De fantasie van briefschrijvers is groter en ongebreidelder dan de mijne

Vreemde brieven krijg ik soms en ik zal niet de enige zijn: 'I am Mrs. Adams from Bolivia. I am married to Mr. Francis Adams, who was an exporter of antiquities based in Abidjan Cote d'Ivoire, we were married for eleven years without a child. He died after a brief illness. Since his death I decided not to re-marry or get a child outside my matrimonial home because of the love I have for him. When my late husband was alive he deposited the sum of $2.5. Million in one of the Finance Security Company here in Abidjan Cote d'Ivoire for safe keeping.'

Of een andere brief, deze keer van Ahmed: 'My late husband used to be a special Assistent to late Col Muammar Gaddafi. Just because he resigned and asked late Col Muammar Gaddafi to do the same for the interest of the people of Lybia he sent his officials to kill my husband. After his death he sized all my late husband properties and closed all his local bank accounts after three of his son raped my second daughter to death. Kindly get back to me with your full details for me to direct you on what to do.'

Het gaat er natuurlijk om mijn creditnummer te pakken te krijgen en mijn bankrekening te plunderen. De verhalen worden dik aangezet. In de eerste brief staat bijvoorbeeld nog het volgende: 'Presently, my Doctor confirmed to me that I have serious sickness which is cancer problem.' Maar dat is nog niet genoeg: 'The one that concerns me most is my stroke sickness. Heaven knows my condition, I decided to use this fund (via mijn bankrekening R.C.) for orphanages, helping Deaf and helping Deaf homes, propagating the word of God.'

Deze brieven zijn niet zomaar mededelingen. Er komt veel fantasie bij kijken. Hier zijn schrijvers aan het woord die er plezier in hebben om de boel bij elkaar te rijmen. Ook de werkelijkheid komt er aan te pas: onder Gaddafi vonden gruwelijkheden plaats. Een antiquair uit Bolivia die in Cote d'Ivoire in Afrikaanse maskers en beelden handelt, kost me meer moeite om me voor te stellen. Maar waarom eigenlijk: die bestaan ook in Nederland. Trouwens, het huis waar ik woon, werd voor mij bewoond door zo'n handelaar.

In zekere zin benijd ik de briefschrijvers. Hun fantasie is groter en ongebreidelder dan de mijne, die dichter bij huis blijft. Het zou een reden kunnen zijn om op te houden met schrijven. In Peter Handkes Mijn jaar in de Niemandsbaai (Uitg. De Prom, 1998) lees ik: 'Het zou me nog kunnen gebeuren dat ik met alles hier, het wonen, schrijven, lopen, blindelings ophoud. Als vanouds oefent de gedachte om er van het ene moment op het andere mee uit te scheiden (...) en nooit meer een woord te zeggen, aantrekkingskracht op mij uit.'

Ik ken die gedachte, maar ik schrik terug voor de eindeloze kale vlakte die ik dan voor me zie. Wat moest ik daarin doen? Want doen moeten we. Ik heb een zwak excuus: ik zal moeten schrijven, want ik kan niets anders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.