De flat als noodzakelijk kwaad is toe aan opwaardering

Een huisje met een tuintje, het ideale wonen is niet voor iedereen weggelegd. Daarvoor is in Nederland onvoldoende ruimte. Flats zullen altijd nodig blijven, ondanks de kritiek waaraan hoogbouw onderhevig is....

JAAP HUISMAN

DE Slaaghwijk in Leiden hoort tot het soort wijken dat na de oorlog als een plaag over Nederland is gekomen. 1968, Het was niet alleen een roerig jaar, het was ook de piek in de woningbouw. Nog nooit verrezen er zoveel flats tegelijk, flats die herkenbaar zijn aan ellenlange galerijen, aan grindbeton en ander gemak uit de catalogus voor de systeembouw.

Maar al snel keerde een deel van Nederland zich af van deze vorm van revolutiebouw. Het beheer liet te wensen over, de bevolking veranderde van samenstelling, gezinnen verkozen de nieuwe slaapsteden in het groen boven de stapelbouw en de voorzieningen (scholen, verenigingsgebouwen, sportlokalen) sloten de een na de ander hun deuren. Het gevoel van onveiligheid nam hand over hand toe naarmate de sociale controle wegebde.

De Slaaghwijk is de genadeklap voor geweest. In een paar jaar tijd trok er een wervelwind door de wijk - aangewakkerd door het architectenbureau Verheijen/Verkoren/De Haan - die het verkeerstalud afgroef en zo de geïsoleerde wijk opengooide. Van een enclave in Leiden werd de Slaaghwijk deel van de stad. Een nieuwe woontoren naast het winkelcentrum markeert nieuw leven in het hart; de zestien flats werden binnenstebuiten gekeerd. Bergingen op de begane grond veranderden in entrees, lange galerijen werden doorgesneden, ramen brachten de doodse kopgevels tot leven.

De operatie-Slaaghwijk is zo veelomvattend en daarmee zo'n schoolvoorbeeld van een 'integrale aanpak op wijkniveau', dat ze dinsdag werd onderscheiden met de Nationale Renovatieprijs in de categorie hergebruik woningbouw. In twee andere categorieën waren de prijswinnaars het opgeknapte ministerie van Economische Zaken (ontwerp: architect H. Ruijssenaars) in Den Haag en het verbouwde jongensinternaat Nazareth in Tilburg. Theo van Esch vormde het monumentale pand om tot huisvesting voor studenten van dansacademie, conservatorium en kunstacademie.

Gloort er een nieuwe toekomst voor een wijk als de Slaaghwijk? Het is een vraag die almaar klemmender wordt, nu steden uit hun jasje barsten en naarstig op zoek zijn naar nieuwe woningbouwlocaties.

Verdichting is het begrip waarvan menige ambtenaar heil verwacht, ook al gaat dat ten koste van het groen dat juist de naoorlogse wijk nog aantrekkelijk maakt. 'Het zijn de wijken van onze jeugd, het is ons thuis', bracht de secretaris-generaal van het ministerie van VROM, R. den Dunnen, in herinnering. 'Daar moeten we zuinig op zijn; het is immers ook een deel van onze culturele geschiedenis.'

Hij toonde zich dan ook bezorgd over een ingreep die bijvoorbeeld in Schiedam is toegepast en waarvan de term al huiveringen opwekt: het optoppen. Woningbouwverenigingen voegen een extra woonlaag toe aan de vier-etageflats, waardoor weliswaar riantere woningen ontstaan, maar het karakteristieke beeld aan het wankelen raakt.

Hebben flats nog toekomst? Terwijl de bezoekers van de bouwbeurs in Utrecht zich verlustigden aan metseltechnieken en gevel-isolatie, probeerde een handjevol sprekers antwoord te geven op die actuele vraag. De eerste flats van de Bijlmermeer worden onttakeld; in Leeuwarden en Tilburg zijn eerder al relikwieën uit de jaren zestig opgeruimd. Geveld door onleefbaarheid en onbeheersbaarheid.

De grand old man van het Nieuwe Bouwen, J.P. Kloos, had de avond voor het congres de inleider, prof. H. Henket, nog opgebeld met de klemmende boodschap dat het enige heil voor de flats ligt in 'de gemeenschappelijkheid', dat wil zeggen: alles staat of valt met een goede ontsluiting. Zo voorkom je dat flats een verzameling op elkaar gestapelde bungalows blijven.

Hoe sceptisch in Nederland ook wordt aangekeken tegen 'deze leghokken', we kunnen niet zonder, daar waren alle deskundigen het over eens. Ze vormen de hoofdmoot van de goedkopere woningvoorraad en zijn daarom gewild bij huishoudens zonder kinderen, starters, tweeverdieners en jonge ouderen, zei prof. A. Thomsen, hoogleraar bouwkunde aan de TU Delft. Waarom zouden we bovendien niet gebruik maken van wat er staat? Slopen en nieuwbouw is altijd nog duurder dan het karkas uitkleden en opnieuw optuigen.

Het sleutelwoord voor het hergebruik van flats is differentiatie. Naarmate de samenleving steeds verder uiteenvalt in verschillende huishoudens en verlangens, wordt van de corporatie ook een caleidoscopisch pakket gevraagd. De flats met hun eenvormige indeling van drie- dan wel vierkamerwoningen zijn daarvoor niet geëquipeerd. Met het accent op onderhoud of een kosmetische facelift van de gevel (kleurtje, andere balustrades) schiet de corporatie tekort.

Architect Henk van Schagen toonde aan de hand van de wijk Welschen 7 in Rotterdam-Overschie aan, wat de mogelijkheden zijn. Het is het recept van de hoog niveau-renovatie. Hij voegde flats verticaal samen tot maisonettes over drie etages, verbond twee woningen op de bovenverdieping en maakte de koppen aantrekkelijk voor ouderenhuisvesting, uiteraard voorzien van een lift. Op voormalige schoolterreinen verrezen koopwoningen. Noodzakelijk is volgens Van Schagen wel dat de stedebouwkundige structuur gehandhaafd blijft; dat wil zeggen: ruim baan voor het groen en het oorspronkelijke karakter. 'Het gedifferentieerde aanbod moet binnen de logica van de wijk passen.'

Dat flats van een noodzakelijk kwaad moeten veranderen in een uitdaging, onderstrepen de cijfers. Van de huidige zes miljoen woningen is driekwart naoorlogs; eenderde daarvan zijn flats. Het is vooral de lagere inkomenklasse die op deze vorm van woningbouw blijft aangewezen, zeker als er in de Vinex-locaties (de voorgeschreven nieuwbouwwijken aan de rand van de steden) hoofdzakelijk plaats is voor de midden- en inkomens.

De eerste naoorlogse flats bezorgen de corporaties nog de meeste hoofdbrekens. Uitgerust met een lavet (voor baden en wassen), zonder centrale verwarming en met een krappe ruimte, zijn ze ongeschikt voor gezinnen. Alleen de ligging, tegen het stadscentrum, speelt in hun voordeel. De flats die na 1963 werden gebouwd, beschikken weliswaar over beter sanitair en cv, maar zijn veelal te duur (hoge huren, service- en stookkosten). De galerijen, die de oude Kloos al voor de oorlog verfoeide vanwege hun lelijke maat, maken deze kolossen tot de winkeldochters uit het woningbestand.

Maar hopeloos is het probleem niet. Van Schagen pleit voor meer geld en meer tijd: het eerste is voor de hand liggend, het tweede is de rust die nodig is om een wijk in zijn totaliteit op de schop te nemen. Als bijvoorbeeld de voorzieningen onvoldoende gewaarborgd zijn, is de kans op een prettig woonklimaat verkeken. Er moet van alles aan gedaan worden om te voorkomen dat er een monocultuur ontstaat, waarschuwde districtsmanager R. van Veen van het Woningbedrijf Rotterdam. 'Nu al zien we in een voortschrijdende vermindering van koopkracht in deze wijken.' En dus loert het spook van de gettovorming.

Betaalbare woningen kunnen we niet missen, sprak Thomsen, daarin ligt een functie voor de (herverkavelde) flat. Maar ook uit een ander, onverwacht oogpunt is hergebruik te verdedigen. 'We kunnen ons uit milieu-overwegingen niet permitteren om slordig met de bestaande voorraad om te gaan.' Sloop impliceert immers bouwafval.

Het ideaal van een huisje met een tuintje is niet voor iedere Nederlander weggelegd, zo ruim is dit land niet bemeten. Of we nu willen of niet, we kunnen niet zonder die flats, zeggen de corporaties. De Slaaghwijk in Leiden geeft aan wat er mogelijk is: opwaardering en differentiatie om de eenzijdige flatwijk uit het moeras te trekken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden