De gastarbeider was stoer, en geen loser

Een door Marokko rijdende expositie toont de geschiedenis van de eerste gastarbeiders die veertig jaar geleden naar Nederland vertrokken.

Een door Marokko rijdende expositie toont de geschiedenis van de eerste gastarbeiders die veertig jaar geleden naar Nederland vertrokken.

Het is zondagavond laat nog warm in Targuist – een dorp midden in het Rifgebergte – als theatermaker Amar Al-Ajjouri (37) zijn imitatie van een oude Nederlands-Marokkaanse gastarbeider ten beste geeft. ‘Ik vroeger gewerkt in kolenmijn’, begint hij voor een publiek dat deels bestaat uit Nederlandse Marokkanen die hier op vakantie zijn. ‘Slapen in pension. Zeven bed voor veertien persoon.’

Mohamed Boudouan (61) schatert. Hij vertrok in 1975 vanuit Targuist naar Nederland, waar hij in Nootdorp in de chrysanten ging werken. Alles wat Al-Ajjouri vertelt, herkent hij. ‘Mooi hè’, glundert hij zijn twee zilveren voortanden bloot.

Riftour

Het optreden is onderdeel van de ‘Riftour’, een expositie die tot half augustus door het noorden van Marokko trekt, het gebied waar driekwart van de Nederlandse Marokkanen vandaan komt. In een bus wordt met foto’s, liedjes, boeken en films het verhaal verteld van de mannen die in de jaren zestig en zeventig als eerste Marokkanen naar Nederland trokken. Aan de buitenkant van de bus staan zij als jonge kerels in spijkerpak en met een afrokapsel afgebeeld tussen de koeien.

De rijdende expositie is een initiatief van het Museon in Den Haag en het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten in Amsterdam, omdat het veertig jaar geleden is dat Marokko en Nederland op 14 mei 1969 officieel vastlegden dat Nederland arbeidskrachten mocht werven in Marokko. Doel is zowel de vakantievierende Nederlandse Marokkanen te bereiken als de autochtone Marokkanen.

De informatie voor de tentoonstelling is ontleend aan het in mei verschenen boek Marokkanen in Nederland – de pioniers vertellen van de hand van de historici Annemarie Cottaar en Nadia Bouras.

Slagerij

Op foto’s figureren Marokkanen in Nederland tussen de kadavers in een slagerij of met zwarte gezichten in een mijn. Niettemin willen Marokkanen uit Marokko nog steeds naar Europa, vertelt Nadia Bouras, die bezoekers rondleidt. ‘Sommigen denken dat wij een wervingskantoor zijn.’

Het leven van de eerste generatie Marokkaanse gastarbeiders in Nederland was beslist niet alleen maar hard werken. Op de foto’s is te zien dat ze op toneel en voetbal zaten. In de film vertelt een voormalige gastarbeider hoe hij omging met de Zangeres zonder Naam, van wie hij een kamer huurde. De mannen lagen goed bij de Nederlandse vrouwen, tot ze hun eigen vrouwen in minirok uit Marokko lieten overkomen.

‘Ons credo is: het waren stoere mannen, niks geen zielige losers’, zegt Anne-Marie Boer van het Museon, die sinds de opening op 8 juli mee is met de bus. De boodschap treft doel, want het loopt voortdurend storm bij de bus. Sommige oude mannen, voormalige gastarbeiders, beginnen te huilen. ‘Doen jullie dit voor ons?’, vragen ze verbaasd.

Den Haag

De meesten van hen zijn altijd in Nederland gebleven, zoals Mohamed Boudouan, die zo geniet van alle aandacht dat hij tot elf uur ’s avonds blijft. Hij woont in Den Haag en is op vakantie in Targuist, waar zijn familie woont. Hij heeft zijn zoon Jaouad (15) meegenomen, en die heeft veel geleerd. ‘Ik dacht dat de gastarbeiders ooit voor vakantie naar Nederland waren gekomen’, zegt Jaouad.

Andere voormalige gastarbeiders wonen weer in Marokko en ze vinden het fijn in de bus even Nederlands te kunnen praten. Er zijn er ook die drie maanden in Marokko zijn en de rest van het jaar in Nederland, zoals de vader van theatermaker Amar Al-Ajjouri, die na een leven in Nederlandse fabrieken op zijn 55ste instortte en nu op een scootmobiel rijdt.

De oude Al-Ajjouri was emotioneel toen hij hoorde over de tentoonstelling. Hij vindt het prima dat jongere Nederlandse Marokkanen op deze manier hun geschiedenis leren kennen. ‘De jongeren gaan nu met grote auto’s naar Marokko, maar dat is niet vanzelfsprekend’, is zijn opvatting. ‘Wij zijn op blote voeten vertrokken.’

Fatima Ballah (24) uit Maassluis komt er achter dat ze trots moet zijn op haar ouders. Ze helpt mee aan de expositie en zit in Targuist voor de bus. ‘Ik vind het beeld dat de Marokkanen in Nederland niets hebben bereikt, moeilijk om mee om te gaan. Mijn vader komt uit een boerendorp en heeft een heel nieuw leven in Nederland opgebouwd. En hij is nog gezond gebleven in zijn hoofd ook.’

null Beeld null
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden