De ezel at Jezus niet op

Dit jaar wordt Kerstmis anders! Althans, in een leuk, pas uitgekomen boekje van Brigitte Minne met die titel (illustraties van Els van Egeraat; Averbode; fl 21,90)....

Dit jaar brak opa zijn been en vroeg hij aan Jasper om voor de kalkoen te zorgen. Dat deed Jasper. Hij gaf het beest een naam en ook al was het geen schoonheid, die Seppe, hij was wel vrolijk. Opa was tevreden. 'Goed gedaan Jasper', zei hij. 'Wat een poten, dat beest zal smaken!'

Dat werd ruzie.

'Koppige ezel zonder hart!' schreeuwde Jasper naar opa. De weinig verrassende, maar hartverwarmende ontknoping volgt als opa, na de soep, de pan met het hoofdgerecht op tafel zet. De tekeningen zijn net als de tekst: niet erg wild, maar leuk en warm.

In plaats van alles anders kunnen we met kerst ook alles hetzelfde doen. De tijd, met zijn korte, koude dagen en lange, donkere avonden is bij uitstek geschikt om een paar kerstklassiekers voor te lezen.

Voor de allerjongsten is er Kerstmis van Dick Bruna (Mercis Publishing; fl 22,-). Het heeft een onmogelijk formaat - zo'n 30 centimeter breed en 15 centimeter hoog - zodat het in de boekenkast altijd op z'n kant moet staan, maar dat is ook het enige nadeel.

Dick Bruna geeft op z'n geheel eigen wijze de eenvoudigste versie van het kerstverhaal. Maria en Jozef die een plaatsje vinden in de stal, de herders die engelen horen zingen en het kerstkind gaan zoeken, de koningen die de ster volgen en het kindje geschenken aanbieden. Jozef en Maria zwaaien, op de laatste bladzijde, de gasten uit. Geen religieuze duiding, maar dat hoeft niet bij deze leeftijd.

O, dennenboom van Jacques Vriens (Van Holkema & Warendorf; tekeningen Dagmar Stam; fl 12,50) is er voor de kleuters. Het verscheen in 1984 en werd voor de twintigste keer herdrukt. De opzet is eenvoudig en doeltreffend. Broer en zus Wouter en Mieke (3 en 5 jaar) spelen de hoofdrol. Ze beleven doodgewone kinderdingen. Mogen een boodschap doen voor mamma, krijgen bijna ruzie met een buurman, soms met elkaar. De ouders treffen voorbereidingen voor het kerstfeest. Thuis en op school zingen de kinderen kerstliedjes. Mieke heeft op school iets gehoord over een kerstkindje, en vraagt uitleg. Wouter heeft het over 'kersumus' en vraagt of het kerstkindje een piemel had. 'Ja', zegt mamma, 'want het was een jongetje.'

Ze vertelt het kerstverhaal, en dat Jezus de taak had alle mensen te helpen vrienden te worden. De vragen van Wouter ('wilde de ezel Jezus niet opeten?') maken het een heerlijk verhaal voor kleuters. Niets is zo leuk als de domme vragen van nóg jongere kinderen - dat heeft Vriens mooi gebruikt.

Informatief is het boek ook: de herkomst van gebruiken en rituelen wordt uit de doeken gedaan. Helaas is het nog lang niet zover dat alle mensen vrienden zijn, zoals Jezus wilde. De ouders van Wouter en Mieke proberen een steentje bij te dragen door een eenzame buurman uit te nodigen. Vriens is een voormalige onderwijzer, dat blijf je zien. Dit boekje is een antwoord op de vraag: 'Meester, wat is Kerstmis?'

Van een geheel andere orde is Babar en de Kerstman van Jean de Brunhoff (Querido; fl 10,99). Babar is koning in het land van de olifanten. Samen met koningin Céleste heeft hij vier kleine olifantjes. Het aapje Zéfir heeft gehoord van het bestaan van de kerstman. Met z'n vijven schrijven ze hem een brief met de vraag of hij met kerst niet bij ze wil komen. Ze dromen van grote cadeaus als een fiets of een speelgoedtrein. Tot hun teleurstelling krijgen ze geen antwoord.

Babar besluit onmiddellijk zelf in actie te komen. Céleste blijft achter om te regeren. Er volgt een bizarre zoektocht. Grote afstanden moet Babar overbruggen, sneeuwballen van kabouters moet hij het hoofd bieden, ijzige kou moet hij trotseren. Als hij de kerstman vindt, valt hij flauw van uitputting en opwinding.

Op de tekening zie je een blote olifant die wordt opgewreven met alcohol en harde borstels. Dat beeld doet denken aan de schrijver en tekenaar, die pas 37 jaar oud was toen hij aan tuberculose overleed - terwijl hij aan zijn boek werkte. Zijn broer heeft de laatste plaatjes ingekleurd. Het verhaal loopt sprookjesachtig mooi af, maar het is merkbaar dat de schrijver er iets van zijn strijd tegen de ziekte in heeft gestopt.

Je kunt ook de verhalen herlezen van Astrid Lindgren, de koningin van het warmhartige kinderboek. Ploegsma geeft haar verzameld werk uit. Een van de mooiste kinderboeken aller tijden is deel 5: De gebroeders Leeuwenhart (uit het Zweeds vertaald door Rita Törnqvist; tekeningen Ilon Wikland; fl 35,50). Het gaat over Karel, die door zijn geweldige broer Jonathan Kruimel wordt genoemd. Hij heeft een dodelijke ziekte. Hij is bang voor de dood, maar Jonathan belooft hem dat hij het fijn zal krijgen in Nangijala, het land voorbij de sterren. Daar moet hij op Jonathan wachten.

Maar niet Kruimel sterft als eerste. Bij een brand komt Jonathan om, die Kruimel heeft gered. Dus Jonathan wacht op Kruimel, in de Ruiterhoeve, bij de rivier, in het Kersendal in Nangijala, zo heeft hij laten weten.

Lees je elke avond een hoofdstuk, dan is het boek aan het eind van de kerstvakantie uit. Alle soorten van verdriet, de strijd om vrede en het zoeken naar geluk zijn dan voorbijgekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden