‘De fanfare is al lang big business’

In Amsterdam vond woensdag een debat plaats over het belang van volkscultuur...

AMSTERDAM ‘Ik had niet voorzien dat er zo snoeverig over zou worden gedaan’, zegt Tweede Kamerlid Nicolien van Vroonhoven-Kok (CDA), terugkijkend op haar plan voor een offensief voor volkscultuur tijdens het Cultuurnota-debat, afgelopen december. Er werd lacherig gereageerd toen ze pleitte voor aandacht voor volkse tradities als fierljeppen, kantklossen en midwinterhoornblazen.

Toch heeft haar pleidooi kennelijk iets losgemaakt, want woensdag was ‘volkscultuur’ het thema van het maandelijks debat van Erfgoed Nederland en de Reinwardt Academie in Amsterdam. Daar kreeg Van Vroonhoven bijval voor de gedachte dat volkscultuur mensen bij elkaar en bij de maatschappij kan betrekken.

Ineke Strouken, als directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur dé ambassadrice van de folklore, benadrukte dat er in Nederland minstens 6.000 organisaties zijn die zich op enigerlei wijze met volkscultuur bezighouden: ‘Juist door de globalisering neemt de belangstelling voor onze eigen tradities weer toe. De overheid hoeft tradities niet koste wat kost te beschermen, maar zou wel een goede infrastructuur kunnen faciliteren waarin kennis wordt overgedragen.’ Zowel Strouken als Van Vroonhoven zei wel te voelen voor een soort gildensysteem voor volkse tradities, waarin meesters hun kennis doorgeven aan gezellen.

Pieter-Matthijs Gijsbers, als directeur van Museumpark Oriëntalis (het voormalig Bijbels Openluchtmuseum) de derde spreker van de avond, vroeg zich wel af of volkscultuur subsidie nodig heeft. ‘Als ik me ergens geen zorgen over maak, is het wel het voortbestaan van de volkscultuur. Op sommige concerten in het Muziekgebouw komen misschien tien kenners af, maar laat bij mij om de hoek in Beek-Ubbergen de fanfare optreden en het hele dorp loopt uit. Dat is big business.’

De stevigste kritiek kwam echter van de kant van kunstcriticus Anne Berk, die zei verdrietig te worden van het ‘achterom kijken’. ‘Professionele kunstenaars geven juist een nieuwe wending aan oude tradities en dat is wat we nodig hebben: inspiratie die boven het volk uitstijgt.’ Het positioneren van kunst ‘boven het volk’ maakte Van Vroonhoven treurig: ‘Als je wil dat kunst een verbindende functie vervult in de maatschappij, moet je bij de basis beginnen. Ik zeg niet dat we moeten stoppen met mensen naar het museum jagen, maar het zou ook goed zijn aan te haken op cultuur waar mensen zelf mee bezig zijn.’

Minister Plasterk van Cultuur heeft in december toegezegd in een brief de definitie van volkscultuur vast te zullen stellen, om daarna opnieuw met de Tweede Kamer te kunnen discussiëren over een eventueel overheidsoffensief.

Een van de angsten van de critici tijdens het debat woensdag, was dat zo’n offensief wel eens zou kunnen uitpakken in een sfeer van nationalisme en het ‘sluiten van de gordijnen’ voor andere culturen. Iemand in het publiek verdacht Van Vroonhoven zelfs van puur partijpolitiek opportunisme in tijden waarin je als politicus vooral scoort met nationalisme. Maar daar wilde het Tweede Kamerlid uiteraard niets van weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden