De familie Knots

Ouders scheiden, moeders werken buitenshuis, het traditionele gezin zit in de verdrukking. Hoe sterk is desondanks de band tussen familieleden?...

DE NEDERLANDSE familie, dat wás ooit een familie doorsnee. Papa werkte, mama deed het huishouden en de kinderen groeiden op. Op zondag bezochten ze opa en oma en daar troffen ze ook ooms, tantes, neefjes en nichtjes. Iedereen was blank natuurlijk, en hetero (hoewel men zo zijn gedachten had bij die alleenstaande oom van 50).

Hoe anders is dat nu. Prof. dr. Pearl Dykstra, onderzoekster bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) in Den Haag en sinds vorige week vrijdag bijzonder hoogleraar verwantschapsdemografie aan de Universiteit Utrecht, noemt maar een willekeurige gezinsvorm: 'De ouders zijn al eens gescheiden. Ze hebben kinderen uit beide huwelijken. De kinderen uit het eerste huwelijk hebben nu dus een stiefvader of -moeder. Hun grootouders zijn geen schoonouders meer van papa of mama. En de kinderen uit het tweede huwelijk hebben halfbroers en -zussen en grootouders met wie ze geen bloedband hebben.'

Tja, wie ga je dan bezoeken op zondagmiddag, vooropgesteld dat (stief)moeder niet te druk is met haar managementbaan? En dat opa en oma niet jaren geleden ook gescheiden zijn en oma nu met een vrouw samenwoont? Met wie voel je als ouder of als kind eigenlijk nog een band, wie zou je überhaupt wíllen bezoeken?

De Nederlandse familie Doorsnee is een familie Knots geworden. En die heeft problemen waar sociaal wetenschappers in Nederland nog veel te weinig inzicht in hebben, zegt Dykstra. 'De gezinssociologie, zo constateerde ook de Sociaal Wetenschappelijke Raad in 1996, loopt achter bij de maatschappelijke ontwikkelingen.' Hele vakgroepen zijn gesloten in de individualistische jaren zeventig, 'toen het gezin werd gezien als onderdrukkend en beknellend, als iets waaruit je je moest bevrijden'. Maar daar gaat nu verandering in komen.

Dykstra is coördinator van het Netherlands Kinship Panel Study (NKPS), een enorm onderzoek dat in mei van start gaat. Tienduizend Nederlanders en hun familieleden zullen tussen mei en maart volgend jaar ondervraagd worden over de samenstelling van hun familie en, vooral, over de mate van 'solidariteit' die zij met hun familieleden ervaren.

Het NKPS is een samenwerkingsverband tussen het NIDI, de Universiteit van Amsterdam, de Universiteit Utrecht en de Katholieke Universiteit Brabant. Doel van de studie, die over drie jaar herhaald wordt om ook veranderingen in de tijd te meten, is de opbouw van een groot gegevensbestand over het Nederlandse familieleven. Het project, dat bijna 5,7 miljoen euro kost, wordt betaald door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO: 3,7 miljoen) en de universiteiten.

Die grote financiering door de NWO is een noviteit, zegt Dykstra. Het geld komt uit de pot Investeringen Groot, dat traditioneel is bestemd voor de aanschaf van dure apparatuur door natuurwetenschappers. 'Dit is de eerste keer dat een aanvraag door sociaal wetenschappers voor dit fonds is gehonoreerd.'

Parallel aan het NKPS begint dit jaar ook het onderzoeksprogramma De bindende kracht van familierelaties. Binnen dit programma, geleid door de NWO en gefinancierd door NWO en verschillende ministeries, gaan onderzoekers aan de slag met de verzamelde data. Maar ook individuele wetenschappers mogen de informatie bestuderen, aldus Dykstra. 'De anoniem gemaakte gegevens komen meteen vrij beschikbaar. Dat is uniek voor Nederland. Zelfs op CBS-cijfers moet je vijf jaar wachten.'

In hoeverre vormen gezin en familie nog de hoekstenen van de samenleving? Die vraag vormt de drijfveer achter het NKPS en het onderzoeksprogramma. Dykstra: 'De familie is traditioneel de plek waar normen en waarden worden uitgedragen, waar de generaties elkaar ontmoeten en van waaruit mensen participeren in de samenleving. Maar wat betekent dat in deze tijd nog?'

Ze somt moeiteloos een rijtje veranderingen op die de aard en samenstelling van families hebben veranderd: de toename van echtscheidingen, vrouwen die steeds vaker een baan hebben, de multiculturalisering en de groei van de mobiliteit, waardoor ouders en kinderen steeds verder uit elkaar gaan wonen. Maar, zegt ze, wat het precíeze effect is van deze ontwikkelingen, daarover bestaat nog grote onduidelijkheid.

Voelen mensen zich bijvoorbeeld bevrijd van die knellende familiebanden, die sociale druk die in de jaren zeventig zo werd betreurd? Of is er sprake van een verregaande individualisering en daarmee van een verkilling van verhoudingen binnen families? En wat is de rol van de ontkerkelijking en het verdwijnen van buurtgemeenschappen daarbij?

Niemand die het weet, stelt Dykstra. Er bestaan alleen cijfers over de grote ontwikkelingen, zoals het aantal kinderen en echtscheidingen, en de resultaten van een aantal deelstudies naar het Nederlandse gezinsleven.

Om de maatschappelijke rol van de familie bloot te leggen, gaan de ondervragers zich richten op de 'solidariteit' tussen familieleden. Daarmee wordt bedoeld, stelt Dykstra: 'De gevoelens van onderlinge verbondenheid en hoe die tot uiting komen in het gedrag'. Uit die probleemstelling komt een hele serie vragen voort.

Hoe gaan familieleden bijvoorbeeld emotioneel met elkaar om, vraagt Dykstra. 'Voelen ze waardering, krijgen ze aandacht, wordt er onderling geroddeld?' Hoe vertaalt zich dat naar praktische en financiële termen: helpen ze elkaar verhuizen, ondersteunen ze hun kinderen als die het huis uit gaan? En hoe gaan ze op het sociale vlak met elkaar om: zijn er familiedagen, hoe vaak gaan partners alleen op vakantie, wie heeft op welke dagen de kinderen in een lat-relatie?

Ook naar de motivatie van dergelijk gedrag wordt gevraagd. Dykstra: 'Iemand bezoekt elke week haar zieke moeder. Dat klinkt solidair, maar het kan ook uit een gevoel van verplichting komen. We vragen tegelijkertijd ook naar relaties met buren en vrienden, om te zien of er een verband is met de solidariteit binnen een familie.'

Al deze vragen worden in een persoonlijk interview én met een schriftelijke vragenlijst voorgelegd aan tienduizend willekeurig geselecteerde personen, die aan de interviewers hebben toegezegd mee te zullen doen. De respondenten zijn via een brief van tevoren geïnformeerd over het onderzoek.

Daarnaast krijgen familieleden van die personen ook een schriftelijke vragenlijst. Het gaat, zegt Dykstra, om de partner, een ouder, een broer of een zus, en maximaal twee kinderen boven de 15. Als die er zijn natuurlijk. Ze worden willekeurig geselecteerd; de hoofd-ondervraagde ('het anker' genoemd) mag ze niet kiezen.

Ooms en tantes, neven en nichten vallen inderdaad buiten beeld, geeft Dykstra toe. 'De vragenlijsten waren anders eindeloos geweest.' Het onderzoek richt zich daarmee echter niet uitsluitend op het gezin, zegt de onderzoekster, maar op 'verwantschappen': 'Ook broers van 50 en 55 kunnen meedoen, of iemand van 60 met nog levende ouders. De tijd dat mensen kinderen in huis hebben is eigenlijk maar een heel kort deel van hun leven.'

Speciale aandacht in het onderzoek zal uitgaan naar de vier grote groepen allochtonen: Antillianen, Surinamers, Marokkanen en Turken. Om een goed beeld te krijgen van de familierelaties binnen deze minderheidsgroepen, zullen ze met vijftienhonderd deelnemers oververtegenwoordigd zijn, zegt Dykstra.

Er zal bij deze groep met een gespecialiseerd enquêtebureau worden gewerkt, voegt ze trots toe. De ondervragers zullen dezelfde achtergrond hebben, vrouwen worden door vrouwen ondervraagd, de vragen zijn vertaald en een enkele is aangepast. Zo zal er bij Turken en Marokkanen minder diepgaand op ongehuwd samenwonen worden ingegaan, omdat dit bij streng religieuze ondervraagden 'gênant' kan zijn.

Is dat niet enigszins vooringenomen, niet elke allochtoon is immers streng islamiet? Dykstra vindt dat ze desondanks voorzichtig moeten zijn. 'Dit moet heel secuur en zorgvuldig gebeuren. En zo krijgen we in elk geval een goed beeld van de hele Nederlandse bevolking.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden