ReportageIndustriestad Dongguan

De fabriek van de familie Lau moet het met tweederde van de arbeiders doen door coronavirus

King Lau heeft zolang zijn vader vanwege het coronavirus vastzit in Hongkong de leiding over aluminiumbedrijf Kam Pin.  Beeld Leen Vervaeke
King Lau heeft zolang zijn vader vanwege het coronavirus vastzit in Hongkong de leiding over aluminiumbedrijf Kam Pin.Beeld Leen Vervaeke

In een van China’s belangrijkste industriesteden Dongguan komt de productie langzaam weer op gang. Van een leien dakje gaat dat niet. Manager King Lau: ‘Dit is zwaarder dan de handelsoorlog met de VS.’

Zwijgend zitten de arbeiders van aluminiumfabriek Kam Pin in de kantine, elk aan het uiteinde van een van de lange eettafels, zo ver mogelijk van elkaar vandaan. Een meter afstand moeten ze houden, maar de meesten doen er voor de zekerheid een metertje bij. Sommigen eten zelfs buiten, of tussen de machines. In de kantine is door het spreidingsbeleid geen plaats genoeg, en bovendien: hoe verder van anderen, hoe veiliger.

Het ziet er raar uit, zo op afstand van elkaar eten, maar niets is tegenwoordig normaal in dit aluminium­bedrijf in Dongguan, een van China’s belangrijkste industriesteden. Sinds Kam Pin weer is opgestart, na de uitbraak van het coronavirus, dragen de arbeiders een mondkapje – wat lastig is tijdens fysiek werk – en wordt twee keer per dag hun temperatuur gemeten. Het hele bedrijf wordt meerdere keren per dag gedesinfecteerd en op kantoor staan alle ramen open.

130 arbeiders doen nu het werk van 200, want niet iedereen is terug. Sommigen zitten nog vast in het epicentrum van de epidemie, Hubei. ‘Anderen hebben geen vervoer’, zegt King Lau (31), assistent van de directeur. Hij geeft een rondleiding door de productiehal en blijft staan bij drie arbeiders die aluminiumplaten op een snijmachine tillen. ‘Dit is fysiek zwaar werk. Als één persoon ontbreekt, gaat het meteen veel trager.’

Liever kijken? Leen Vervaeke maakte ook onderstaande videoreportage.

Kam Pin – een familiebedrijf met wortels in Hongkong – is sinds 10 februari weer open, amper een week ­later dan gepland. Dongguan is met 99 besmettingen niet zo zwaar getroffen, en is bovendien een van de belangrijkste exportcentra van China, in de befaamde Parelrivierdelta van Guangdong. Voor de Chinese overheid is het een erezaak om de fabrieken hier snel weer open te krijgen, en de haperende export weer op gang te brengen.

Dus moedigt het stadsbestuur van Dongguan ondernemers aan om de deuren weer te openen, en arbeiders om de terugtocht uit hun geboortedorpen te beginnen. Dat levert gemengde resultaten op. Van de multinationals in Dongguan heeft 91 procent het werk hervat, aldus de autoriteiten eind februari, maar in het midden- en kleinbedrijf is dat veel minder: volgens ­lokaal consultant Song Qinghui zo’n 60 procent. In het straatbeeld zijn bij de meeste werkateliers de rolluiken nog naar beneden.

Kluwen van controleposten

Voor kleine ondernemers is de productie heropstarten niet zo eenvoudig. Met minder arbeiders zijn de inkomsten lager, maar de kosten zijn hoger door alle voorzorgsmaatregelen, ook al zijn ze tijdelijk van socialezekerheidsbijdragen vrijgesteld. Bovendien is er het risico op nieuwe infecties, nu arbeiders uit alle hoeken van het land samenkomen. ‘Dat is mijn grootste zorg’, zegt directeursassistent Lau. ‘Als een van de arbeiders ziek wordt, moeten we direct de hele fabriek sluiten.’

Om dat te voorkomen, is de bewegingsvrijheid in Dongguan sterk beperkt. Wie op het trein- of busstation of via de autosnelweg aankomt, moet zich registreren via een app. Op basis van de reisgeschiedenis van de afgelopen twee weken wordt bepaald wie in quarantaine moet. In Dongguan zelf is elke wijk afgesloten. Enkel de vaste inwoners of werknemers mogen erin. De hele stad is een bijna ondoordringbaar kluwen van controleposten en toegangspassen.

null Beeld

Die maatregelen zijn begrijpelijk, maar maken het runnen van een bedrijf wel moeilijk, zegt Lau, die tot de derde generatie van het familiebedrijf behoort. Zijn grootvader richtte Kam Pin in 1960 op, in Hongkong. Zijn vader, huidig directeur Danny Lau, verhuisde de productie in 1989 naar Dongguan, waar de salarissen toen 26 euro per maand bedroegen. King Lau zelf werkt sinds 2014 voor het bedrijf. ‘De handelsoorlog was lastig, maar dit is de zwaarste tijd ooit.’

Normaal reizen de managers van Kam Pin voortdurend heen en weer tussen Hongkong en Dongguan – een uurtje rijden – maar nu zit iedereen vast. Bij de overtocht van het vasteland naar Hongkong moet je daar twee weken in quarantaine. Dus blijft King Lau in Dongguan, en zijn vader op zijn standplaats in Hongkong. ‘Maar soms moet er een handtekening worden gezet of is er iets dat alleen ik kan uitvoeren’, zegt Danny Lau, telefonisch vanuit Hongkong. ‘Dit veroorzaakt veel problemen.’

Waar zijn de lassers?

Of neem de wijkafsluitingen. Normaal stroomt Dongguan na Chinees Nieuwjaar vol met werkzoekende arbeidsmigranten en hoeft Kam Pin maar een bord voor de poort te zetten om zo veertig losse krachten te werven. Nu hebben ze er amper tien gevonden, met heel veel moeite. ‘Mijn HR-manager rijdt rond in de stad om arbeiders op straat aan te spreken. Sommige fabrieken zijn niet zo sterk en moeten mensen ontslaan. Die proberen wij over te nemen.’

Met 130 arbeiders zit Kam Pin op 60 procent van zijn normale bezetting, maar dat betekent niet dat het bedrijf ook 60 procent van zijn normale productie haalt. ‘Er ontbreken een aantal voormannen en daardoor werken de arbeiders trager’, zegt Lau. ‘Ik mis ook een aantal technici. Normaal heb ik drie lassers, maar tot nog toe is er maar één teruggekeerd. Dat vertraagt het hele productieproces.’

Kam Pin is gespecialiseerd in aluminium onderdelen van grote bouwprojecten, zoals de Taiping Finance Tower in Shenzhen, het regeringsgebouw van Hongkong of de luchthaven van Londen Heathrow. Op dit moment werkt het bedrijf aan een project voor een Amerikaanse klant. In de productiehal worden immense aluminium platen op maat gesneden, geponst, gebogen en gelast, en uiteindelijk gespoten en gebakken. Bijna alles gaat nog met de hand.

In totaal heeft de productie nu een maand vertraging, zegt Lau. ‘Voor onze lokale klanten is dat niet zo’n probleem, want zij hebben zelf vertraging. Alle Chinese bouwprojecten liggen stil tot half maart. Maar voor internationale klanten is het moeilijker. Als zij niet op tijd klaar zijn, kunnen hun klanten schadevergoeding vragen en die rekenen ze mogelijk door aan ons. Daar maken we ons wel zorgen over.’

Poetsvrouw inzetten

Om het tijdverlies in te halen, werken de arbeiders van Kam Pin twaalf uur per dag, zes dagen per week. In veel andere bedrijven staan de managers tijdelijk aan de lopende band. ‘Voorlopig is dat bij ons nog niet nodig’, zegt Lau. ‘Maar als het Amerikaanse project te laat klaar zou zijn, dan moet iedereen meewerken, van de poetsvrouw tot de grote baas.’

Voor Kam Pin is dit de zoveelste tegenvaller op rij. De salarissen in Dongguan zijn de afgelopen jaren sterk gestegen, de protesten in Hongkong bemoeilijkten klantenbezoek en de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten hakte er flink in. Het bedrijf is nu op zoek naar een locatie in Thailand, om een tweede fabriek te openen en de risico’s te spreiden. Het coronavirus speelt bij die beslissing geen rol. Lau: ‘Dit is zwaar, maar dit is de natuur. Hier is niets aan te doen. En zo’n virus kan evengoed in Thailand uitbreken.’

‘Coronacrisis is nog net te behappen, maar het kantelpunt is in zicht’
Het is de grootste ‘witte crisis’ die hij ooit heeft meegemaakt, zegt Theo Weterings, burgemeester van Tilburg. Een witte crisis, legt hij uit in zijn werkkamer op de tiende verdieping van het (tijdelijke) stadhuis, is er eentje waarbij de volksgezondheid in het geding is. ‘Dit is een marathon. En we zijn nog lang niet halverwege.’

‘Misschien moet ik voor de productie aan Turkije gaan denken in plaats van China’
Al spreekt China geruststellend over de coronacrisis, Charles Drapers weet beter. De Nederlander runt een fietstassenbedrijf in Hongkong. De Chinese productie ligt nagenoeg stil en in de zomer raken Drapers voorraden op.

Podcast: Is er te veel aandacht voor het coronavirus?
Het coronavirus zorgde de afgelopen weken voor een waar nieuwsinfarct. Ga je mee in de paniek of moet je deze juist temperen? Welke journalistieke keuzes maak je in tijden van een epidemie? We praten erover met Pieter Klok, hoofdredacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden