De fietser die voor rood stopt

Hij had beseft dat het zwaar zou worden, en in die verwachting is hij niet beschaamd. De weerstand tegen de opsplitsing van de stad bewijst het nog eens....

'En toen ging de deur open en daar stond Haitink in zijn onderbroek. Die was zich nog aan het verkleden. Rok uit en ogenblikkelijk in spijkerbroek en T-shirt. We kwamen hem even gedag zeggen.' Burgemeester Patijn moet, ter opwarming van het interview, nog even praten over het grote Mahlerfeest. 'Ik was met mijn vader. Hij had de tranen in de ogen. Hij had de tweede symfonie nog in de jaren twintig van Mengelberg gehoord. Nu zeventig jaar later van Haitink. Vader was buitengewoon gelukkig. En toen met een keurige taxi terug naar Den Haag.'

De burgemeester staat op van het bureau waar hij midden op was gaan zitten tussen telefoon en schrijfblok; zich verkneukelend met armen en benen, handen en voeten, kop en schouders. 'Het was zo mooi, zo heel bijzonder.' Nagloeiend van vreugde laat hij zich lenig zakken op de zwart leren bank om te praten over meer aardse zaken. Ook dat doet hij met intens plezier.

- Het referendum.

'Ja, waar zouden we het anders over hebben?'

- Het had zo plezierig kunnen worden, maar het werd zo chagrijnig, een zeperd.

'Dat zeg je nu wel, een zeperd, maar daar ben ik nog niet van overtuigd. Het moeilijke is dat referenda altijd gaan over een zwart-wit keuze tussen de huidige toestand en verandering. Als je verandering wil dan heb je al tegenwind, moet je bergopwaarts, want mensen zijn nu eenmaal behoudend. Als je dan ook bij het storten van de fundamenten nog een ingewikkeld verhaal moet vertellen over het prachtige bouwwerk dat er komen gaat, zeggen ze: kom nou.'

- Tien jaar geleden, toen burgemeester Peper in Rotterdam haast wilde maken met de vorming van zijn stadsprovincie, zei u als commissaris van de koningin in Zuid-Holland: Rustig aan, eerst moeten we de zaken goed regelen.

'Daar heb je gelijk in. Dat had een psychologische oorzaak. Die lag bij mijzelf. In '85 en '86 hebben Bram Peper en ik onder leiding van minister Rietkerk het Openbaar Lichaam Rijnmond opgeheven. Het was een enorme krachtsinspanning. Het experiment was mislukt. En ineens kwam dat Openbaar Lichaam terug langs een andere weg. Nu als stadsprovincie. Die ommezwaai kon ik niet snel genoeg maken. Bram was in de winning mood en iedereen die hij op zijn weg tegenkwam, bulldozerde hij opzij, en Patijn moest niet zeuren. Gaat u maar languit liggen, dan wals ik over u heen. Bram doet dat zo aardig. We bleven goede vrienden. Maar ik had het er even heel moeilijk mee.

'Toen ik over de psychologische drempel heen was, zei ik: ''Bram heeft in wezen volstrekt gelijk. Het is voor grote steden onvermijdelijk dat er zoiets als een stadsprovincie komt.'' Ik moest de accu weer even opladen.'

- Ligt het in Amsterdam toch iets anders?

'Nee, je ziet in Rotterdam dezelfde weerstanden ontstaan. Vooral tegen het opsplitsen van de stad. Die weerstand hebben we, vooral omdat we er zo druk mee bezig waren, misschien onderschat.'

- In Rotterdam zei u indertijd dat uw grootste bezwaar tegen de stadsprovincie was dat de stad in tien gemeenten werd opgesplitst. Want, zei u, dan verliest de stad haar daadkracht, haar slagvaardigheid.

'Ja, maar in Rotterdam zijn het er aanmerkelijk minder geworden. Het is een beetje een keuze. Vergeet niet dat de gemiddelde nieuwe Amsterdamse gemeente de grootte van Gouda heeft. Het zijn geen dorpen.

'In Parijs heb je hetzelfde systeem. De arrondissementen hebben hun eigen burgemeester, maar Chirac was niet de burgemeester van het zoveelste arrondissement. Hij was de burgemeester van Parijs. Wij noemen het kindje hier commissaris van de koningin. Hij zit, naar ik aanneem, in deze kamer in dit gebouw.'

- Waarom heeft u dit niet over kunnen brengen?

'Op de een of andere manier hebben we onvoldoende duidelijk kunnen maken dat in de stadsprovincie de grote stad een ander bestuur moet krijgen. Anders heb je twee kapiteins op een schip. Dan heeft in een stadsprovincie van 1,3 miljoen inwoners de gemeente met 700 duizend inwoners de macht, het geld, de grond, de ziekenhuizen, de schouwburgen, Artis, alles. Dan zeggen Purmerend en Zaanstad: wij doen niet meer mee.'

- Almere, dat er vanwege de woningbouw bij zou moeten komen, heeft al afgehaakt. De wethouder van financiën Frank de Grave gaat moeilijk doen over de overdracht van de grond die Amsterdam in eigendom heeft. Verliezen allochtonen die bij de gemeenteraadsverkiezingen mogen stemmen hun stemrecht in de stadsprovincie? Het is zo onduidelijk.

'Dat is precies het probleem. We zitten midden in onderhandelingen met een kabinet dat er pas een jaar zit en zegt: daar zijn we nog niet aan toe. Neem nu dat kiesrecht voor buitenlanders. Al in 1982, toen ik in de Tweede kamer zat, heb ik met Annelien Kappeyne van de Coppello een amendement op de Grondwet ingediend om buitenlanders stemrecht voor de Tweede Kamer en Provinciale Staten te verlenen. Ik maak me daar sterk voor. Nog altijd. Pas in de loop van deze regeringstermijn kan er iets van komen. Dus heb je weer zo'n halve mus, geen dode mus, maar zo'n fladderend jong musje waar we nog niet van weten of het een volwassen vogel wordt.'

- Dus wordt het referendum te vroeg gehouden.

'Ja dat heb ik een paar keer gezegd. Als je een referendum over het geheel, het uitgewerkte plan, had willen hebben, had je een jaar moeten wachten.'

- Het zou wel eens het laatste referendum kunnen zijn.

'Als je een beschamend lage opkomst hebt, dan interesseert het de mensen kennelijk niet. Dat zou heel slecht zijn. Hoe hoger de opkomst, des te beter het is voor het referendum als instrument. Als bij hoge opkomst de uitslag nee is, dan wordt er een zure appel op ons bordje gelegd.'

- Hoe bijt je je daar doorheen?

'Dan zal de gemeenteraad beslissen wat hem te doen staat. Als de Amsterdammers in groten getale nee zeggen en dat zou leiden tot een negatieve uitspraak van de gemeenteraad, ja, dan komt er een situatie die wel enige invloed zal hebben op de besluitvorming van de Tweede Kamer. Dus als de Kamer zegt: daar moeten wij ons maar bij neerleggen, dan moet de kaderwet worden ingetrokken. Dan valt het hele proces stil. Ik zou dat zeer betreuren.'

- Was het dus onverantwoord nu dat referendum te houden?

'Misschien is het onverantwoord geweest om te denken dat je in de sfeer van de opsplitsing van de stad - want daar gaat het om - niet meer aan de mensen hoefde uit te leggen. Ik heb nog altijd de hoop dat we winnen.'

- Is Amsterdam toch lastiger dan u dacht?

'Nee, het valt me niet tegen. Het groeit me niet boven het hoofd. Dat het zwaar zou worden besefte ik heel goed. Dat is in Amsterdam niet anders dan in Rotterdam. Je leeft met de voortdurende zorg dat de stad niet ten onder mag gaan. Maar dat het beslag op je persoonlijkheid zo sterk zou zijn, had ik niet gedacht. Een klein, gek voorbeeldje. Als ik mijn huis uitkom en mijn tas in de auto zet, hoor je de luidspreker van de rondvaartboot galmen: de burgemeester zet nu zijn tas in de auto. Je anonimiteit ben je kwijt, de vrijheid om onopvallend door de stad te lopen.'

- Of te fietsen?

'In het begin zeiden ze: die stopt voor rood. Idioot.'

- Vindt u dat moeilijk?

'Je bent altijd de burgemeester. Zo word je altijd benaderd. Met de problemen, maar ook met de vreugde van de stad. De afgelopen weken met de herdenkingen, koninginnedag, de bevrijdingsfeesten, dat was fantastisch. Maar je hebt ook de hoorzitting over de tippelzone. Een rotklus, maar als je dan uiteindelijk merkt dat de mensen met je meedenken, dan realiseer je je wat een ongehoord fijne functie dit is. Ik ben nu 58, ik had nooit gedacht dat ik op mijn zevenenvijftigste nog zo'n switch zou mogen maken.'

- Was u ook wel eens bang?

'Ja, want och, natuurlijk, ik kende Amsterdam niet. Ik kwam van buiten en ik was niet. . .'

De deur van de kamer gaat voorzichtig open. En daar verschijnt een dame, mevrouw Patijn, met bloemen. Voor de woordvoerster van de burgemeester, Anne-Marie Stordiau, die jarig is. De verrassing is groot. De burgemeester reageert als een verliefde student. Hij slaat de arm om haar schouders en begeleidt haar, na het ritueel van de bloemenhulde, heel langzaam naar de deur, alsof ze eigenlijk niet weg mag gaan. Maar de plicht roept. Hij staart nog even naar de grote Karel Appel aan de wand en keert, gesterkt, terug op zijn schreden. En we praten over gedogen.

'Er wordt hier veel gedoogd. Er heerst in deze stad een liberaal klimaat, er kan veel. Als je wilt dat dit zo blijft, moet je grenzen vaststellen. Ik ga niets verbieden, maar trek grenzen waarbinnen iets kan. Jaap Burger zei het al: Gedogen, dat gaat van au.

'Als ik tegen coffeeshophouders zeg: u zult om 12 uur 's nachts dicht zijn, geen sterke drank verkopen, dan is dat om te zorgen dat het een overzichtelijk geheel wordt.'

- Moeten ze op den duur allemaal verdwijnen?

'Het is geen uitsterfbeleid. Maar een regulering. Wat mij betreft mogen er een hoop verdwijnen. Er zijn er nu 450. Ik denk dat we onder de tweehonderd uitkomen. Meer dan de helft, maar beslist niet allemaal. Want dan wordt illegaal op flatjes drie hoog achter gehandeld. Ik heb het liever zichtbaar, zo ook de politie en de hulpverleners. Als het zichtbaar is, kun je de mensen aanspreken.'

- Criminaliteit. Bent u bang voor Amerikaanse toestanden?

'Dit is een grote stad, er zal altijd criminaliteit zijn. Het is onzin om te zeggen: we lossen het wel op. Wat we proberen is, dat het aantal aangiften terugloopt. Nordholt en ik streven er naar dat het met 10 tot 13 procent per jaar daalt.'

- Het heeft weinig zin diefstal aan te geven, als er toch niets gebeurt.

'Dat zeggen ze nou allemaal. Bij een fiets is daar iets voor te zeggen. Maar als er wordt ingebroken, dan ga je naar politie; alleen al voor verzekering. We zien de laatste twee jaar de aangiften teruglopen. Veel heeft te maken met het feit dat het aantal drugsverslaafden stagneert.

'We krijgen meer cellen, er komt meer politie, meer blauw op straat. Of het lukt? We doen ons uiterste best. Heel iets anders is: voelen mensen zich veilig? Dat hangt van veel meer af. Doen woningbouwverenigingen genoeg hun best met het aanbrengen van extra beveiliging, sloten, nette portieken? Is er verlichting op straat? Zijn er enge plekken in een park? Hoe wordt de buurt onderhouden? We krijgen de Dienst Stadstoezicht, die gaat al die dingen coördineren, zodat de stad als geheel betrokken is bij de bestrijding van de criminialiteit. Het is niet alleen een zaak van de politie. Idealistisch? Jazeker. Je kijkt sceptisch.'

- U sprak over Nordholt. Hoe is uw verhouding met hem?

'Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik de beste politiechef van het land heb. Mijn vertrouwen in hem is absoluut. Geen enkel moment dat ik aan hem getwijfeld heb.'

- Maar in uw eerste toespraak als burgemeester heeft u toch duidelijk gezegd dat u de baas van de politie bent.

'Dat was niet gericht tegen Nordholt. Dat was gericht tegen de buitenwereld die zich steeds met het Amsterdamse korps bemoeide. Wie iets aan te merken heeft, moet bij mij wezen. De voorzitter van de politiebond. Of de hoofdcommissaris van politie van Utrecht. Ze blijven met hun poten van mijn korps af. Zo bedoelde ik dat. Nordholt kwam na afloop naar me toe en zei: ''Schelto, prima''.'

- Feit is dat hij over twee jaar weggaat.

'Maanden geleden al had hij mij erover benaderd. Over twee jaar, zei hij, zit ik hier tien jaar, dan ben ik 57. En wat zou je er van denken, als we overwogen mijn plaats aan Jelle Kuiper te geven?

'Ik ben er maanden mee bezig gewest, heb het met iedereen besproken, maar toen wisten te veel mensen het en is het uitgelekt. Ik had over een jaar tegen minister Dijkstal willen zeggen: ''Hans, over een half jaar gaat Eric weg en ik had het volgende plannetje.'' '

- Die vlieger ging niet op.

'Als kenner van het staatsrecht weet ik dat uiteindelijk de minister moet beslissen. We spreken over een jaar elkaar nader, dan komt het wel in orde. Weet je wat het probleem was, er komen een paar grote hoofdcommissarisposten vrij en ik wilde Kuiper bij mij houden. Dat kun je alleen doen, als je er over praat.'

- Bent u bang voor de tweedeling van de maatschappij?

'In een stad als Amsterdam zie je wat dat betekent. Wat het betekent als mensen onder de streep vallen. Dat is heel erg. Gelukkig zie je ook dat de Tweede Kamer heel alert is, je ziet dat de Kamer de koppeling wil herstellen. Een teken dat men door heeft dat wij de onderkant van de maatschappij erbij moeten houden. De tekenen uit Den Haag zijn goed.'

Hij spreekt over stadsverniewing, huisvesting, onderwijs, werkloosheid en zegt: 'Het komt altijd neer op individuele maatregelen voor individuele mensen in hun eigen privé omstandigheden. Hoe krijg je mensen weer aan het werk? Hoe doorbreek je de stagnatie? Want dat is het grote probleem van de tweedeling; hoe trek je de duizenden die vaak al jaren zonder werk zijn, die geen motivatie meer hebben, over de drempel?'

- De koningin sprak over het gevaar van ontbinding.

'Dat is de tweedeling tussen, wat wij hier zeggen, oude en nieuwe Amsterdammers. Vaak zijn de nieuwkomers ook de minstbedeelden. Het is een probleem. Niet een probleem in de zin van: oh, oh, wat zijn we toch vreselijk zielig. Nee, het is een probleem dat om extra inspanning vraagt.

'Het heeft allemaal te maken met de vraag of het ons lukt de stad leefbaar, bestuurbaar te houden, banen te creëren. Als dat lukt, lukt het voor oude en nieuwe Amsterdammers.

'Ik ga niet een speciaal antiracisme beleid voeren. Wel een werkgelegenheidsbeleid, een opleidingsbeleid, omdat Nederlanders en niet-Nederlanders daar gelijkelijk van kunnen profiteren. En tegelijkertijd moeten we ongelooflijk waakzaam zijn tegen iedere vorm van racisme van buitenlanders onderling en Nederlanders tegen buitenlanders.'

- Dus meer low profile dan uw voorganger Van Thijn.

'Ik profiteer van het feit dat hij een standaard heeft gezet. Het is de afgelopen weken in iedere toespraak, op scholen, overal als centraal thema behandeld. Het beeld is voor iedereen helder. Diep in ons hart is Nederland geen racistisch land. Absoluut niet.'

- Ed van Thijn waarschuwde voortdurend voor het gevaar van opkomen racisme.

'Mijn stijl is anders. Ik heb een andere persoonlijkheid. Ik denk er net zo over als Ed. Honderd procent hetzelfde. Ik heb hem afgelopen zondag horen spreken bij de joodse herdenking. Echt een prachtig verhaal, ik sta volledig aan zijn kant, maar ik breng het anders. Het is een kwestie van stijl, niet van inhoud van de boodschap.

'Ik ben Schelto Patijn. Dat vinden Amsterdammers eigenlijk maar het beste. Jezelf zijn. Ik ben geen toneelspeler die een rol speelt. Ik ben burgemeester. En benoemd omdat veel mensen of sommige mensen vinden dat je daar geschikt voor bent.

'Van de burgemeester wordt verwacht dat hij een voorbeeld is, en je probeert, met vallen en opstaan, mensen te stimuleren. Er wordt van je verwacht dingen te zeggen die anderen niet zo gauw zouden zeggen. Ik heb dat misschien nog niet zo erg veel gedaan. Ik kijk natuurlijk nog veel rond. Ik heb, om het zachtjes te zeggen, Amsterdam nog niet helemaal in de vingers.'

- Nog geen Amsterdammer?

'Ik voel me heel sterk verbonden met deze stad. Maar ik ga niet tof doen door te zeggen dat ik het Amsterdamgevoel heb. Ik leef met deze stad. Constant, dag en nacht.'

- Een nieuwe sensatie?

'Ik had niet gedacht dat het zo intens zou zijn. Waar je ook bent, altijd ben je met die stad bezig. Wat moeten we doen. Als je in het Concertgebouw zit of in een galerie bent en je kijkt naar een mooi schilderij of door het raam naar grachten, dan denk je, verdomme wat is dit toch een schitterende stad.'

- Maar is er niet het gevaar dat men zegt: hij ziet alleen het mooie, niet de verloedering, de ellende.

'Ik ga morgen flatwachten in Zuid-Oost. Ik ben met laarzen door kelders van drugsverslaafde illegalen gegaan. Ik ben op de politiebureaus geweest met drugsoverlast, ik ga naar de Witte Jas, het collectief van artsen dat illegalen behandelt. Ik ga overal heen. Niet omdat ik daar direct iets kan doen, zegenend rondga, nee, ik wil weten hoe die stad in elkaar zit.'

- U reageert nog altijd gepikeerd als men spreekt over uw patriciërsafkomst, als men u een regent noemt.

'Nee, hoor. Ik ben er aan gewend. Eind jaren zestig vond Nieuw Links mij een volstrekt abject figuur. Het was lastig in de partij, maar ik heb ook gigantische voordelen gehad van mijn afkomst. Als je kijkt naar d'Ailly, Van Hall, Samkalden, Polak, Van Thijn, wat is dan de standaard burgemeester?'

- Misschien is er wel sprake van restauratie.

'Ik denk dat iedere stad de burgermeester krijgt die past in de tijd. Misschien pas ik in de jaren negentig. In de jaren zeventig zou ik nooit benoemd zijn. Ik ben veranderd. De samenleving is veranderd. Uiteindelijk zijn we bij elkaar gekomen.'

- Morgen Ajax.

'Als ze kampioen worden sta ik op het balkon. Ik houd van voetbal. Ik zat op de tribune bij Ajax - Bayern, een fantastische avond, maar die avond eindigde met de dood van drie brandweermannen. Dat was iets vreselijks. Meteen ben ik erheen gegaan, in Amsterdam-Noord. Ze konden hen niet vinden. Het waren hun eigen makkers. Ik ging naar de begrafenis. Ik heb er gesproken. Dan ben ik de hele week van de kaart. Ik kan daar heel emotioneel van worden. Ik oog wel eens wat afstandelijk, maar ik ben het niet zo erg, hoor. Ik raak erg betrokken met dingen die mij overkomen. Soms iets te veel.'

Peter Brusse

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden