Column

De filosoof Kramer

Het was de uitspraak van de dag, van het weekeinde, van de maand misschien: 'Soms komt iets naar je toe als je het juist loslaat.' Was getekend: Sven Kramer. Nadat tv-verslaggever Bert Maalderink hem had geprezen voor zijn woordkeus, zei Kramer lachend dat de zin spontaan was opgeweld. Hij had vooraf niet even stiekem in het boek der grote filosofen gekeken.

Beeld anp

Zie de glinsterende ogen, het pure sportgeluk. Sven Kramer dus na zijn winnende 1.500 meter tijdens de strijd om de KNSB Cup in Groningen, voor de camera's van de NOS. Hij is blij, gelukkig en trots. Hij heeft een prachtige race gereden, uitgerekend op de afstand die hem al jaren tart. Ja, hij is de beste schaatser bij de allrounders, al heel lang.

Maar in het schaatsen is de 1.500 meter voor velen de mooiste afstand, als de kruising tussen sprint en allround. En juist op de 1.500 meter behoort hij niet tot de absolute top. Dat doet pijn, alle glorieuze verhalen ten spijt. Normaliter houdt Kramer op de 1.500 meter de schade beperkt, om in de lange afstanden zijn zoveelste titel te grijpen. De 1.500 meter is het aanhangwagentje van zijn ambities. Liever zou hij alle spulletjes in de laadbak meenemen, maar hij heeft het karretje aan de trekhaak nodig. Het moet goed vastzitten en soepel blijven rijden, anders sneven zijn ambities.

'Soms komt iets naar je toe als je het juist loslaat.' De zin is van toepassing op menig aspect van het leven. Het stel dat de droom van een zwangerschap opgeeft en zie, het wonder van versmelting geschiedt als het niet meer is verwacht. Het is ook de beloning voor het afzweren van stress, voor ontspanning die ontstaat door het loslaten.

Sven Kramer is een van de grootste sporters in de nationale geschiedenis. Op zijn 30ste krijgt zijn loopbaan weer nieuw reliëf. Hij kwam de afgelopen weken op voor de rechten van collega's, in een gevecht met de bond, over geld vooral. Kramer is een beetje als Cruijff vroeger. Hij zorgt goed voor zichzelf, maar hij kijkt ook naar anderen, omdat hij beseft dat hij die anderen nodig heeft om zelf te kunnen winnen.

In dat gesprekje bij de NOS benadrukt Kramer dat hij met zijn handen op de rug schaatste tijdens de winnende 1.500 meter. Dat is eigenlijk de ontspannen houding voor de langere afstanden. In Trouw deed hij afgelopen weekeinde ook rake observaties over zijn beleving van sport. Eén zin is in dit verband interessant: 'Het gaat mij om de kern van training: beter worden.'

Kramer is een trainingsbeest. Een voorbeeldige sporter, met de neiging om juist te veel te doen. Daarom zijn de twee hier aangehaalde uitspraken juist zo interessant. Die ene uitspraak over de handen op de rug, en dus die andere: 'Soms komt iets naar je toe als je het juist loslaat.'

Het loslaten van stress is de moeilijk te bereiden toverdrank voor sporters. Al die training omzetten in ontspanning, daaruit ontstaat de mooiste sport.

Reageren? w.vissers@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden