De filosofie van de jaren nul is mistroostig

De heersende opvatting is de afgelopen tien jaar geworden dat wie niet op zijn strepen staat, over zich heen laat lopen. Er valt niks meer te onderhandelen. Gelukkig is het tijd voor een nieuw decennium.

Het is de tijd van de lijstjes: het mooiste sportmoment van het jaar, de politicus van het jaar en het belangrijkste nieuwsmoment van het afgelopen decennium. Maar het interessantste lijstje ontbreekt nog. Dat van de belangrijkste ideeën van het afgelopen decennium.

Voor andere decennia bestaan gemakkelijke typeringen. De jaren vijftig waren de jaren van de wederopbouw. De jaren zestig lieten de opkomst zien van de flower power. De jaren zeventig waren het decennium van de zelfontplooiing. De jaren tachtig waren de jaren van de yuppen, de no nonsense-politiek en de crisis van de verzorgingsstaat. De jaren negentig waren de paarse jaren, waarin de markt werd verheerlijkt en alle ideologische veren werden afgeschud.

Maar wat is het kenmerk van de jaren nul? Het onderwerp dat het afgelopen decennium het publieke debat heeft gedomineerd is de afrekening met de multiculturele samenleving. Het begon met het essay van Paul Scheffer over het multiculturele drama in 2000. Na de schok van de aanslagen op 11 september 2001 volgde de kritiek van Pim Fortuyn op de islamisering van onze cultuur en we sluiten het decennium af met Geert Wilders die de Koran een fascistisch boek noemt.

Vrijheidsutopie

Maar wat is het achterliggende maatschappelijke ideaal? Welk mensbeeld ligt aan de kritiek ten grondslag? En is de kritiek op de multiculturele samenleving wellicht onderdeel van een verstrekkender omslag in de dominante maatschappijvisie? Het eerste dat opvalt aan het afgelopen decennium is het ontbreken van een positief ideaal. De politieke debatten gingen meer over het voorkomen van onheil dan over het bereiken van heil.

De criminoloog Hans Boutellier spreekt wel over de veiligheidsutopie. Mensen willen optimale vrijheid voor zichzelf, maar ook maximale bescherming tegen de vrijheid van anderen. Het gaat om de strijd tegen criminaliteit of terrorisme. Verworvenheden als de vrijheid van meningsuiting, de scheiding tussen kerk en staat of de gelijkheid tussen de seksen worden bedreigd. Mensen hebben het gevoel dat hun vertrouwde land van hen wordt afgepakt.

Voor positieve idealen als emancipatie, zeggenschap of solidariteit bestond de afgelopen tien jaar veel minder aandacht. Aan de vooravond van de jaren nul verscheen in de Volkskrant de serie Mooi Geweest. Diverse redacteuren beschreven wat ze liever niet meenamen naar de nieuwe eeuw. Ze wilden af van grote idealen als gelijkheid, emancipatie en mondigheid.

Terugkijkend kunnen we constateren dat ze op hun wenken zijn bediend. Illustratief is het verschil tussen multiculturele drama van Scheffer en de opstelling van Wilders. Scheffer was bang voor het ontstaan van een gekleurde onderklasse en streefde naar emancipatie. Wilders heeft maling aan de emancipatie van allochtonen. Hij wil alleen de overlast bestrijden. Hij verkiest remigratie boven integratie.

Slachtofferdenken

Een ander kenmerk van de dominante filosofie van de afgelopen tien jaar is de afkeer van van alles dat riekt naar slachtofferdenken. Mensen weigeren zich nog een schuldgevoel te laten aanpraten. Al dat gezeur over discriminatie is in hun ogen een manier om gewone mensen de mond te snoeren. ‘Ik zeg wat ik denk’, riep Fortuyn die dat sentiment haarfijn aanvoelde.

Mensen die zielig lopen te doen en de samenleving de schuld geven van hun ellende, proberen slechts hun eigen onvermogen en onwil te maskeren. Het is een vorm van neerwaartse jaloezie. Vroeger waren mensen jaloers op types die het beter hadden, nu op mensen die het slechter hebben, maar te veel worden verwend. De angst voor onheil in combinatie met de vrees dat mensen misbruik maken van onze regels en voorzieningen, leidt tot een roep om grenzen. Het is genoeg geweest.

Ultimatumhuishouding

Ik heb dat wel de ultimatumhuishouding genoemd. Een kwart eeuw geleden sprak de socioloog Bram de Swaan van de overgang van een bevelshuishouding naar een onderhandelingshuishouding. Een maatschappij die werd gekenmerkt door hiërarchie en traditie werd ingeruild voor een samenleving waarin gelijken in goed onderling overleg hun gedrag bepalen. Voorwaarde is wel dat de gesprekspartners voor rede vatbaar zijn.

Dat vertrouwen is na de eeuwwisseling verdwenen. De heersende opvatting is geworden dat wie niet op zijn strepen staat, over zich heen laat lopen. Er valt niks meer te onderhandelen. Het is slikken of stikken. Het spel van geven en nemen is ingeruild voor ultimata. Dit is de grens. En als het je niet bevalt dan donder je maar op.

De dominante filosofie van de jaren nul is mistroostig. Angst is belangrijker dan hoop. Het voorkomen van misbruik is belangrijker dan het bieden van een helpende hand. Inschikkelijkheid wordt verward met capitulatie. Gelukkig is het tijd voor een nieuw decennium. Volgende week daarom een column over mijn gedroomde filosofie van de jaren tien. En omdat ik geloof in de wijsheid van de massa, zijn uw suggesties van harte welkom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden