De facto waren de bankiers de heersers

Je gaat het pas zien als je het doorhebt.* Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: sporen.

Beeld Detail Beeld

Dit hele schilderij gaat eigenlijk over luxe: kleding, kostuums, sieraden en exotische dieren als luipaarden, een dromedaris en apen. Alsof de kunstenaar wil zeggen: leuk, die aanbidding van de wijzen, maar het was toch vooral een kwestie van zien en gezien worden daar in die Kerstnacht in Bethlehem. De schuur was voor de couleur locale, de kerstkomeet liet het goud mooi blinken.

In deze aanbidding van de wijzen is er namelijk publiek. Veel publiek. Met front row, naast de Oosterse wijzen, bankier Palla Strozzi (met valk). De bankiersfamilie is effectief de koninklijke familie van Florence op dat moment, maar omdat Florence een trotse Republiek was, mocht dat natuurlijk niet zo heten. Dus waren de bankiers de facto de heersers - niet onvergelijkbaar met nu, behalve dat die van toen ook hooggeschoolde intellectuelen en humanisten waren met liefde voor kunst, die ze praktiseerden door de beste kunstenaars gewoon een huis en salaris te geven, en dat kom je in de top van ING en Goldman Sachs toch niet heel gauw meer tegen.

Beeld Uffizi Gallery Museum, Florence - Gentile de Fabriano, Adoration of the Magi, 1423

Gouden schoeisel

Midden op het schilderij staat dit mannetje de sporen van een van de wijzen uit te trekken - of aan te trekken, daar kun je zelden zeker van zijn in de schilderkunst, tenzij je afdrukken in de voeten ziet (op een werk van Jan Steen zie je bijvoorbeeld een meisje haar kousen úíttrekken, want de striemen staan nog in haar kuiten). Hier niet, maar omdat het er alle schijn van heeft dat de mannen net aangekomen zijn bij de stal en het aanbidden kan beginnen, gok ik op uittrekken.

De alledaagse bezigheid, het gefrutsel bij die voet, het maakt de protserige en propvolle voorstelling heerlijk gewoon en geeft een gevoel alsof je er zelf bij bent. De afzakkende laars van de man naast hen voegt nog iets argeloos toe. Het waren leren kousachtige laarzen, die in houten trippen konden worden gestoken als ze ermee op straat moesten lopen. Maar argeloos is dit stukje van de aanbidding allerminst, al was het maar omdát het dus midden op het paneel staat. Want die sporen zijn eigenlijk een sieraad. Kijk goed en je ziet het reliëf: ze zijn er in dik gipswerk op aangebracht, vervolgens versierd met bladgoud.

(Tekst gaat verder onder foto).

Het hele schilderij zit vol met goud, en hier en daar edelstenen; heel subtiel voor een familie van goudhandelaren om dit midden in je kapel te zetten (de kapel werd door Lorenzo Ghiberti ontworpen in de Santa Trinita in Florence). Die dikke gouden 'objectjes' trekken over het hele schilderij de aandacht, het goud is met stipjes bestempeld (zie de rok van de koning), tot kroon gemodelleerd of tot sierlijk beslag van de paarden, en door het reliëf lijkt het allemaal puur edelmetaal te zijn. Het is elegant, mooier nog dan de pauwenverenkroon en de dikke brokaatmantels van de koningen. Maar vooral is het mooi waar het goud alledaags is: een spoor met riempjes waar een hulpje mee zit te friemelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden