De fuik van de goede bedoelingen

John Paul Vann was een arbeiderszoon uit het Zuiden van de Verenigde Staten. In 1962 vertrok hij, 37 jaar oud, naar Vietnam in de stellige overtuiging dat zijn land voorbestemd was overal ter wereld de zegeningen van het Amerikaanse systeem te brengen....

Arie Elshout

Tien jaar later, in 1972, was het idealisme van deze militair geheel verdampt. Vann dirigeerde de ene golf B-52-bommenwerpers na de andere in de richting van de vijandelijke stellingen. Het ging zelfs zo ver, schreef zijn Amerikaanse biograaf Neil Sheehan, dat hij zich na elk bombardement naar de bomkraters begaf. Gek geworden maakte hij met zijn machinegeweer alsnog eventuele overlevenden af.

Goede bedoelingen waren ontaard in moorddadig gedrag.

Het is de fuik waarin de afgelopen eeuw velen verstrikt raakten. Vann was niet de eerste die dat overkwam en hij zal vermoedelijk ook niet de laatste zijn. In Irak staat de val weer wijd open.

Een van de motieven van Bush om dit land binnen te vallen was dat hij een dictator wilde vervangen door een democratie. Op zich is dat een streven waartegen niemand bezwaar kan hebben, alle bedenkingen en kanttekeningen even daargelaten. Maar, zeggen Bush' critici, goede bedoelingen zijn niet genoeg. Het gaat er om of een politiek werkt.

Dat is een terecht punt. Een goede politiek wordt afgemeten aan haar effectiviteit en niet aan haar deugdzaamheid, luidde het dictum van de vroegere Franse commentator Raymond Aron. En wie dat effectiviteitscriterium toepast op Bush' Irak-beleid, kan niet anders dan concluderen dat het er niet best voor staat.

Bepaalde delen van Irak zijn verworden tot vrijstaten waar het gezag van de Iraakse interim-regering en de Amerikaanse troepen niet wordt erkend. De afgelopen vijf maanden stierven er volgens het Iraakse ministerie van Gezondheid 3186 Iraakse burgers als gevolg van terreuraanslagen of gevechten tussen opstandelingen en de door de VS geleide buitenlandse troepenmacht.

Goede bedoelingen zijn in Irak uitgemond in rampspoed en bloedvergieten, inclusief de dreiging van het hellend vlak. Dat wil zeggen dat Amerikaanse soldaten zich zo gefrustreerd voelen over het gebrek aan vooruitgang en de weerstand die zij ondervinden, dat zij net als John Paul Vann kunnen doorslaan en vatbaar worden voor excessen. Zie het gevangenisschandaal. En zie een recent bericht in de Financial Times waarin gemeld werd hoe de 33-jarige Kamil Sagban volgens zijn familie zonder aanleiding en waarschuwing vooraf in de nek werd geschoten door Amerikaanse soldaten, die hem vervolgens zouden hebben laten doodbloeden.

Het is het bekende verhaal van het doel en de middelen. Een op zich respectabel doel kan worden gecompromitteerd door gebruik van het verkeerde middel. Wie zich zoals Bush de democratisering van Irak ten doel heeft gesteld en daarbij kiest voor oorlog als instrument, begeeft zich op een riskant pad. Want juist bij inzet van een uiterst middel als geweld is er het gevaar dat de grens tussen goed en kwaad wordt overschreden.

De vraag is of nu al gesteld kan worden dat Bush' politiek ondanks haar goede bedoelingen niet effectief is gebleken, dus mislukt is. De critici die het argument van de effectiviteit aan de orde stelden (en daarbij de premisse van de goede bedoelingen accepteerden, wat lang niet iedere criticus doet), menen dat het al zover is. Bovendien vinden ze dat de politiek ook haar deugdzaamheid heeft verloren gezien de verloedering die de aanhoudende strijd met zich meebrengt.

Toch is het maar welk ijkpunt je aanhoudt en waar je naar kijkt. Vorig jaar april en december bij respectievelijk Saddams val en arrestatie, repten veel van deze critici niet over effectiviteit en beten ze zich vast in het ontbreken van volkenrechtelijke legitimiteit. Inmiddels hebben ze minder moeite de effectiviteit als maatstaf te nemen, omdat de situatie is verslechterd.

Maar de Iraakse werkelijkheid bestaat niet alleen uit chaos. Ze bestaat ook uit Faisal Nasser, van het Iraaks Platform in Nederland, die in de Volkskrant zei: laat het Iraakse volk nu niet in de steek. Of uit Nuri Abdel Ghani die in NRC Handelsblad zei: we vechten voor democratie en rechtvaardigheid, een schaars goed in de hele Arabische wereld. Of uit Ahmed Ali Sjabr en Sjiroek Dilla die in Trouw zeiden: premier Allawi doet het nog niet zo slecht.

Irak is het strijdtoneel van botsende waarden geworden. De Irakezen hebben recht op een leven zonder oorlog, maar ook recht op een bestaan in een vrij en democratisch land.

Er zijn geen gemakkelijke oplossingen, geen gemakkelijke keuzes. Alleen valt toch echt te hopen dat opstandelingen die politieagenten en intellectuelen vermoorden, niet staan voor de toekomst van het land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden