De Filipijnse droom

President Fidel Ramos lijkt erin te slagen het vertrouwen van de buitenlandse investeerders te winnen. Het Amerikaanse bedrijfsleven loopt voorop....

0T WEE JAAR geleden ontruimde de Amerikaanse marine Subic Bay, de grootste militaire basis buiten de VS, en zadelde daarmee de Filipijnen op met een verlies van 42 duizend banen en een jaarlijkse omzet van bijna een miljard dollar. Maar de vooruitzichten op een tweede welvarend leven lijken veelbelovend.

De Britse P & O, Pensinsular and Oriental Steam Navigation Co., is van plan te investeren in de ontwikkeling van deze nieuwe vrijhaven. 'We hebben belangstelling voor nieuwe containerhavens, maar ook voor internationaal transport. Ik denk dat Subic Bay een belangrijke haven gaat worden in dit deel van Azië' zei deze week de voorzitter van de raad van bestuur van P & O, Lord Sterling of Plaitow.

Hij is niet de eerste. Snelvervoerder Federal Express wil in Subic de uitvalsbasis vestigen voor zijn activiteiten in de Stille Zuidzee. Hiermee zijn vierduizend banen gemoeid.

De voormalige marinebasis heeft voortreffelijke accommodaties in haveninstallaties en opslagruimten, en is gelegen aan diep water. Er is een landingsbaan van 2800 meter, er is voldoende huisvesting en de basis heeft een eigen energiecentrale.

Voor vestiging in het gebied van Subic Bay hebben meer dan 90 bedrijven contracten getekend voor investeringen, waarvan tweederde al operationeel zijn. Tweehonderd aanvragen zijn nog in behandeling. Taiwan zoekt alternatieven voor het Hong Kong van na de machtsoverdracht aan China in 1997 en investeert in Subic Bay.

De regering van Fidel Ramos is vastbesloten de Filipijnen te laten toetreden tot de exclusieve club van snelgroeiende Aziatische tijgers. De lonen zijn er hoger dan in andere Aziatische industriecentra, maar de beroepsbevolking is er beter geschoold. Tot nu toe tonen Amerikaanse investeerders de grootste belangstelling.

Al voor er sprake was van het vertrek van de Amerikaanse marine uit Subic Bay staken de VS omvangrijke hulpbedragen in de ontwikkeling van de streek rond General Santos in het uiterste zuiden van de Filipijnen.

Een bedrag van 200 miljoen dollar wordt gebruikt voor het verbeteren van het wegennet, het geschikt maken van de haven voor containervervoer en de aanleg van een vissershaven. Er komt een nieuwe luchthaven die de Airbus 300 kan ontvangen en later ook de Boeing 747.

General Santos en Subic Bay ziet de Filipijnse regering als de magneten die buitenlandse investeerders moeten aantrekken. Een goede infrastructuur is daarvoor onontbeerlijk. De regering heeft daarvoor een program ontwikkeld met 32 projecten ter versterking van de economische structuur. Voorbeelden hiervan zijn de Pan-Filipijnse autoweg, een modern wegennet op het eiland Mondanao en een energiecentrale in Bataan.

0D E AMERIKAANSE automakers GM, Ford en Chrysler hebben toenemende belangstelling voor de regio, die vooralsnog wordt gedomineerd door de Japanse auto-industrie. Op de Filipijnen hebben de Japanners een marktaandeel van 92 procent, 95 procent in Indonesië en 93 procent in Thailand. Alleen in Maleisië is het aandeel kleiner: 60 procent.

Tussen 1988 en 1993 groeide het autopark van de Filipijnen met 329 procent, veruit de grootste groei in de regio. In 1993 werden 87 duizend auto's verkocht, de voorspelling voor 2000 is 185 duizend auto's. Niet slecht voor een land waar het jaarinkomen per hoofd van de bevolking 850 dollar bedraagt.

Eenzelfde groeimarkt belooft de telecommunicatie-sector te worden. Het verhaal gaat dat 90 procent van de Filipijnen wacht op een telefoonaansluiting en 10 procent op een telefoontje. Maar dat is achterhaald sinds de regering besloten heeft het telefoonmonopolie open te breken.

Het Amerikaanse Nynex is al in de veelbelovende markt gestapt. De telefoondichtheid bedraagt slechts twee aansluitingen per honderd inwoners. Maar de inkomsten per aansluiting zijn hoog, omdat veel Filipijnen in het buitenland werken en regelmatig met thuis bellen.

Amerikaanse investeerders vinden de Filipijnen aantrekkelijk omdat ze het land politiek stabiel achten en zien dat de regering economische hervormingen tot stand brengt. En de rooskleurige vooruitzichten van de regering steunen op de import van buitenlands kapitaal. Dat ziet er goed uit. In de eerste negen maanden van 1994 stegen de directe buitenlandse investeringen tot 1,4 miljard dollar, een stijging met 482 procent.

Profijtelijke kansen ziet ook Allen Glick, een gedecoreerde Vietnam-veteraan en voormalige eigenaar van het Stardust and Fremont-casino in Las Vegas. Hij werd geschoold in het voeren van guerilla-oorlogen op dezelfde Amerikaanse basis als president Fidel Ramos. Geen wonder dat beide heren het direct goed met elkaar konden vinden en dat Glick de leiding op zich genomen heeft van The Philippine Dream Co. Dit is een Amerikaans-Filipijnse joint-venture die 25 miljoen dollar investeert in een drijvend hotel-casino - The Philippine Dream - in Cebu. Ramos was zo vriendelijk te zorgen voor een belastingvoordeel van 2,6 miljoen dollar.

Glick verdiende zijn eerste miljoen dollar in de onroerend-goedsector. In 1974 kocht hij het casino in Las Vegas en raakte vervolgens in de problemen. De aankoop was mede gefinancierd met een lening van 87 miljoen dollar van de Amerikaanse vakbond Teamsters union. Later bleek dat de Teamsters zwaar geïnfiltreerd waren door de mafia. Glick heeft altijd ontkend dat hij daarvan op de hoogte was. Maar niet iedereen geloofde dat hij zo naief was.

De mafia nam bezit van het casino, zette er eigen mensen neer en verdiende miljoenen aan de speelautomaten. Voor de rechter vertelde Glick ijselijke verhalen over hoe de mafia hem manipuleerde en zijn gezin bedreigde. Ramos was volledig op de hoogte van Glicks achtergrond, maar de snelheid waarmee beiden tot een akkoord kwamen was zelfs voor Filipijnse begrippen adembenemend.

Bekende uitspraak van Glick: 'Ik ben er rotsvast van overtuigd dat de regering Ramos zijn uiterste best doet het land de 21ste eeuw binnen te leiden'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden