Column

De fiets is mijn psycholoog

Zoiets als een fiets

Ik was goed ingepakt, winterhard, met thermo-ondergoed en al, ik had een helm op, een appel voor onderweg bij me gestoken en het drinkflesje was gevuld. Ik opende de schuur, die mij ineens vreemd leeg toescheen, netjes bijna, alsof iemand onverhoopt had opgeruimd. Het duurde even voordat ik zag: mijn fiets is weg, mijn fiets.

Ik keek achterom, het huis in, waar ze altijd vrolijk worden van mijn fietsverschijning. Mijn gezicht nam de uitdrukking aan van een Bananasplit-slachtoffer, zo half en half gelovig - hadden ze mijn fiets soms stiekem naar de maker gebracht om er iets extra's op te laten zetten, iets leuks, om mij te verrassen?

Maar ja - wat kon er nog op? Er hoefde niets meer op. Hij was goed zo, perfect. Een crosshybride van Bull, lichtgrijs. Een crossmover eigenlijk, een kruising tussen mountainbike en racefiets, door Wilfried de Jong de 'travestiet onder de fietsen' genoemd, maar dat vond ik niet erg. Wij waren één, de fiets en ik. Wij hoorden bij elkaar.

Ik keek naar de lege plek in de schuur en voelde mijn schouders zwaarder worden. Het mooist was fietsen in het voorjaar, als alle vogels nesten bouwen, behalve jij en de fiets, als de kieviten opvliegen uit het weiland, een buizerd als een Duitse bommenwerper een tijdlang kalm en unverfroren naast je zweeft.

Dit jaar had ik voor het eerst de hele winter doorgefietst. Het viel erg mee. Je moest geen hekel hebben aan de wind, je moest je ook warm aankleden, dan ging het best. Hooguit kreeg je koude tenen of een koude penis, dat kleine, onbeweeglijke windvangertje op je zadel.

Ik liep naar binnen en vertelde dat mijn fiets was gestolen. Vrouw en kind raakten allebei overstuur. Mijn dochter dacht dat er drie soorten bestonden - mensen, dieren en dieven - en dat die laatste groep het nu op ons had gemunt. Mijn vrouw weet: de fiets is mijn psycholoog. Alle onvrede wordt buiten weggetrapt. Ze weet nog hoe het was toen dat binnen moest gebeuren.

Terug bij de schuur zag ik in gedachten twee toekomstige versies van mezelf: eentje met en eentje zonder fiets. De eerste was fit, vrolijk, optimistisch. De tweede grauw en bleek, met dikke, slappe wallen. Het leek wel of ik aan de drank was geraakt, en misschien was dat ook wel zo. Je moest wat zonder fiets.

Ach, mijn fiets, hij zat mij als een jas. Het voelde alsof de eerste verkering het had uitgemaakt en je zeker wist: van zo'n meisje bestaat geen tweede exemplaar, nooit zal ik meer zo'n meisje in mijn armen sluiten. Ja, eerst had je kind, dan vrouw, familie en vrienden, daarna kwam de fiets.

Ik ontroerde mezelf met mijn gedachten, de vingers aan de lege plek in de schuur. Dat was dan wel het mooie van de ervaring - dat je in de gaten kreeg hoeveel en diep je kunt houden van zoiets als een fiets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.