagelijkse rondje in het park van La Boisserie. 'De deur ging alleen open voor de familie en de mensen uit het dorp.'

Niet iedereen had de generaal uit het oog verloren. In oktober 1954 verscheen het eerste deel van zijn Mémoires de guerre, waaruit bovenstaande citaten afkomstig zijn. Binnen een maand werden er honderdduizend exemplaren verkocht. En zo verging het ook de volgende delen, tot en met het onafgemaakte Mémoires d'espoir, dat in 1971 postuum werd uitgegeven. (De Gaulle stierf in 1970; hij beschreef toen het jaar 1963.)

De plechtige erkenning van de generaal als groot schrijver moest echter wachten tot deze zomer. De fameuze Pléiade-reeks van uitgeverij Gallimard werd onlangs verrijkt met de heruitgave van De Gaulle's memoires in één deel, door de firma Babouot in leer gebonden en verguld met 23 karaats goud, voorzien van twee leeslinten, een historische en een literaire inleiding, noten, index en tekstvarianten. Eindelijk staat de generaal in de boekhandel gecanoniseerd achter glas - de Pléiade-reeks is óók populair bij boekendieven -, naast Frankrijks groten en zijn eigen favorieten als Mauriac, Gide, Péguy, Rostand, Hugo, Chateaubriand.

Dat De Gaulle een groot staatsman was, daarover zijn de meeste Fransen het wel eens. De Pléiade-inleider laat er niet veel gras over groeien. 'De militaire profeet, de rebel, de bevrijder, de overwinnaar, herstichter van de Republiek, de dekolonisateur, de wijze, het orakel.' Even verder in de inleiding mag de lezer kiezen met welke historische reus De Gaulle zich kon meten: 'Richelieu, Henri IV, Washington, Cincinnatus, Solon. . .?' Afgezien van de drie puntjes en dat vraagteken is tegen zoveel geweld geen tegenspraak bestand.

Dus een groot staatsman, vooruit. Dankzij De Gaulle bleef de schade van Vichy binnen de perken. Zijn koppige volhouden tegenover Churchill en Roosevelt leverde Frankrijk na de oorlog een plaats op in de Veiligheidsraad, een rol als bezettingsmacht in Duitsland, en meer in het algemeen een plaats aan tafel bij de grootmachten. Zelfs een Brit gaf zijn levensbeschrijving een paar jaar terug de titel The Last Great French man.

Was de grote staatsman ook een groot schrijver? Zelf heeft De Gaulle er nooit aan getwijfeld. Zoals hij nóóit twijfelde, want 'een leider vecht niet tegen een vijand, maar tegen de twijfel, demon van alle decadentie'. Literaire ambities had hij van jongs af aan. De generaal was pas luitenant, toen hij al aan een novelle knutselde. Dat was nadat hij tijdens de Eerste Wereldoorlog op 24-jarige leeftijd een schotwond had opgelopen.

Tien jaar later, in 1925, was hij ghostwriter - in het Frans nègre - voor maarschalk Pétain. De held van Verdun had het plan opgevat De Gaulle, toen nog zijn oogappel, een Histoire du soldat Français te laten schrijven. De twee kregen onmin over de tekst en De Gaulle voegde zijn meerdere toe: 'U heeft me orders te geven op het militaire vlak, niet op het literaire.' Niet alleen de literaire ambitie, ook de gaulliaanse hoogmoed zat er al vroeg in. De breuk was definitief.

De Mémoires de guerre werden oorspronkelijk in drie delen uitgegeven, een blauwe, een witte, en een rode band. Die Franse vlag is een getrouwe afspiegeling van de inhoud: de Gaulle stelde z'n schrijverschap in dienst van de natie, en zijn opvattingen over stijl en opbouw hadden alles te maken met de ideeën over hoe een staatsman zich diende te gedragen. Hij schreef zoals hij liep - hij schreed over het papier, zoals een leider dat zou doen, afstandelijk, gedragen, mysterieus.

De memoires beginnen met de cryptische frase 'toute ma vie, je me suis fait une certaine idée de la France' (mijn hele leven heb ik een bepaald idee over Frankrijk gehad). Het is nog altijd de meest geciteerde zin in Franse kranten en tijdschriften, en het is een zin waarover de jonge schrijver Stéphane Zagdanski meteen struikelt in zijn eveneens onlangs verschenen Pauvre de Gaulle!. Zagdanski heeft zich bij wijze van contrapunt voorgenomen tegen de herinnering aan De Gaulle ten strijde te trekken.

'Ik wil een idee geven van wat Frankrijk vandaag is. Daarvoor moet ik langs de grote totemistische figuur, het laatste taboe van de eeuw, het onaanraakbare in zichzelf, de opperste Mythe.' De woorden zijn in grote opwinding op het papier gegooid, net als de rest van het boek. Zagdanski verwijt de schrijver De Gaulle z'n 'afschuwelijke stijl', de 'bezwerende herhaling, de hypnose als van een versleten plaat'.

Als je er het gehijg van aftrekt, slaat hij de plank niet ver mis. Zelfs de hagiografische inleider van de memoires moet toegeven dat De Gaulle last had van 'oratorische tics'. De generaal spreekt zijn lezers vaker vanaf het balkon toe, dan dat hij verslag doet van leven en werken. 'Pauvre peuple, vieux peuple! Ah! grand peuple.' Desondanks zijn de memoires een historisch document van de eerste orde. Wie iets wil begrijpen van de nog altijd bestaande Franse obsessie met de 'rang' van Frankrijk in de wereld, of van de monarchale trekken van de huidige Republiek, kan niet om de herinneringen van De Gaulle heen.

Charles de Gaulle wilde al op zijn vijftiende generaal worden, en is zijn hele leven tot in z'n merg militair gebleven. Wie goed kijkt op zijn staatsieportret als president, ziet dat de generaal zijn hand niet op de grondwet of voor mijn part op de Encyclopédie van Diderot laat rusten, maar op de bij uitstek militaire ledenlijst van het Légion d'honneur. Bij zijn begrafenis in 1970 waren uitsluitend zijn klasgenoten van de militaire academie van St. Cyr genodigd - het ware leven was het garnizoen.

De staatsman De Gaulle hield tot zijn dood een voorliefde voor de militaire bevelslijn, en een even uitgesproken hekel aan wat in zijn ogen het gekonkel, gedraai en gelieg was van de politiek. 'Ik hou niet van de Republiek om de Republiek', zei hij in 1963 tegen zijn minister Peyrefitte. 'Maar omdat de Fransen eraan gehecht zijn, heb ik altijd gedacht dat er geen andere keuze was.'

'Ja', zei president De Gaulle later tegen Peyrefitte om zijn eigen Vijfde Republiek te karakteriseren, 'we leven in een monarchie, maar het is een gekozen monarchie.' En zelfs dat gekozen stond te bezien. Want toen hij in 1964 aan zijn prostaat geopereerd moest worden, droeg president De Gaulle voor de duur van de narcose de macht niet over aan de premier of de voorzitter van de Senaat, maar aan z'n zoon, admiraal Philippe de Gaulle.

De retoriek in de memoires - het eeuwige Frankrijk - kun je rondweg antirepublikeins noemen. De inleider vindt de romantische bewieroking van het Franse platteland 'poëtisch'. 'Rustige en weinig gefortuneerde dorpen, waar sinds duizenden jaren niets de ziel heeft aangetast.' Veel dichter bij de waarheid is de stelling van De Gaulle-debunker Zagdanski. Die schrijft dat De Gaulle's Frankrijk het christelijke, blanke land was dat terugging op Clovis, de eerste gedoopte koning. Dat land lag dichter bij het Duitse Blut und Boden-gevoel dan bij het 'sociale contract' dat de vrije burgers van de Republiek tot Fransen maakt.

Voor de Tweede Wereldoorlog klaagde De Gaulle al steen en been over het politieke gestuntel, terwijl Duitsland zich in razend tempo herbewapende. Hij smeekte de socialistische premier Léon Blum tevergeefs om de opbouw van een modern, beweeglijk leger, uitgerust met pantserwagens en tanks. Hij schreef er een boek over, Vers l'armée de métier (Naar een beroepsleger), maar bleef een roepende in de woestijn.

Frankrijk was bezig de vorige oorlog uit te vechten en hield het bij beton storten in de Maginot-linie. 'Maar Hitler stond niet stil', schreef De Gaulle in de memoires, z'n licht als gebruikelijk niet onder de korenmaat zettend. Hitler had het boek wél gelezen, en 'de Wehrmacht deed wat ik had voorgesteld'.

Frankrijk werd in vijf weken met tanks en pantserwagens opgerold. De enige die tijdens deze Blitz nog een paar kilometer terreinwinst wist te boeken, was De Gaulle, aan het hoofd van een inderhaast bij elkaar geharkte tankbrigade. Scherp tekent De Gaulle tijdens de meidagen de oude Pétain, zijn held van vroeger - zoon Philippe was naar de maarschalk vernoemd.

De Gaulle zag Pétain terug in de chaos van het terugtrekkende leger. 'Ik groette de maarschalk, die ik sinds 1938 niet had gezien. 'U bent generaal!', zei hij. 'Ik feliciteer u niet. Waar dienen sterren voor bij een nederlaag?' 'Maar meneer de maarschalk, u hebt zelf toch uw eerste sterren gekregen toen we ons in 1914 terugtrokken?' Pétain gromde: 'Dat heeft er niets mee te maken.' '

Korte tijd later werd het opperbevel overgedragen aan de 84-jarige Pétain en wist De Gaulle dat de nederlaag een feit was. 'Deze oude soldaat, die het harnas kort na 1870 had aangegord, dacht dat de strijd niet meer was dan een nieuw hoofdstuk in de Frans-Duitse oorlogen. De eerste hadden we verloren, de tweede, die van 1914-1918, gewonnen. En nu verloren we de derde. Wreed, maar volgens de regels. Na Sedan en de val van Parijs was het een kwestie van er een eind aan maken, onderhandelen, en als het moest, de Commune neerslaan. Helaas! De jaren hadden, onder de oppervlakte, zijn karakter aangetast. Ouderdom is een schipbreuk.'

DE OBSTINATE De Gaulle legde zich niet bij de capitulatie neer en vertrok naar Londen om het in zijn eigenwijze eentje op te nemen tegen Duitsland. In het door Churchill ter beschikking gestelde appartement begon het onvermoeibare getrek aan Churchill en Roosevelt om voor Frankrijk de 'rang' te behouden waarop het volgens De Gaulle recht had. Met name Roosevelt zag niets in de lange Fransman en verdacht hem ervan na de oorlog z'n eigen autoritaire heerschappij te willen vestigen.

Wat je na lezing van De Gaulle's klaagzangen tegen de bonden, het geld, de pers kunt invoelen. 'De Gaulle staat dichter bij Pétain dan bij Churchill', schrijft Zagdanski, en ik denk dat hij gelijk heeft. Het gebruik van 'elementaire sentimenten, krachtige beelden, brutale invocaties' ontleende De Gaulle aan massapsycholoog Le Bon, maar vooral aan de fascistoïde auteurs Barrès en Maurras, leider van de Action française. Onderdelen van Vichy beoordeelde De Gaulle niet ongunstig: 'De sociale doctrine van de nationale revolutie, corporatieve organisatie, werkcharter, privileges voor het gezin, het waren ideeën die niet zonder aantrekkingskracht bleven.'

De Gaulle hanteerde dezelfde retoriek als Pétain, doordrenkt van 'kracht', 'reinheid', 'verraad', 'elite', 'decadentie', gaf blijk van hetzelfde antiparlementarisme en dezelfde ideeën over de verhouding tussen volk en leider. Pétain deed het volk 'het geschenk van zijn persoon', De Gaulle zat er niet ver van af. Zagdanski wijst erop dat De Gaulle een jaar na Hitler werd geboren (in 1890), en dat Frankrijk in de jaren dertig werd omringd door autoritair geregeerde landen. Voorbeelden te over van landen waar, in de gaulliaanse terminologie, 'het regime der politieke partijen' er niet aan te pas kwam.

Zo bezien is het weinig verrassend dat De Gaulle in 1958, na dertien jaar tandenknarsen, in La Boisserie zijn 'zachte staatsgreep' pleegde. De crisis, schrijft de generaal, ging dat jaar naar een hoogtepunt. 'Combinaties, intriges, parlementaire desertie' - let op de terminologie. De oorlog in Algerije liep uit de hand, regering na regering viel. Tijdens zijn afwezigheid op het politieke toneel waren de voordelen van de overwinning op Duitsland weggegeven 'in naam van de Europese eenheid'. Frankrijk was, 'onder het voorwendsel van Atlantische solidariteit, ondergeschikt gemaakt aan de hegemonie van de Angelsaksen'.

De Gaulle wachtte af, liep zijn rondje in het park. Om de paar dagen arriveerde een delegatie per Citroën DS uit Parijs om hem te smeken de macht over te nemen.

Eind mei had het wachten succes. Opstandige militairen in Algiers riepen om De Gaulle. De generaal liet weten dat, als de president van de Republiek hem nu zou vragen de natie te redden, hij geen nee zou zeggen. Op voorwaarde dat het parlement ontbonden zou worden en hij een nieuwe grondwet mocht schrijven. Een journalist waagde het de generaal te vragen of hij een coup had gepleegd. Antwoord: 'Ik ben geen 68 geworden om nog een carrière als dictator te ambiëren.'

Verrassender dan zijn machtsgreep was dat hij tweemaal - in 1946 en 1969 - daadwerkelijk terugtrad, toen de Fransen hem wegstuurden. Maar hij liet wel een halfwas democratie na waarin 'de partijen' het niet voor het zeggen mochten krijgen. 'Ik hield het voor noodzakelijk dat de regering niet vanuit het parlement voortkwam, anders gezegd uit de partijen, maar van daarboven, van een hoofd dat direct door het hele volk gemandateerd was.'

Zo kwam Frankrijk aan zijn gekozen monarch die wel een regering benoemt, maar zelf nooit verantwoording in het parlement hoeft af te leggen. Zondag gaan de Fransen naar de stembus om per referendum korte metten te maken met een deel van de gaullistische grondwet: het zevenjarige presidentschap. In de optiek van De Gaulle was de president 'de man van de natie, door haarzelf op zijn plaats gezet om te beantwoorden aan haar lotsbestemming'. Omdat hij de eenheid vertegenwoordigde, moest het ritme van het presidentiële mandaat een ander zijn dan dat van het parlement, dat immers stond voor verdeeldheid.

Frankrijk stemt zondag waarschijnlijk in overgrote meerderheid 'Ja' op de vraag of het een president voor vijf jaar wil hebben. Dan gaan de presidentsverkiezingen voortaan gelijk op met de parlementsverkiezingen, en hoopt men van het staatsrechtelijke curiosum van de links-rechtse 'cohabitation' af te zijn. De generaal zou zonder een spoor van twijfel 'Non' hebben gestemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden